1975 · New York City, Verenigde Staten / Polen
De Man Die Auschwitz Overleefde en Zijn Beul in Queens Vond
Poolse overlevende Josef Lewkowicz herkent in 1975 in New York een voormalige nazi-beul die onder een nieuwe naam leefde. Zijn jacht helpt decennia later een oorlogsmisdadiger ontmaskeren.

Josef Lewkowicz werd geboren op 15 maart 1926 in Działoszyce, een stadje in het zuiden van Polen waar de straten naar modder roken en de marktdag op dinsdag viel. Zijn familie was groot, meer dan 150 mensen droegen de naam Lewkowicz of waren eraan verwant. Ooms, tantes, neven, nichten, grootouders. Ze woonden verspreid over het stadje en de omliggende dorpen, verbonden door sjabbatdiners en bruiloften en de geur van challah die op vrijdagmiddag uit open ramen dreef.
Tegen het einde van de oorlog zou Josef de enige overlevende zijn.
Maar dat wist hij nog niet toen hij als zeventienjarige in 1943 door de poorten van concentratiekamp Płaszów werd geduwd, een kamp op de heuvels ten zuiden van Kraków. Het kamp was gebouwd op twee voormalige Joodse begraafplaatsen, de grafstenen waren uit de grond gerukt en gebruikt als bestrating. Gevangenen liepen letterlijk over de doden.
De commandant van Płaszów heette Amon Göth. Een Oostenrijkse SS-Hauptsturmführer van 1 meter 93, zwaar gebouwd, met een voorliefde voor twee grote honden die hij op gevangenen afstuurde. Göth begon zijn ochtenden regelmatig op het balkon van zijn villa, die uitkeek over het kamp. Vandaar schoot hij met een geweer op willekeurige gevangenen die beneden aan het werk waren. Niet omdat ze iets verkeerd deden. Omdat hij het kon.
Op een ochtend in Płaszów stond Josef Lewkowicz op het binnenplein toen Göth op hem afliep. De commandant hief zijn pistool en drukte de loop tegen Josefs voorhoofd. De kou van het metaal. Het gewicht van de stilte eromheen. Gevangenen die verstijfden waar ze stonden.
Wat er toen gebeurde, was even willekeurig als alles in Płaszów. Wilek Chilowicz, een hoofd-Kapo, een gevangene die door de nazi's was aangesteld om andere gevangenen in het gareel te houden, sprong naar voren en begon Josef te slaan. Hard. Herhaaldelijk. Tot Josef het bewustzijn verloor en op de grond zakte. Het was een berekende daad van wreedheid die paradoxaal genoeg zijn leven redde: Göth beschouwde de afstraffing als voldoende. Hij draaide zich om, richtte zijn pistool op een andere gevangene, en schoot.
Josef Lewkowicz overleefde die ochtend. Daarna overleefde hij de ontruiming van Płaszów. Daarna Auschwitz. Daarna Mauthausen. Daarna het subkamp Ebensee, diep in de Oostenrijkse Alpen, waar gevangenen in tunnels werkten die uit de rotswanden waren gehakt voor ondergrondse wapenfabrieken. In totaal doorstond hij zes concentratiekampen. Toen Amerikaanse troepen Ebensee op 6 mei 1945 bevrijdden, woog hij nog amper veertig kilo.
Hij was negentien jaar oud.
De meeste overlevenden probeerden na de bevrijding de scherven van hun leven bij elkaar te rapen. Ze zochten familieleden, probeerden terug te keren naar huizen die niet meer bestonden, of vertrokken naar Palestina of Amerika. Josef Lewkowicz deed iets anders. Hij ging jagen.
Het Amerikaanse leger had in de maanden na de capitulatie een enorm logistiek probleem. Miljoenen Duitse krijgsgevangenen zaten in kampen verspreid over heel Europa, en tussen hen bevonden zich ongetwijfeld SS'ers, kampbewakers en oorlogsmisdadigers die hun uniformen hadden uitgetrokken en zich voordeden als gewone soldaten. Het leger had mensen nodig die gezichten konden herkennen. Mensen die wisten hoe een SS-bewaker eruitzag, hoe hij liep, hoe hij sprak. Mensen die de kampen van binnenuit kenden.
Josef Lewkowicz was zo iemand. De Amerikanen gaven hem papieren, een auto en een opdracht: rij langs de krijgsgevangenenkampen en identificeer wie je herkent.
Lewkowicz reed door een Europa dat nog nasmeulde. Verwoeste bruggen, platgebombardeerde steden, wegen vol vluchtelingen die in tegengestelde richtingen liepen. Bij elk krijgsgevangenenkamp stapte hij uit, toonde zijn papieren met het zegel van de U.S. Army, en liep langs de rijen Duitse gevangenen. Hij keek naar gezichten. Sommige herkende hij onmiddellijk, de manier waarop een kaak bewoog, een litteken boven een wenkbrauw, de houding van iemand die gewend was bevelen te schreeuwen.
