1940 · Oświęcim, Polen
De Man Die Zich Liet Arresteren om Auschwitz te Overleven
In 1940 liet de Poolse verzetsstrijder Witold Pilecki zich bewust arresteren om Auschwitz van binnenuit te onderzoeken. Wat hij daar ontdekte, smokkelde hij in geheime rapporten naar buiten.

Op de ochtend van 19 september 1940 stond een 39-jarige Poolse man bij een tramhalte in het centrum van Warschau. Hij droeg een eenvoudig overhemd, een donkere jas, en in zijn binnenzak zat een identiteitsbewijs op naam van Tomasz Serafiński. Dat was niet zijn echte naam. Hij heette Witold Pilecki, hij was kapitein in het Poolse leger, en hij wachtte op de Duitsers. Niet om te vluchten. Om gearresteerd te worden.
Ergens in de straten rondom hem klonk het geronk van motoren. Duitse vrachtwagens reden de wijk binnen. Soldaten sprongen van de laadvloeren, geweren in de aanslag, en begonnen mannen van de stoep te plukken. Dit was een łapanka, een straatrazzia waarbij de bezetter willekeurig burgers oppakte, soms honderden tegelijk, om ze als dwangarbeiders of politieke gevangenen af te voeren. De meeste Warschauers leefden in constante angst voor deze razzia's. Pilecki had er juist op gerekend.
De soldaten bereikten zijn deel van de straat. Een Wehrmacht-soldaat schreeuwde bevelen. Pilecki stak zijn handen omhoog, net als de tientallen mannen om hem heen. Toen een officier zijn papieren vroeg, overhandigde hij kalm het vervalste identiteitsbewijs. "Tomasz Serafiński," zei hij. De Duitser bekeek het document, knikte, en duwde hem richting de groep gearresteerden. Pilecki voegde zich bij de rij zonder verzet. Alles verliep precies zoals gepland.
Wat de Duitsers niet wisten, wat vrijwel niemand wist behalve een handvol mensen in het Poolse verzet, was dat deze arrestatie geen ongeluk was. Pilecki had zichzelf aangeboden voor een missie die geen enkel ander lid van de ondergrondse wilde uitvoeren. Hij zou zich laten deporteren naar een concentratiekamp dat nog geen jaar bestond, een plek waarover geruchten de ronde deden die zo gruwelijk waren dat niemand ze geloofde. Hij zou daar van binnenuit een verzetsnetwerk opbouwen en rapporten naar buiten smokkelen. Het kamp heette Auschwitz.
Het was een plan dat op waanzin leek. Niemand was ooit vrijwillig een Duits concentratiekamp binnengegaan.
Witold Pilecki was geboren in 1901 in een Pools gezin dat generaties lang had geleden onder Russische overheersing. Zijn grootvader was verbannen naar Siberië na een mislukte opstand tegen het tsarenrijk. Pilecki groeide op met het besef dat vrijheid iets was waarvoor je vocht, niet iets dat je cadeau kreeg. Als tiener sloot hij zich aan bij de Poolse padvinderij, die in werkelijkheid een dekmantel was voor paramilitaire training. Op zijn negentiende vocht hij al mee in de Pools-Russische oorlog van 1920, waar hij twee keer werd onderscheiden voor moed.
Tussen de oorlogen leidde Pilecki een betrekkelijk rustig leven. Hij trouwde, kreeg twee kinderen, en beheerde een klein landgoed in het oosten van Polen. Hij schilderde aquarellen in zijn vrije tijd. Buren kenden hem als een stille, bedachtzame man die graag paardrijdde en boeken las. Niets aan zijn uiterlijk, het smalle gezicht, de doordringende ogen, de keurige snor, verried dat hij een van de moedigste verzetsstrijders van de twintigste eeuw zou worden.
