ONVERTELD
← Alle verhalen

1939 · München / Konstanz, Duitsland

De Timmerman Die 35 Minuten Tekort Kwam

In 1939 bouwde Georg Elser maandenlang alleen een bom in een pilaar van de Bürgerbräukeller om Hitler te doden. Hitler vertrok minuten te vroeg; Elser werd aan de grens opgepakt.

16 min lezenGeorg ElserBürgerbräukellerAanslag

Op een novemberavond in 1938 zat een stille man met eeltige handen aan een tafeltje in de Bürgerbräukeller in München. Hij bestelde één glas bier. Terwijl om hem heen duizenden bruinhemden juichten voor Adolf Hitler, die op het podium stond te schreeuwen over de glorie van het Derde Rijk, keek de man niet naar de Führer. Hij keek naar de pilaar erachter. Hij bestudeerde de houten lambrisering, de afstand tot het spreekgestoelte, de dikte van het metselwerk. Hij dronk zijn bier langzaam op, betaalde, en vertrok.

Niemand lette op hem. Niemand zou op hem letten. Hij was Georg Elser, een 35-jarige timmerman uit het Zwabische dorpje Königsbronn, en hij had zojuist besloten dat hij Adolf Hitler ging doden. Alleen. Zonder hulp van wie dan ook.

Wat volgde was een van de meest nauwgezette, eenzame en uiteindelijk tragische aanslagpogingen uit de twintigste eeuw. Een verhaal van meer dan dertig nachten kruipend door een donkere bierhall, van een zelfgebouwd klokmechanisme dat tot op de minuut nauwkeurig werkte, en van een man die alles goed deed, behalve één ding.

Georg Elser groeide op in de heuvels van de Schwäbische Alb, in een gezin dat weinig had. Zijn vader was houthandelaar en drinker, zijn moeder hield het huishouden draaiende met wat er overbleef. Georg bleek al jong uitzonderlijk handig. Op school viel hij niet op met woorden, maar met zijn handen maakte hij dingen die volwassen vaklieden verbaasden. Hij werd meubelmaker, later schrijnwerker, en ontwikkelde een reputatie als perfectionist. Collega's herinnerden zich later dat hij een kast drie keer uit elkaar haalde als de voegen niet exact sloten. Hij speelde citer in een volksorkestje, ging graag dansen, en had een rustig, teruggetrokken karakter. Politiek interesseerde hem nauwelijks, tot het nationaalsocialisme zijn dagelijks leven begon binnen te dringen.

Elser zag hoe de lonen daalden terwijl de partij beweerde dat het beter ging. Hij zag hoe arbeiders hun mond hielden uit angst. Hij merkte dat de boterprijs steeg, dat kleding duurder werd, dat de vrijheid om te zeggen wat je dacht verdampte als dauw in de ochtendzon. In 1938, toen Hitler de Sudetenland annexeerde en Europa op de rand van oorlog balanceerde, trok Elser zijn conclusie. Dit regime zou niet vanzelf verdwijnen. Iemand moest iets doen. En als niemand anders het deed, dan zou hij het doen.

De Bürgerbräukeller was de voor de hand liggende plek. Elk jaar op 8 november herdacht Hitler daar zijn mislukte putsch van 1923, de avond waarop hij met een groep aanhangers had geprobeerd de macht te grijpen in Beieren. Het was een ritueel geworden: Hitler sprak, de oude garde juichte, het bier vloeide. De locatie was voorspelbaar. De datum was voorspelbaar. Zelfs het tijdstip was voorspelbaar. En dus had Elser, die novemberavond in 1938, niet alleen een glas bier gedronken. Hij had een moordplan geboren zien worden.

Na de bijeenkomst van 1938 bleef Elser nog even hangen in de zaal. De bewaking was minimaal nadat Hitler was vertrokken. Hij liep rond, bekeek de pilaar achter het spreekgestoelte van dichtbij, schatte de afmetingen, en vertrok met een beeld in zijn hoofd dat hij de komende maanden zou verfijnen tot een blauwdruk.

Terug in Königsbronn begon hij aan de voorbereiding. Hij nam een baan in een steengroeve van de firma Vollmer, niet omdat hij het werk nodig had, maar omdat daar springstof werd gebruikt. Nacht na nacht stal hij kleine hoeveelheden dynamiet en slaghoedjes, die hij verstopte in een houten kist onder zijn bed. De hoeveelheden waren zo gering dat niemand het verschil merkte. Toen hij genoeg had, nam hij ontslag en vertrok naar München.

Op 1 september 1939, dezelfde dag dat Duitse troepen Polen binnenvielen en de Tweede Wereldoorlog begon, betrok Elser een kamer aan de Türkenstraße 94, op loopafstand van de Bürgerbräukeller. Hij had nog precies twee maanden.

Zijn routine was ijzeren discipline. Overdag werkte hij op zijn kamer aan het mechanisme dat de bom tot ontploffing moest brengen. Het was een ingenieus apparaat, volledig door hemzelf ontworpen en gebouwd. Het hart ervan was een houten kamrad met twaalf pinnen. Elke twaalf uur schoof één pin een positie verder, aangedreven door een aangepast klokmechanisme. Zo kon hij de ontsteking tot zes dagen vooruit instellen. De eigenlijke ontsteker bestond uit een stalen blok met drie nagels, die via een hefboomsysteem met veer tegelijkertijd op drie geweerpatronen zouden inslaan. De patronen ontstaken de springstof. Het was horlogemakerswerk, uitgevoerd door een timmerman, en het werkte feilloos.

