2003 · Bagdad, Irak
Qusay's Brief om Vier Uur 's Ochtends: 900 Miljoen Contant
Op de vooravond van de Irakoorlog haalde Qusay Hussein met een handgeschreven brief bijna 1 miljard dollar contant uit de Centrale Bank van Irak, een staatsroof zonder maskers, maar met tanks, familie en macht.

Op 18 maart 2003, ergens rond vier uur 's ochtends, ging in Bagdad een telefoon over. Aan de andere kant van de lijn klonk een stem die de gouverneur van de Centrale Bank van Irak onmiddellijk herkende. Het was geen stem waar je nee tegen zei. Het was geen stem waar je om opheldering vroeg. Het was de stem van iemand uit de binnenste kring van Saddam Hussein, en de boodschap was kort: maak de kluizen open. Er komt iemand langs.
Buiten was het stil in Bagdad. De straten lagen er verlaten bij, op een paar verdwaalde straathonden na. Maar de stilte was bedrieglijk. Ergens boven de Perzische Golf cirkelden Amerikaanse bommenwerpers. In Kuwait stonden 130.000 coalitietroepen klaar om de grens over te steken. President George W. Bush had Saddam Hussein een ultimatum van 48 uur gegeven om het land te verlaten. Dat ultimatum liep af. Iedereen in Bagdad wist dat de bommen zouden komen. De vraag was alleen wanneer.
En terwijl de stad sliep in die laatste uren van betrekkelijke vrede, reed een colonne voertuigen door de lege boulevards richting het bankdistrict. Voorop twee zwarte Mercedes-sedans met getinte ramen. Daarachter drie zware tractor-trailers, opleggers met open laadplatforms, het soort vrachtwagens waarmee je normaal bouwmaterialen of legervoorraden vervoert. De dieselmotoren brulden door de stille nacht. De koplampen sneden door het donker.
In de voorste Mercedes zat Qusay Hussein. Niet de oudste zoon van Saddam, dat was Uday, de onberekenbare, de man die bekendstond om zijn gewelddadige uitspattingen. Qusay was de andere zoon. De stille. De berekenende. Degene die het Iraakse veiligheidsapparaat controleerde, die de Republikeinse Garde aanstuurde, die door westerse inlichtingendiensten werd beschouwd als de waarschijnlijke opvolger van zijn vader. Qusay was 36 jaar oud en hij had die nacht een opdracht.
In de binnenzak van zijn jas droeg hij een brief.
De Centrale Bank van Irak stond aan de Rashid Street, in het hart van het oude Bagdad. Het was een imposant gebouw, zoals centrale banken dat overal ter wereld zijn, ontworpen om vertrouwen uit te stralen, om soliditeit te suggereren, om de boodschap af te geven dat het geld van de natie hier veilig lag. In de kluizen onder het gebouw lag op dat moment de harde-valutareserve van Irak: honderden miljoenen in Amerikaanse dollars en euro's, het spaargeld van een heel land, bijeengebracht uit olie-inkomsten en internationale handel.
Toen de colonne stopte voor de hoofdingang, stond de gouverneur van de bank al te wachten. Hij was gebeld, hij was gekomen, en hij had een kleine staf meegenomen, beveiligers, een paar administratieve medewerkers. Het was midden in de nacht. De normale werkdag begon pas om zes uur. Maar dit was geen normaal verzoek.
Qusay stapte uit de Mercedes. Hij liep naar de gouverneur en overhandigde de brief zonder een woord te zeggen. De gouverneur opende de envelop. Wat hij las, was geschreven in het kenmerkende, krullende handschrift van Saddam Hussein zelf. Bovenaan stond de aanduiding "Extreem Geheim." Daaronder een religieuze formule, "In de naam van God, de Barmhartige, de Genadevolle", en dan de opdracht.
De tekst was zakelijk en precies. Saddam gaf toestemming aan "de heer Qusay Saddam Hussein" en een tweede persoon, in zijn handschrift geschreven als "Hekmat Mezian Ibrahiem", om de volgende bedragen te ontvangen uit de Centrale Bank: ten eerste, 920 miljoen Amerikaanse dollar. Ten tweede, 90 miljoen euro. De reden die Saddam opgaf: om deze middelen "te beschermen en te behouden tegen Amerikaanse agressie." Onderaan stond zijn handtekening en een datum: 19 maart 2003.
De gouverneur las de brief. Hij keek op naar Qusay. En hij deed wat iedere ambtenaar in Saddams Irak zou doen wanneer hij een persoonlijk bevel van de president ontving. Zoals een bankfunctionaris het later zou verwoorden tegen journalisten van The Guardian: "Als je een bevel krijgt van Saddam Hussein, praat je niet terug."
Hij gaf opdracht de kluizen te openen.