Toen Duitsland op 1 september 1939 Polen binnenviel, meldde Pilecki zich onmiddellijk bij zijn eenheid. Hij vocht in de septembercampagne, de korte maar bloedige verdediging van Polen die eindigde met een volledige Duitse bezetting. Na de capitulatie dook Pilecki onder in Warschau en richtte samen met een andere officier een van de eerste Poolse verzetsorganisaties op: de Tajna Armia Polska, het Geheime Poolse Leger. Het was een netwerk van voormalige militairen dat inlichtingen verzamelde, sabotageacties plande, en wachtte op het juiste moment om in opstand te komen.
In de zomer van 1940 bereikten het verzet verontrustende berichten over een nieuw Duits kamp bij het stadje Oświęcim, zo'n 60 kilometer ten westen van Kraków. De Duitsers hadden de stad hernoemd tot Auschwitz en een voormalige Poolse artilleriekazerne omgebouwd tot concentratiekamp. Op 27 april 1940 had Heinrich Himmler, de leider van de SS, persoonlijk het bevel gegeven tot de oprichting. Op 14 juni 1940 was het eerste grote transport aangekomen: 728 Poolse politieke gevangenen uit de gevangenis van Tarnów. De weinige berichten die het verzet bereikten, spraken van systematische mishandeling, willekeurige executies en onmenselijke omstandigheden. Het probleem was dat niemand precies wist wat er werkelijk gebeurde. Er was geen betrouwbare bron van binnenuit.
Pilecki's commandant, majoor Włodarkiewicz, legde het dilemma voor aan zijn officieren. Ze hadden iemand nodig in het kamp. Iemand die kon observeren, organiseren, en informatie naar buiten kon krijgen. Het was in feite een zelfmoordmissie, de kans om levend terug te keren was minimaal. Pilecki bood zich aan. Volgens latere getuigenissen aarzelde hij geen moment.
De voorbereiding was minimaal. Een arts die banden had met het verzet, vermoedelijk een zekere dokter Władysław Dering, regelde een vals identiteitsbewijs op naam van Tomasz Serafiński, een echte persoon die ermee had ingestemd zijn naam te laten gebruiken. Pilecki memoriseerde de basisgegevens van Serafiński's leven: geboortedatum, woonplaats, beroep. Verder had hij niets. Geen wapen, geen zendapparatuur, geen ontsnappingsplan. Alleen een naam die niet de zijne was, en de wetenschap dat hij zich vrijwillig in de hel begaf.
Op 19 september 1940 liep hij de łapanka in.
De drie dagen die volgden op zijn arrestatie waren een voorproefje van wat komen zou. Samen met ongeveer 2000 andere opgepakte mannen werd Pilecki vastgehouden in een kazerne in Warschau. De gevangenen sliepen op de grond, kregen nauwelijks water, en werden bij het minste geringste geslagen door bewakers. Op 21 september werden ze in veewagons geladen, houten wagons zonder ramen, bedoeld voor veetransport, waarin tientallen mannen op elkaar geperst stonden. De deuren werden dichtgeschoven en vergrendeld.
De trein reed zuidwaarts door het Poolse landschap. Door de kieren in het hout zag Pilecki flarden van het platteland voorbijglijden: akkers, boerderijen, kerktorens. De lucht in de wagon was verstikkend. Mannen vielen flauw, anderen baden hardop. Sommigen huilden. Pilecki zweeg. Hij wist waar de trein naartoe ging. De anderen niet.
Op 22 september 1940, in de vroege ochtend, stopte de trein. De deuren werden opengerukt. Daglicht stroomde naar binnen, samen met het geblaf van honden en het geschreeuw van SS-bewakers. "Raus! Raus! Schnell!" De mannen strompelden naar buiten, verblind door het licht, en werden onmiddellijk in rijen opgesteld. Pilecki zette zijn voeten op de grond van Auschwitz.
