ONVERTELD
← Alle verhalen

1775 · Livorno / Sint-Petersburg, Rusland

De Valse Tsarendochter Die Catharina de Grote Deed Beven

In 1775 overtuigde een mysterieuze oplichtster Europese elites dat zij de geheime dochter van tsarina Elizabeth was. Met vervalste brieven, politieke intrige en pure brutaliteit kwam ze gevaarlijk dicht bij macht.

18 min lezenPrinses TarakanovaIdentiteitsfraudeOplichting

In het voorjaar van 1775 arriveerde er een brief in de Italiaanse havenstad Livorno. De brief was gericht aan graaf Aleksej Orlov, een van de machtigste mannen van het Russische Rijk, oorlogsheld, vertrouweling van keizerin Catharina de Grote, en bevelhebber van de Russische vloot in de Middellandse Zee. De afzender was een vrouw die zichzelf prinses Jelizaveta noemde, dochter van de overleden tsarina Elizabeth van Rusland. Ze schreef Orlov dat zij de rechtmatige erfgename was van de Russische troon. En ze deed hem een aanbod dat even brutaal als verleidelijk was: als hij haar hielp de kroon te grijpen, zou hij naast haar regeren.

Orlov las de brief, vouwde het papier dicht, en begon een plan te smeden. Niet om haar te helpen. Om haar te vernietigen.

Het verhaal van de vrouw die bekendstaat als prinses Tarakanova is een van de opmerkelijkste bedriegerijen uit de achttiende eeuw. Een vrouw zonder verifieerbare afkomst, zonder leger, zonder land, wist jarenlang de hoven van Europa te bespelen met niets anders dan haar overtuigingskracht, haar charme en een claim die niemand kon bewijzen, maar ook niemand volledig kon weerleggen. Ze dwong de machtigste vrouw ter wereld, Catharina de Grote, tot het opzetten van een internationale geheime operatie om haar uit te schakelen. En het middel dat Catharina koos, was even meedogenloos als het briljant was: een nep-huwelijk, een oorlogsschip, en een man die bereid was te liegen over liefde.

Niemand weet waar ze vandaan kwam. Dat is misschien wel het meest opmerkelijke aan het hele verhaal: ondanks alle verhoren, alle brieven, alle diplomatieke correspondentie die bewaard is gebleven, is de werkelijke identiteit van prinses Tarakanova nooit vastgesteld. Ze dook op in de vroege jaren 1770 in de salons van Europa, eerst in Gent, toen in Parijs, later in Venetië en de Duitse staten, als een vrouw van onbestemde leeftijd, opvallende schoonheid en een talent voor het aannemen van nieuwe namen dat grenst aan het virtuoze.

In Parijs noemde ze zichzelf prinses Voldomir. In Venetië werd ze Madame Tremouille. In de Duitse landen opereerde ze als Fräulein Frank. Soms reisde ze met een mysterieuze metgezel die zich Baron Embs noemde, een man die later vooral opviel door de schulden die hij overal achterliet. Elke keer dat de rekeningen zich opstapelden of de vragen te indringend werden, verdween ze naar een nieuwe stad, met een nieuwe naam en een nieuw verhaal.

Maar één claim bleef constant, als een rode draad door al haar vermommingen: ze was van koninklijk bloed. Specifiek beweerde ze de geheime dochter te zijn van tsarina Elizabeth Petrovna, de vorige keizerin van Rusland, en van Aleksej Razumovsky, Elizabeths favoriete minnaar. Volgens haar eigen verhaal was ze als kind verborgen en naar het buitenland gesmokkeld om haar te beschermen tegen politieke vijanden.

Het was een buitengewoon gewaagde bewering. Maar ze was niet uit de lucht gegrepen, en dat maakte haar zo gevaarlijk.

Tsarina Elizabeth had inderdaad een langdurige relatie gehad met Razumovsky. Volgens hardnekkige geruchten aan het Russische hof hadden de twee in het geheim een dochter gekregen, een meisje genaamd Augusta, dat onder de naam Dosifeja was weggestopt in een afgelegen klooster. Het bestaan van deze verborgen dochter was nooit officieel bevestigd, maar ook nooit overtuigend ontkend. Het was precies het soort dynastiek geheim waar een slimme oplichter gebruik van kon maken, of, als de claim waar was, precies het soort geheim dat een zittende keizerin tot het uiterste zou drijven om te beschermen.

