1929 · Nagyrév, Hongarije
De Engelenmaakster Die Achttien Jaar Lang Vrijuit Ging
In Hongarije leidde de mysterieuze dood van tientallen dorpelingen naar Zsuzsanna Fazekas en de ‘engelenmaaksters’ van Nagyrév, die jarenlang arsenicum gebruikten als uitweg uit wanhoop, geweld en sociale gevangenschap.

Op een ochtend in juni 1929 opende een ambtenaar op het districtskantoor in Szolnok, een provinciestad in het hart van de Hongaarse laagvlakte, een envelop zonder afzender. De brief was geschreven in onhandig schrift, het soort handschrift van iemand die niet vaak een pen vasthield. De inhoud was kort en specifiek: in het dorp Nagyrév, vijftig kilometer verderop langs de Tisza, stierven al jaren opvallend veel mensen. Niet aan ziekte. Niet aan ouderdom. Aan gif.
De ambtenaar legde de brief op een stapel. Het was niet de eerste anonieme beschuldiging die binnenkwam uit de Tiszazug, het lage, moerassige rivierengebied ten zuiden van Szolnok. Maar deze keer stond er iets in wat moeilijk te negeren was: namen. Namen van overledenen. Namen van vrouwen die nog leefden.
Binnen enkele weken zou dat ene velletje papier leiden tot de grootste reeks exhumaties in de Hongaarse rechtsgeschiedenis. Forensisch onderzoekers zouden tientallen lichamen opgraven uit de kleigrond van dorpskerkhoven langs de Tisza. In bijna elk lichaam zouden ze hetzelfde aantreffen: arsenicum. Het gif bleek afkomstig uit een bron die in elk huishouden te vinden was. En de vrouw die het had verspreid, was dezelfde vrouw die het dorp al achttien jaar vertrouwde met geboorte, ziekte en dood.
Dit is het verhaal van de engelenmaaksters van Nagyrév.
Om te begrijpen hoe zoiets kon gebeuren, moet je eerst begrijpen wat Nagyrév was aan het begin van de twintigste eeuw. Het dorp lag in een bocht van de Tisza, de langste rivier van Hongarije, in een gebied dat de Tiszazug werd genoemd, letterlijk: de bocht van de Tisza. Het was een landschap van wilgen, rietvelden en overstromingsvlaktes, waar de modder in het voorjaar zo diep werd dat karrenwielen er tot de as in wegzakten.
Nagyrév telde een paar honderd zielen. De huizen waren laag, witgekalkt, met rieten daken. De meeste families leefden van wat de grond opbracht: tarwe, maïs, een paar varkens, een moestuin. Er was een kerk, een herberg, een dorpsbestuur. Wat er niet was: een arts. De dichtstbijzijnde dokter zat kilometers verderop, in een naburig stadje, en kwam alleen als hij werd gehaald, wat geld kostte dat de meeste families niet hadden. Voor alles wat met het lichaam te maken had, zwangerschap, bevalling, ziekte, dood, vertrouwde het dorp op één persoon: de vroedvrouw.
Ergens rond 1911 verscheen Zsuzsanna Fazekas in Nagyrév. De details van haar herkomst zijn schaars en niet in alle bronnen consistent. Wat wel vaststaat: ze presenteerde zich als bába, vroedvrouw, en ze vulde een vacuüm dat al jaren bestond. In een dorp zonder dokter was de vroedvrouw niet alleen degene die kinderen ter wereld hielp. Ze was ook degene die kruiden voorschreef tegen koorts, die wonden verbond, die bij sterfgevallen aanwezig was en, cruciaal, die kon bevestigen dat iemand aan natuurlijke oorzaken was overleden. In de praktijk fungeerde Fazekas als arts, apotheker en lijkschouwer tegelijk. Niemand controleerde haar. Er was niemand om haar te controleren.
Het dorp accepteerde haar. Ze was kundig genoeg om bevallingen te begeleiden, kende de planten en middelen die op het platteland werden gebruikt, en ze was beschikbaar, dag en nacht, voor iedereen. In een gemeenschap waar de overheid ver weg was en de kerk de enige andere autoriteit, werd Fazekas binnen enkele jaren de persoon tot wie vrouwen zich wendden met problemen die ze nergens anders kwijt konden.
Toen brak de Eerste Wereldoorlog uit. In 1914 vertrokken de mannen van Nagyrév naar het front, boerenzonen die nooit verder waren geweest dan de markt in Szolnok, nu op weg naar de loopgraven van Galicië en Servië. Het dorp bleef achter met vrouwen, kinderen en ouderen.