Wat volgde was een operatie die in de bankgeschiedenis geen precedent kent. Niet omdat er eerder nooit geld uit een centrale bank was gestolen, dat was wel vaker gebeurd. Maar nooit op deze schaal, nooit zo openlijk, en nooit met een handgeschreven briefje als enige autorisatie.
De kluisdeur zoemde open. Achter het zware staal lag een wereld van geordende rijkdom: rijen metalen rekken, van vloer tot plafond gevuld met bankbiljetten. Het geld was verpakt in standaard bundels, strakke pakketjes van honderd-dollarbiljetten, bij elkaar gehouden door papieren bandjes. Daarnaast lagen bundels euro's, voornamelijk biljetten van 20 en 50 euro. Alles was geregistreerd, genummerd, gecatalogiseerd. In elke geldkist zaten papieren identificatiekaarten met stempels en aanduidingen van de inhoud, het soort nauwgezette administratie dat je verwacht van een centrale bank.
Buiten op de binnenplaats stonden de drie tractor-trailers te wachten met draaiende motoren. Felle bouwlampen waren neergezet om het terrein te verlichten, het was nog pikdonker, de ochtendschemering zou pas over twee uur komen. In het koude, witte licht van die lampen begon het werk.
De beveiligers van de bank, mannen in uniform, met pistoolriemen om hun middel, begonnen de geldkisten naar buiten te dragen. Het waren zware, roestvrijstalen koffers, het soort waarin centrale banken grote hoeveelheden contant geld transporteren. Elke koffer bevatte tussen de 1 en 2 miljoen dollar aan honderd-dollarbiljetten. IRS-agent Jeff Sandy, die later betrokken was bij het onderzoek, beschreef het proces: "De beveiligers van de Nationale Bank laadden het geld in roestvrijstalen koffers. De hoeveelheid per koffer was zo'n 1 tot 2 miljoen dollar."
Reken even mee. 920 miljoen dollar, verdeeld over koffers van gemiddeld anderhalf miljoen per stuk. Dat zijn ruwweg zeshonderd koffers. Plus de euro's. In totaal werden er die nacht 236 geldkisten geladen op de drie opleggers, sommige kisten groter dan de individuele koffers, gevuld met meerdere bundels tegelijk.
Een team van zes tot acht mannen werkte onafgebroken. Ze tilden de koffers op steekwagens, reden ze naar buiten, hesen ze op de laadplatforms van de vrachtwagens. Elke keer klonk het klikken van de metalen klemmen die de koffers afsloten. Elke keer het gekreun van mannen die tientallen kilo's aan bankbiljetten optilden. Een bundel van 10.000 honderd-dollarbiljetten, een miljoen dollar, weegt ongeveer 10 kilogram. De koffers zelf waren van staal. Elke koffer woog, gevuld, misschien 15 tot 25 kilo. Tweehonderdzesendertig keer dat gewicht optillen, verplaatsen, stapelen.
De geur van dieselrook vermengde zich met de droge nachtlucht. De motoren van de trucks bleven draaien, niemand wilde het risico lopen dat een motor niet zou starten als het tijd was om te vertrekken. Het geluid van de diesels vormde een constant, laag gebrom onder het werk. Daartussen het geritsel van bankbiljetten, het schrapen van metaal op metaal wanneer een koffer op de laadvloer werd geschoven, en af en toe een gedempte opdracht in het Arabisch.
Qusay zelf stond erbij en keek toe. Hij hoefde niets te dragen. Hij hoefde niets te tellen. Hij was er als de vertegenwoordiger van zijn vader, als het levende bewijs dat dit bevel echt was, dat dit geen vergissing was, dat niemand hier later kon zeggen dat hij niet wist wat er gebeurde. Zijn aanwezigheid was het stempel op de brief.
De operatie duurde ongeveer twee uur. Twee uur waarin een klein team van mannen systematisch bijna een miljard dollar aan contanten uit een centrale bank laadde. The New York Times reconstrueerde het later op basis van gelekte documenten: "Drie opleggers waren nodig om het geld te vervoeren. Het hele proces nam een team van arbeiders twee uur in beslag, en was voltooid vóór de werknemers van de bank op kantoor verschenen."
Dat laatste detail is veelzeggend. De normale staf van de Centrale Bank arriveerde om zes uur 's ochtends. Tegen die tijd waren de kluizen leeg, de vrachtwagens verdwenen, en de binnenplaats weer donker en stil. De bouwlampen waren weggehaald. De enige sporen waren bandensporen op het asfalt en de lege rekken in de kluis. De werknemers die die ochtend binnenkwamen, troffen een bank aan die van de ene op de andere dag haar reserves was kwijtgeraakt.
Maar waar ging het geld naartoe?
Lees en luister verder
Dit verhaal, en de hele bibliotheek
Met Onverteld lees en beluister je elk verhaal volledig, meteen en zonder wachten. Probeer 7 dagen alles voor € 0,99.
Liever eerst horen hoe het klinkt? Beluister twee minuten van dit verhaal.