Catharina de Grote had de troon in 1762 gegrepen via een staatsgreep tegen haar eigen echtgenoot, tsaar Peter III. Haar legitimiteit was altijd kwetsbaar geweest. Ze was niet geboren als Russische, ze was een Duitse prinses uit het kleine vorstendom Anhalt-Zerbst, en haar greep naar de macht was gewelddadig en omstreden geweest. Peter III was kort na de coup onder verdachte omstandigheden overleden. Als er ergens een echte dochter van tsarina Elizabeth rondliep, iemand met meer Russisch bloed en een sterkere dynastieke claim dan Catharina zelf, dan was dat niet zomaar een curiositeit. Dan was dat een existentiële bedreiging.

De eerste keer dat Catharina hoorde over de mysterieuze pretendent was waarschijnlijk in 1774, toen diplomatieke rapporten uit Italië en Frankrijk melding maakten van een vrouw die zich openlijk presenteerde als Russische troonpretendent. De berichten waren verontrustend specifiek. De vrouw beweerde niet alleen van koninklijke afkomst te zijn, ze zocht actief steun bij buitenlandse mogendheden. Ze schreef brieven aan diplomaten, zocht contact met de Ottomaanse sultan, en probeerde geld en militaire steun los te krijgen voor wat ze presenteerde als haar rechtmatige terugkeer naar de Russische troon.

In Parijs had ze een tijdlang een weelderig leven geleid op krediet, omringd door bewonderaars die gefascineerd waren door haar verhaal en haar uitstraling. Maar het Parijse avontuur eindigde zoals haar avonturen altijd eindigden: met onbetaalde rekeningen en een haastig vertrek. Ze trok naar het zuiden, naar Italië, waar ze haar campagne voortzette met onverminderde energie.

Catharina besloot dat het genoeg was. De vrouw mocht dan een oplichster zijn, en Catharina was ervan overtuigd dat ze dat was, maar haar beweringen raakten een zenuw. In het Russische Rijk woedde op dat moment de opstand van Jemeljan Poegatsjov, een kozakkenleider die beweerde de vermoorde tsaar Peter III te zijn. Het Russische Rijk was kwetsbaar voor pretendenten, voor mensen die de legitimiteit van de troon in twijfel trokken. Catharina kon het zich niet veroorloven om nog een rivaal ongehinderd door Europa te laten reizen.

Ze had een man nodig die het probleem kon oplossen. Discreet, effectief, en ver van Russische bodem. Ze koos Aleksej Orlov.

Graaf Aleksej Grigorjevitsj Orlov was geen subtiel man. Hij was groot, breed, en droeg een litteken dwars over zijn gezicht, een souvenir uit een kroeggevecht in zijn jongere jaren. Samen met zijn broer Grigori had hij een sleutelrol gespeeld in de staatsgreep die Catharina aan de macht had gebracht. Grigori was jarenlang Catharina's minnaar geweest. Aleksej was de man die het vuile werk deed. Bij de slag bij Tsjesmé in 1770 had hij de Ottomaanse vloot vernietigd en was hij een nationale held geworden. Nu lag hij met zijn eskader in de Middellandse Zee, officieel om Russische belangen te beschermen, maar in de praktijk met weinig te doen.

Catharina's instructies waren helder: vind de vrouw, krijg haar in handen, en breng haar naar Rusland. Hoe Orlov dat voor elkaar kreeg, was zijn zaak.