Maar het bleef niet leeg. Het Oostenrijks-Hongaarse leger richtte in de Tiszazug-regio interneringskampen in voor krijgsgevangenen, voornamelijk Russische en Italiaanse soldaten. Sommigen van hen werden ingezet als arbeidskrachten op de boerderijen die zonder mannen waren komen te zitten. Jonge, gezonde mannen kwamen terecht in huishoudens waar al jaren geen echtgenoot meer was. In de isolatie van het rivierenlandschap, ver van elke autoriteit, ontstonden verhoudingen.
Dit was geen geheim. In een dorp waar iedereen alles van iedereen wist, waren de relaties tussen dorpsvrouwen en krijgsgevangenen een publiek feit. Maar zolang de oorlog duurde, was er niemand die er iets van zei. De mannen waren weg. De vrouwen runden de boerderijen. De gevangenen werkten het land. Het leven ging door.
Daarom was de terugkeer van de soldaten na 1918 zo ontwrichtend. De mannen die terugkwamen, als ze terugkwamen, troffen een wereld aan die niet meer de hunne was. Hun vrouwen hadden jaren zelfstandig geleefd. Sommigen hadden relaties met andere mannen. De oorlog had de oude orde verbroken, maar de mannen verwachtten die oude orde terug. In een samenleving waar echtscheiding praktisch onmogelijk was, waar vrouwen geen eigen bezit hadden en waar een echtgenoot wettelijk het laatste woord had over alles, van geld tot kinderen tot het lichaam van zijn vrouw, zaten vrouwen vast. Vast in huwelijken die ze niet wilden, met mannen die ze niet meer kenden, in een dorp waar geen uitweg bestond.
Behalve één.
De eerste vrouw die bij Zsuzsanna Fazekas aanklopte met een verzoek dat niets met bevalling te maken had, is niet met zekerheid te identificeren. De bronnen spreken van meerdere gevallen in de jaren na de oorlog, maar exacte namen en data van de vroegste vergiftigingen zijn niet consistent overgeleverd. Wat wel vaststaat, uit de latere procesverslagen en uit de reportage van de schrijver Zsigmond Móricz die in 1930 bij het proces aanwezig was: het patroon was steeds hetzelfde.
Een vrouw kwam bij Fazekas. Ze had een probleem. Een echtgenoot die sloeg. Een schoonmoeder die het huishouden tiranniseerde. Een zieke ouder wiens verzorging het gezin uitputte. Een man die dronk en het geld erdoorheen joeg. Problemen waarvoor geen oplossing bestond, geen advocaat, geen maatschappelijk werker, geen vrouwenopvang, geen echtscheiding. Alleen Fazekas, in haar keuken, met een voorstel.
Het voorstel was eenvoudig. Het middel was overal verkrijgbaar. En de methode was zo alledaags dat niemand er vragen over zou stellen.
Vliegenpapier. Kleverige stroken papier, gecoat met een laag die arsenicum bevatte, bedoeld om vliegen aan te trekken en te doden. In het Hongarije van het interbellum hing het in elke keuken, elke stal, elke slaapkamer waar in de zomer de insecten binnenkwamen. Het was te koop bij elke marskramer, elke dorpswinkel. Niemand die het kocht hoefde zich te verantwoorden. Het was een huishoudelijk artikel, net als zeep of lucifers.
Wat Fazekas de vrouwen van Nagyrév leerde, was dit: neem een paar stroken vliegenpapier. Leg ze in een pan met water. Zet de pan op het fornuis. Laat het water langzaam koken, lang genoeg om de arsenicumverbinding uit het papier te trekken. Het papier zelf wordt zacht, valt uiteen, kan worden weggegooid. Wat overblijft is het water, helder, reukloos, smaakloos. Een vloeistof die in geen enkel opzicht te onderscheiden is van gewoon water.
Giet dat water door een doek om de laatste papiervezels eruit te filteren. Wat je overhoudt is een oplossing van arsenicumtrioxide. Een paar druppels in een glas pálinka, de sterke pruimenbrandewijn die in elk Hongaars huishouden stond, en de smaak van de alcohol overstemt alles. Meng het met honing voor een zieke die niet goed kan slikken, en het wordt een huismiddeltje, een slaapdrankje, iets wat een zorgzame echtgenote haar man geeft om beter te rusten.
Zsigmond Móricz beschreef het in zijn verslag van het proces in 1930 met klinische precisie: 's avonds maakt de vroedvrouw honing-pálinka klaar, "om beter te slapen." Het arsenicum wordt erin gemengd. Tegen de ochtend is de zieke "klaar": Móricz' woord, niet het mijne.
Lees en luister verder
Dit verhaal, en de hele bibliotheek
Met Onverteld lees en beluister je elk verhaal volledig, meteen en zonder wachten. Probeer 7 dagen alles voor € 0,99.
Liever eerst horen hoe het klinkt? Beluister twee minuten van dit verhaal.