Zijn belangrijkste doelwit was Amon Göth zelf. Göth was na de oorlog ondergedoken in de omgeving van het Oostenrijkse Zell am See, een idyllisch stadje aan een bergmeer waar veel nazi's naartoe waren gevlucht. Lewkowicz werkte wekenlang samen met Amerikaanse inlichtingenofficieren om Göths schuilplaats te achterhalen. Hij sprak met lokale bewoners, volgde aanwijzingen, trok door bergpassen in Tirol. Uiteindelijk werd Göth gevonden en overgebracht naar Dachau, dat nu diende als detentiecentrum voor oorlogsmisdadigers.
In september 1946 stond Amon Göth terecht in Kraków. De aanklacht: de moord op duizenden gevangenen in Płaszów. Josef Lewkowicz getuigde. Hij stond in dezelfde rechtszaal als de man die ooit een pistool tegen zijn voorhoofd had gedrukt, en hij vertelde precies wat hij had gezien. Op 13 september 1946 werd Göth opgehangen in de Montelupich-gevangenis in Kraków. Hij was 37 jaar oud.
Maar Lewkowicz was niet klaar. Göth was slechts één naam op een lange lijst. In de jaren die volgden, getuigde hij tegen Julius Ludolf en Otto Striegel, commandanten van het concentratiekamp Mielec, en tegen Johannes Grimm en Hans Kreindl van het kamp Amstetten. Bij elk proces reed hij naar de rechtbank, legde zijn hand op een bijbel of een thora, en vertelde wat hij had meegemaakt. Elke getuigenis kostte hem iets, het herbeleven van momenten die de meeste mensen zouden willen vergeten. Toch deed hij het, keer op keer.
Er was één principe dat hem door die jaren heen leidde. Hij formuleerde het later als volgt: "I must not become an animal like them." Het was een grens die hij zichzelf stelde. Hij jaagde op oorlogsmisdadigers niet uit wraak, maar uit een overtuiging dat gerechtigheid iets anders was dan vergelding. Het onderscheid was smal, maar voor Lewkowicz was het allesbepalend.
Naast de jacht op daders wijdde hij zich aan iets dat minder dramatisch klonk maar minstens zo belangrijk was: het terugvinden van kinderen. Tijdens de oorlog waren honderden Joodse kinderen door hun ouders ondergebracht bij Poolse boerenfamilies, in de hoop dat ze daar de bezetting zouden overleven. Veel van die ouders waren vermoord. De kinderen, sommigen nog peuters toen ze werden achtergelaten, groeiden op zonder te weten wie ze waren. Lewkowicz spoorde er meer dan 600 op. Hij reisde van boerderij naar boerderij, klopte op deuren, toonde lijsten met namen. De kinderen die hij vond, hielp hij naar Palestina te brengen, waar ze een nieuw leven konden beginnen.
Er was nog een opmerkelijke episode. Oskar Schindler, de industrieel die tijdens de oorlog meer dan duizend Joden had gered door ze in zijn fabriek te werk te stellen, werd na de oorlog zelf beschuldigd van collaboratie met de nazi's. Het waren valse beschuldigingen, maar ze bedreigden zijn reputatie en zijn vrijheid. Schindler wendde zich tot Lewkowicz voor hulp. Lewkowicz, die Schindler kende uit de oorlogsjaren, verzamelde documenten en getuigenissen die de beschuldigingen weerlegden. Tijdens de Hongaarse Opstand van 1956 wist hij in Boedapest een deel van Schindlers persoonlijke geschriften veilig te stellen, papieren die later cruciaal bleken om Schindlers naam te zuiveren.
Het verhaal van Oskar Schindler werd uiteindelijk wereldberoemd door Steven Spielbergs film uit 1993. Het verhaal van de man die hielp Schindler vrij te pleiten, bleef vrijwel onbekend.
In de decennia na de oorlog verhuisde Lewkowicz meerdere keren. Hij woonde in Zuid-Amerika, daarna in Montreal. Uiteindelijk vestigde hij zich in Israël, waar hij op hoge leeftijd nog steeds interviews gaf over zijn ervaringen. Zijn geheugen voor gezichten bleef scherp. In een radiointerview in 2023, toen hij 97 was, zei hij over Amon Göth: "I recognized him right away. I saw that murderer's face. I knew it very, very well."
Dat vermogen om gezichten te onthouden, om decennia later nog precies te weten hoe iemand eruitzag, was niet uniek voor Lewkowicz. Het was een eigenschap die veel overlevenden deelden. De gezichten van hun beulen waren in hun geheugen gebrand met een intensiteit die de tijd niet kon uitwissen. Het was ook precies deze eigenschap die de basis vormde voor een van de langstlopende nazijachten in de Amerikaanse geschiedenis.
Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, in een rustige woonwijk in Queens, New York, leefde een man die alles had gedaan om zijn verleden uit te wissen.
Lees en luister verder
Dit verhaal, en de hele bibliotheek
Met Onverteld lees en beluister je elk verhaal volledig, meteen en zonder wachten. Probeer 7 dagen alles voor € 0,99.
Liever eerst horen hoe het klinkt? Beluister twee minuten van dit verhaal.