Orlov begon met inlichtingenwerk. Via diplomatieke kanalen en informanten volgde hij het spoor van de pretendent door Italië. Hij ontdekte dat ze contact had gezocht met Sir William Hamilton, de Britse gezant in Napels, dezelfde Hamilton die later beroemd zou worden als echtgenoot van Nelsons minnares Emma. De correspondentie tussen de pretendent en Hamilton, die bewaard is gebleven en in 2003 bij Christie's werd geveild, onthult een vrouw van adembenemende brutaliteit. Ze vroeg Hamilton om een vals paspoort voor een reis naar Constantinopel. Ze vroeg hem om een lening van 7000 sequins, een fortuin, met als onderpand landgoederen die ze niet bezat. Hamilton, die haar doorzag, schreef aan Orlov dat het personage ofwel krankzinnig was, ofwel een avonturierster. Orlov antwoordde in het Frans: "Ce personnage doit être ou une folle ou comme vous dites une aventurière." Dit persoon moet ofwel gek zijn, of zoals u zegt, een avonturierster.

Maar Orlov had geen belangstelling voor een academisch debat over haar geestelijke gezondheid. Hij had een plan.

Het plan was even eenvoudig als wreed: Orlov zou doen alsof hij zelf een ontevreden edelman was, iemand die in ongenade was gevallen bij Catharina en bereid was om de pretendent te steunen. Hij zou haar vertrouwen winnen. En dan zou hij toeslaan.

Catharina speelde mee. Via kanalen die de pretendent kon verifiëren, liet ze geruchten verspreiden dat Orlov uit de gratie was geraakt. Het was een geloofwaardig verhaal, de Orlov-broers hadden inderdaad aan invloed ingeboet sinds Catharina nieuwe favorieten had gevonden. De pretendent, die wanhopig op zoek was naar machtige bondgenoten, hapte toe.

Ze schreef Orlov een brief. De inhoud was zo ambitieus dat het bijna komisch was, ware het niet dat ze het volkomen serieus meende. Ze bood hem aan om, zodra zij de troon had bestegen, naast haar te regeren. Het was een aanbod dat alleen iemand kon doen die volledig geloofde in haar eigen verhaal, of die zo wanhopig was dat ze bereid was alles te beloven.

Orlov nam zijn tijd. Hij beantwoordde haar brieven met berekende warmte. Hij toonde interesse, stelde vragen, liet doorschemeren dat hij haar claim serieus nam. Langzaam, over weken, bouwde hij een relatie op die steeds persoonlijker werd. En toen deed hij iets wat de pretendent niet had verwacht: hij deed haar een huwelijksaanzoek.

Voor de vrouw die zichzelf als prinses beschouwde, moet dit als een triomf hebben gevoeld. Orlov was niet zomaar een edelman, hij was een oorlogsheld, een graaf, een man met een eigen vloot. Een huwelijk met hem zou haar claim onmiddellijk geloofwaardiger maken. Het zou haar een leger geven, een naam, een basis van waaruit ze haar campagne kon voeren. Ze accepteerde vrijwel onmiddellijk.

Orlov stelde voor om de bruiloft te houden in Livorno, de Toscaanse havenstad waar zijn eskader voor anker lag. En hij had een bijzonder voorstel voor de locatie van de ceremonie: aan boord van zijn eigen oorlogsschip. Het argument klonk logisch, op een Russisch schip zou de ceremonie technisch op Russisch grondgebied plaatsvinden, wat de huwelijksvoltrekking volgens Russisch recht geldig zou maken. Het was een sluw juridisch detail. Het was ook een val.

Livorno in mei 1775. De Toscaanse havenstad lag vol schepen, koopvaarders, vissersschuiten, en de imposante silhouetten van Russische oorlogsbodems die in de baai voor anker lagen. De kade rook naar zout water, teer en gedroogde vis. Meeuwen cirkelden boven de masten. Het was een warme lentedag, het soort dag waarop de Middellandse Zee blauwer lijkt dan elders ter wereld.

De vrouw die zichzelf prinses Jelizaveta noemde, stond die ochtend op de kade in haar mooiste kleding. Bronnen spreken van een weelderige achttiende-eeuwse japon, satijn of zijde, licht van kleur, met borduursel en juweelbeslag. Haar haar was hoog opgestoken en versierd. Ze droeg sieraden die pasten bij de rol die ze speelde: die van een vrouw van koninklijke afkomst die op het punt stond te trouwen met een van de machtigste mannen van Rusland.