's Avonds, rond acht uur, wandelde Elser naar de Bürgerbräukeller. Hij ging de eetzaal binnen, de Wirtschaftsraum, gescheiden van de grote feestzaal, en nam plaats aan de middelste tafel. Hij bestelde één glas bier. Altijd hetzelfde tafeltje. Altijd één glas. Hij at soms een eenvoudige maaltijd, betaalde rond tien uur, en stond op.

Maar in plaats van naar de uitgang te lopen, glipte hij via de garderobe de grote zaal in. Die was op gewone avonden leeg en donker. Sinds het uitbreken van de oorlog was zelfs de noodverlichting uitgeschakeld, alleen een vage lichtschijn vanuit de keuken en de kleedkamer viel door de kieren. In die duisternis sloop Elser langs de achterwand, de trap op naar de galerij, en vandaar naar de pilaar achter het podium.

Daar begon het echte werk.

De eerste drie nachten besteedde hij aan de houten lambrisering die om de pilaar zat. Met een fijne zaag sneed hij een rechthoekig paneel los, zo precies dat het er weer ingezet kon worden zonder dat iemand het verschil zag. Het hout klemde exact in de sponning. Erachter lag het metselwerk van de zuil zelf: massief baksteen, gebonden met harde mortel.

Vanaf de vierde nacht begon hij te beitelen. Op zijn knieën, in het donker, met alleen een zaklamp die hij afschermde met zijn hand, sloeg hij beitel op steen. Elke klap weerkaatste door de lege zaal. Elser had het geluid bestudeerd en wist dat de trams die buiten langsreden, en het gekletter van de keuken verderop, zijn gehamer maskeerden. Hij werkte in het ritme van de stad: slaan als er een tram passeerde, stilte als het stil was buiten.

Het puin, brokken baksteen, mortelgruis, steenstof, verzamelde hij in een kleine koffer. Elke ochtend, als de Bürgerbräukeller openging en het personeel de zaal betrad, was Elser al verdwenen. Hij liep met zijn koffer naar de Isar, de rivier die door München stroomt, en stortte het puin in het water. Dan ging hij terug naar zijn kamer om te slapen.

Nacht na nacht groef hij dieper. De holte in de pilaar groeide centimeter voor centimeter. Hij gebruikte beitels die hij zelf had geslepen, en een handboor voor de hardste stukken. Later schafte hij een accuboor aan. Het stof plakte aan zijn kleren, zijn haar, zijn wimpers. Hij waste zich elke ochtend grondig voordat hij naar buiten ging. Niemand mocht zien dat hij 's nachts in steen had gehakt.

Er waren momenten waarop het bijna misging. Op een avond hoorde hij voetstappen in de zaal beneden terwijl hij op de galerij zat. Hij drukte zich plat tegen de muur en bewoog niet. De voetstappen verdwenen. Een andere keer viel een stuk baksteen met een klap op de vloer die door de hele zaal galmde. Hij verstijfde, wachtte tien minuten, en werkte door.

Na meer dan dertig nachten was de holte groot genoeg. Het gat in de pilaar mat ongeveer 60 bij 30 centimeter en was diep genoeg om de volledige springlading te bevatten, plus het klokmechanisme en een laag kurk om het tikken te dempen.

Op de avond van 1 november keerde Elser voor de een-na-laatste keer terug naar de Bürgerbräukeller. Hij bestelde zijn glas bier, at, betaalde, en glipte de zaal in. Die nacht plaatste hij de springlading in de holte: dynamietstaven, verpakt in een houten kist bekleed met kurk. De volgende nacht, 2 november, monteerde hij het klokmechanisme en verbond de drie geweerpatronen met de ontsteker. Hij controleerde elke verbinding, elke veer, elke pin. Toen sloot hij het houten paneel, drukte het in de sponning, en veegde het stof weg.

Op de ochtend van 6 november stelde hij de twee uurwerken definitief in. Het kamrad begon te draaien. Pin voor pin schoof het mechanisme richting 8 november, 21:20 uur. Elser pakte zijn spullen, verliet zijn kamer aan de Türkenstraße, en nam de trein richting het zuiden. Richting de Zwitserse grens.

Achter hem, in de stille duisternis van een pilaar in een Münchense bierhal, tikte een klok.

Lees en luister verder

Dit verhaal, en de hele bibliotheek

Met Onverteld lees en beluister je elk verhaal volledig, meteen en zonder wachten. Probeer 7 dagen alles voor € 0,99.

Liever eerst horen hoe het klinkt? Beluister twee minuten van dit verhaal.

Je hoorde de eerste 2 minuten.

Het hele verhaal duurt 22 min. Met Onverteld luister je alles af, en staat je hele bibliotheek meteen open. Al lid? Log in

Probeer 7 dagen voor € 0,99

De Timmerman Die 35 Minuten Tekort Kwam

0:002:00 / 22:28