Het eerste wat hij zag was het hek. Boven de hoofdingang van het kamp hing een smeedijzeren bord met de woorden "Arbeit Macht Frei": Werk Bevrijdt. Erachter strekten zich rijen lage, bakstenen gebouwen uit, omringd door dubbele rijen prikkeldraad onder hoogspanning. Wachttorens rezen op aan elke hoek. De geur was het tweede wat hem trof: een zoetige, weeïge lucht die hij niet onmiddellijk kon plaatsen. Later zou hij begrijpen dat het de geur was van het crematorium, dat dag en nacht brandde.
De ontvangst was ontworpen om elke vorm van menselijke waardigheid te vernietigen. SS-bewakers sloegen willekeurig op de nieuwkomers in terwijl ze van de trein naar het kampterrein marcheerden. Een SS-Hauptsturmführer, vermoedelijk Karl Fritzsch, de plaatsvervangend kampcommandant, hield een toespraak die Pilecki later bijna woordelijk zou opschrijven in zijn rapport. "Jullie zijn hier niet in een sanatorium terechtgekomen," schreeuwde Fritzsch. "Dit is een Duits concentratiekamp, en de enige uitweg is door de schoorsteen. Als iemand dat niet bevalt, kan hij nu meteen naar het prikkeldraad lopen. Als er Joden in dit transport zitten: jullie hebben het recht om niet langer dan twee weken te leven."
Pilecki stond in de rij en luisterde. Om hem heen zag hij mannen die trilden, mannen die huilden, mannen die verstijfd waren van angst. Een gevangene die niet snel genoeg bewoog, werd door een bewaker met een geweerkolf in het gezicht geslagen. De man viel op de kasseien. Niemand hielp hem overeind. Niemand durfde.
Daarna volgde de registratieprocedure. De gevangenen werden een voor een naar een barak geleid waar hun hoofden werden kaalgeschoren, hun kleding werd afgepakt, en ze een gestreept gevangenisuniform kregen, de beruchte blauw-grijze pyjama die het symbool zou worden van het kamp. Pilecki moest zijn nummer onthouden: 4859. Het werd op een strook stof genaaid die op zijn borst werd bevestigd. Vanaf dat moment had hij geen naam meer. Hij was nummer 4859.
Tijdens de registratie moest elke gevangene een houten bordje met zijn nummer vasthouden terwijl er een foto werd gemaakt, drie opnames: van voren, van opzij, en met pet. Pilecki's registratiefoto is bewaard gebleven. Het toont een man met een kaalgeschoren hoofd, een aquilijnneus, borstelige wenkbrauwen, en ogen die recht in de camera kijken. Er is geen angst in die ogen te lezen. Eerder iets van vastberadenheid, alsof hij de fotograaf uitdaagt.
Bij het vasthouden van het nummerbordje tussen zijn tanden, een vernederende procedure die de SS had bedacht, werd Pilecki door een bewaker met een stok in het gezicht geslagen. Twee van zijn voortanden braken af. Het bloed liep over zijn kin en druppelde op het gestreepte uniform. "Het was hier dat ik mijn eerste twee tanden verloor," schreef hij later in zijn rapport, met de droge, bijna klinische toon die kenmerkend zou worden voor zijn verslagen.
De eerste weken in Auschwitz waren een oefening in overleven. Het kamp was in september 1940 nog relatief klein, enkele duizenden gevangenen, voornamelijk Poolse politieke gevangenen en een groep Duitse criminelen die als kapo's fungeerden. De kapo's waren gevangenen die door de SS waren aangesteld om andere gevangenen te bewaken en te straffen. Veel van hen waren wreder dan de SS-bewakers zelf, omdat hun eigen overleving afhing van hun brutaliteit.
Lees en luister verder
Dit verhaal, en de hele bibliotheek
Met Onverteld lees en beluister je elk verhaal volledig, meteen en zonder wachten. Probeer 7 dagen alles voor € 0,99.
Liever eerst horen hoe het klinkt? Beluister twee minuten van dit verhaal.