Bij de waterlijn wachtte een houten sloep, bemand door twee matrozen. De sloep zou haar naar het schip brengen dat verderop in de baai lag: Orlovs vlaggenschip, een Russisch oorlogsschip met kanonnen langs de flanken en de Russische vlag in de mast. Aan boord, zo was haar verteld, wachtte Orlov met een priester en een kleine kring van getuigen.

Ze stapte in de sloep. De matrozen roeiden haar over het kalme water van de baai. De sloep kloste zachtjes tegen de golven. Naarmate het schip dichterbij kwam, werden de details zichtbaar: de donkere romp, de touwen die langs de zijkant hingen, de geschilderde relingen, het trapje dat vanaf het water naar het dek leidde. Ergens aan boord klonk muziek, of in elk geval geluiden die deden denken aan een feestelijke gelegenheid.

De sloep kwam langszij. Een matroos greep het touw dat van bovenaf werd neergelaten en maakte de boot vast. Het houten trapje langs de scheepsromp was smal en steil, met touwen als leuning. De vrouw greep de touwen vast, zette haar voet op de eerste sport, en klom omhoog. Haar japon ving de wind. Onder haar klotste het water van de Middellandse Zee tegen de romp.

Haar rechtervoet raakte het dek.

Op dat moment klonk een scherp fluitsignaal.

Vanuit de kajuit, vanachter de kanonnen, vanonder het zeil, overal tegelijk, zo leek het, verschenen soldaten. Vijftien man, misschien meer, in Russische marine-uniformen. Ze bewogen snel en gecoördineerd, als mannen die dit hadden geoefend. De eerste greep haar bij de arm, nog voordat ze haar tweede voet op het dek had gezet. Een tweede soldaat pakte haar andere pols. Een derde hield handboeien klaar, ijzeren schakels die glommen in het zonlicht.

De vrouw verzette zich. Ze trok haar arm los, deed een stap achteruit, maar er was nergens om naartoe, achter haar was alleen het trapje, en daaronder het water. De soldaten drongen aan. Iemand greep de stof van haar japon. Een handschoen scheurde los en bleef achter in de hand van een soldaat. De handboeien klikten dicht om haar polsen, eerst de rechter, toen de linker. Het metaal was koud tegen haar huid.

Op het bovendek verscheen Orlov. Hij droeg zijn volledige ceremoniële uniform, donkerblauw met gouddraad, epauletten op de schouders, een sabel aan zijn zij. Hij stond wijdbeens op het dek, de handen op de reling, en keek neer op de vrouw die hij wekenlang het hof had gemaakt. Er was geen spoor van genegenheid op zijn gezicht.

Een officier sprak de woorden uit die het lot van de pretendent bezegelden. De exacte formulering is niet bewaard gebleven, maar de strekking is gedocumenteerd in meerdere bronnen: ze werd gearresteerd in naam van keizerin Catharina II.

Terwijl de woorden nog nagalmden over het dek, sloten soldaten een tweede set boeien om haar enkels. Een kettingslot verbond de enkel- en polsboeien, zodat ze alleen nog in kleine, schuifelende passen kon lopen. Zo werd ze door de kajuitdeur geleid, een smalle gang door, naar een ruimte diep in het schip. De deur viel achter haar dicht. Het licht verdween. De geur van teer en vochtig hout vulde de kleine ruimte.

Boven haar hoofd, op het dek, gaf Orlov het bevel om het anker te lichten. Matrozen klommen in het want. Touwen werden losgegooid. De zeilen bolden. Het schip draaide langzaam weg van de Toscaanse kust en zette koers naar het noorden, naar de Straat van Gibraltar, en vandaar naar de lange route om Europa heen, richting de Oostzee.

Richting Sint-Petersburg.

De reis duurde weken. Over wat er tijdens die overtocht gebeurde, zwijgen de bronnen grotendeels. Wat vaststaat is dat de vrouw de hele reis geboeid bleef en dat ze bij aankomst in Sint-Petersburg onmiddellijk werd overgebracht naar de Peter-en-Paulvesting, de meest gevreesde gevangenis van het Russische Rijk.

De Peter-en-Paulvesting lag op een eiland in de Neva, recht tegenover het Winterpaleis. Het was oorspronkelijk gebouwd als fort, maar al snel omgebouwd tot de plek waar de Russische staat zijn gevaarlijkste gevangenen opborg. De muren waren meters dik. De cellen lagen onder het waterniveau van de rivier, waardoor ze permanent vochtig waren, de muren glinsterden van het condenswater, en in de winter vroor het vocht tot ijskristallen op het steen. Er was nauwelijks daglicht. De lucht rook naar schimmel en nat metaal.

In een van deze cellen werd de vrouw opgesloten. Ze kreeg een stalen ketting om haar enkel en weinig meer dan grof beddengoed. En toen begonnen de verhoren.

Catharina wilde één ding weten: wie was deze vrouw werkelijk? De pretendent had maandenlang door Europa gereisd, had contact gehad met buitenlandse diplomaten, had mogelijk steun gezocht bij de Ottomaanse sultan: Ruslands aartsvijand. Als ze deel uitmaakte van een groter complot, moest Catharina dat weten. En als ze een oplichster was, moest ze dat bekennen.

De verhoren waren langdurig en intensief. Ondervragingsverslagen uit de vesting beschrijven sessies die uren duurden, waarbij de gevangene steeds opnieuw dezelfde vragen kreeg voorgelegd. Wie was ze? Waar kwam ze vandaan? Wie had haar gestuurd? Wie financierde haar?

De vrouw gaf geen duimbreed toe. Tijdens elk verhoor hield ze vast aan hetzelfde verhaal: ze was de dochter van tsarina Elizabeth, ze was als kind naar het buitenland gesmokkeld, en ze was de rechtmatige erfgename van de Russische troon. Ze weigerde tegenstrijdige verklaringen af te leggen. Ze weigerde namen te noemen van medeplichtigen. Ze weigerde haar claim op te geven.

Het was een opmerkelijke vertoning van vastberadenheid, of van waanzin, afhankelijk van het perspectief. Hier zat een vrouw, geketend in een van de grimmigste gevangenissen ter wereld, tegenover ondervragingsexperts van een autoritair regime, en ze hield vol dat ze een prinses was. Geen dreigement, geen ontbering, geen wekenlange opsluiting in een vochtige cel kon haar van haar verhaal afbrengen.

Catharina raakte gefrustreerd. Ze had verwacht dat de vrouw snel zou breken, dat ze zou bekennen een oplichster te zijn, dat ze namen zou noemen en dat het dossier gesloten kon worden. In plaats daarvan zat ze met een gevangene die weigerde mee te werken en wier werkelijke identiteit een raadsel bleef.

De maanden verstreken. De Russische zomer maakte plaats voor de herfst, en de herfst voor de vroege winter. In de cellen van de Peter-en-Paulvesting daalde de temperatuur tot ver onder het vriespunt. De vochtige muren werden ijzig. Het weinige daglicht dat door de kieren viel, werd met de dag minder.

De gezondheid van de gevangene verslechterde. De combinatie van kou, vocht, slechte voeding en de stress van eindeloze verhoren eiste haar tol. Ze begon te hoesten, een droge, hardnekkige hoest die niet meer wegging. Waarschijnlijk was het tuberculose, de ziekte die in de achttiende eeuw meer levens eiste dan welke oorlog ook, en die in de vochtige kerkers van de vesting ideale omstandigheden vond om te woekeren.

Catharina realiseerde zich dat er niets meer uit de gevangene te halen viel. De vrouw zou haar geheim meenemen in haar graf, als het al een geheim was, en niet simpelweg een leugen die ze zelf was gaan geloven.

In december 1775 stierf de vrouw die zichzelf prinses Jelizaveta Tarakanova noemde, in haar cel in de Peter-en-Paulvesting. Ze was waarschijnlijk ergens in de twintig of dertig, haar exacte leeftijd is, net als al het andere aan haar, onbekend. Ze kreeg geen proces. Ze kreeg geen vonnis. Ze kreeg geen begrafenis met naam. Haar lichaam werd anoniem begraven op het kerkhof van de vesting, tussen de naamloze graven van andere gevangenen die de Russische staat liever vergat.

Maar het verhaal van prinses Tarakanova eindigde niet met haar dood. Integendeel, na haar dood begon het pas echt te leven.

In de decennia na 1775 groeide het verhaal uit tot een van de hardnekkigste legendes van het Russische Rijk. Geruchten circuleerden dat Catharina de gevangene had laten vermoorden. Andere geruchten beweerden dat ze helemaal niet was gestorven, maar in het geheim was vrijgelaten en onder een andere naam verder leefde. De meest dramatische versie van het verhaal, en de versie die het diepst in de Russische volksverbeelding zou doordringen, beweerde dat Tarakanova was verdronken toen de Neva buiten haar oevers trad en haar cel volstroomde.

Die versie is vrijwel zeker onwaar. De grote overstroming van Sint-Petersburg vond plaats in 1777, twee jaar na haar dood. Maar in 1864 schilderde de Russische kunstenaar Konstantin Flavitsky een enorm doek dat precies dit moment uitbeeldde: een jonge vrouw in een witte jurk, staand op haar gevangenisbed terwijl het water om haar heen stijgt, ratten langs haar benen omhoog klauterend. Het schilderij werd een sensatie. Het hing in de Tretjakovgalerij in Moskou en werd een van de beroemdste Russische schilderijen van de negentiende eeuw. Het maakte van Tarakanova een tragische heldin, een onschuldige prinses, vermoord door een tirannieke keizerin.

De historische werkelijkheid was prozaïscher en tegelijk raadselachtiger. Geen dramatische verdrinking, geen heldhaftig verzet tegen stijgend water. Gewoon een vrouw die langzaam wegkwijnde in een koude cel, hoestend, koortsig, en tot het einde toe volhoudend dat ze een prinses was.

Wat rest is de vraag die Catharina nooit beantwoord kreeg: wie was ze werkelijk?

De meest waarschijnlijke verklaring, gebaseerd op fragmenten uit diplomatieke correspondentie, is ontnuchterend. Na haar dood bereikten Orlov berichten dat de zogenaamde prinses vermoedelijk de dochter was van een koffiehuishouder uit Praag, of in elk geval uit de omgeving van die stad. Een vrouw van eenvoudige komaf die ergens onderweg had ontdekt dat ze een gave had voor het aannemen van rollen, voor het overtuigen van mensen, voor het leven in een wereld die niet de hare was.

Ze sprak meerdere talen. Ze bewoog zich met het gemak van iemand die gewend was aan de hogere kringen, of die dat in elk geval perfect kon simuleren. Ze had een instinct voor macht, voor de zwakke plekken in dynastieke claims, voor de manier waarop geruchten en legendes konden worden omgebogen tot politieke wapens. In een andere tijd, in andere omstandigheden, had ze misschien een diplomaat kunnen zijn, of een spion, of een schrijfster van romans.

In plaats daarvan werd ze een voetnoot in de geschiedenis van het Russische Rijk, een voetnoot die weigert te verdwijnen. Want het opmerkelijke aan prinses Tarakanova is niet dat ze faalde. Het opmerkelijke is hoe dicht ze kwam. Een vrouw zonder naam, zonder familie, zonder geld of leger, dwong de machtigste vrouw ter wereld tot het inzetten van een graaf, een vloot en een internationale geheime operatie. Ze deed dat met niets anders dan woorden, brieven en de bereidheid om een rol te spelen tot het bittere einde.

Op het kerkhof van de Peter-en-Paulvesting staat geen grafsteen met haar naam. Er staat geen naam omdat niemand wist welke naam erop moest staan. De vrouw die tientallen namen had gedragen, prinses Voldomir, Madame Tremouille, Fräulein Frank, prinses Tarakanova, ging het graf in als niemand. Het enige wat ze achterliet was een verhaal dat te opmerkelijk was om te vergeten, en een vraag die nooit is beantwoord.

Je hoorde de eerste 2 minuten.

Het hele verhaal duurt 26 min. In de app luister je verder waar je gebleven bent.

Luister verder in de app

De Valse Tsarendochter Die Catharina de Grote Deed Beven

0:002:00 / 26:08