1971 · Westfield, New Jersey, Verenigde Staten
Vijf Lijken, Achttien Jaar, Één Buurman
In 1974 verdwijnen John List, zijn vrouw, moeder en drie kinderen spoorloos uit hun huis in New Jersey. Pas achttien jaar later leidt een tv-reconstructie naar de keurige buurman die al die tijd onder een nieuwe naam leefde.

Op de ochtend van 9 november 1971 stond John Emil List om kwart voor zeven op, knoopte zijn stropdas vast, trok zijn donkere colbert aan en liep naar beneden alsof het een gewone werkdag was. Buiten hing de geur van nat blad boven de gazons van Westfield, New Jersey, een slapend forensenstadje op veertig minuten rijden van Manhattan. De drie kinderen van het gezin List pakten hun schooltassen in. Patricia, zestien, controleerde haar kapsel in de gangspiegel. John Junior, vijftien, propte een wiskundeboek in zijn rugzak. Frederick, dertien, de jongste, rende als laatste de deur uit. Ze riepen iets naar hun moeder, stapten in de koude ochtendlucht en verdwenen richting school.
Geen van hen wist dat hun vader die dag vrij had genomen.
John List had namelijk al maanden geen baan meer. Elke ochtend verliet hij het huis in pak, reed naar het treinstation van Westfield, en zat daar uren op een bankje de krant te lezen. Soms reed hij naar de openbare bibliotheek. Soms naar een parkeerplaats langs de snelweg. Om vijf uur 's middags keerde hij terug, hing zijn jas op en vertelde zijn vrouw Helen over vergaderingen die nooit hadden plaatsgevonden. Het was een pantomime die hij al bijna een jaar volhield, een man die elke dag deed alsof hij naar kantoor ging terwijl de rekeningen zich opstapelden in een la van zijn bureau die hij op slot hield.
Het huis waarin dit schouwspel zich afspeelde, maakte de façade alleen maar schrijnender. Breeze Knoll, zoals het landgoed heette, stond op 431 Hillside Avenue: een negentienkamervilla uit het begin van de twintigste eeuw, met een monumentale dubbele trap, een koepel van gebrandschilderd glas en een balzaal van vijftien bij negen meter. Het was het soort huis dat bewondering afdwong bij voorbijgangers en wanhoop bij de eigenaar. John List had het in 1965 gekocht met geld van zijn moeder Alma, die op de derde verdieping een eigen appartementje bewoonde. Sindsdien was het onderhoud achtergebleven. De verwarming kostte een fortuin. De hypotheek liep achter. De verzekeringspolissen waren opgezegd. En John List, accountant van beroep, zag de cijfers elke avond op zich afkomen als een langzame vloedgolf.
Maar het was niet alleen geld.
Helen List, zijn vrouw van 46, leed aan een progressieve neurologische aandoening, vermoedelijk het gevolg van een eerdere syfilisinfectie, die haar steeds meer beperkte. Ze dronk meer dan voorheen. Ze ging niet meer naar de kerk, wat voor de diepgelovige lutheraan John List een bron van groeiende onrust was. Dochter Patricia had aangekondigd dat ze actrice wilde worden, een ambitie die haar vader beschouwde als een pad naar moreel verval. En John Junior begon zich te interesseren voor de tegencultuur van de vroege jaren zeventig, lang haar, andere muziek, andere ideeën. Voor een man die zijn hele leven had gebouwd op controle, orde en geloof, voelde het alsof zijn gezin uit elkaar viel.
In de weken voor 9 november had List methodisch voorbereidingen getroffen. Hij had de bankrekening van zijn moeder leeggehaald, zo'n tweehonderdduizend dollar aan spaargeld en effecten. Hij had de wapens schoongemaakt die hij al jaren bezat: een 9mm Steyr-pistool, een erfstuk uit de Tweede Wereldoorlog, en een .22 kaliber Colt-revolver. Hij had slaapzakken, drie stuks, afkomstig van de scouting van zijn zonen, uitgerold op de vloer van de balzaal. En hij had een brief geschreven. Vijf pagina's, gericht aan zijn lutherse predikant, dominee Eugene Rehwinkel. In die brief legde hij uit wat hij van plan was en waarom.
"Ik verdiende bij lange na niet genoeg om het gezin te onderhouden," schreef hij. "Alles wat ik probeerde, leek in duigen te vallen."
Over zijn dochter Patricia schreef hij dat ze een carrière najoeg die haar ziel in gevaar zou brengen. Over Helen schreef hij dat ze de kerk had verlaten. Over zijn zonen schreef hij dat ze dreigden af te dwalen van het geloof. Zijn conclusie was zo kil als ze onbegrijpelijk was: door hen te doden, zou hij hun zielen redden. Ze zouden in de hemel komen, bevrijd van de zonden van de wereld. Het was, in zijn eigen woorden, een daad van barmhartigheid.
De brief eindigde hij met een verzoek aan de dominee om voor begrafenissen te zorgen.
Die ochtend, nadat de kinderen naar school waren vertrokken, liep John List de keuken in. Helen zat aan de keukentafel. Ze droeg nog haar ochtendjas en pantoffels. Er stond een kop koffie voor haar, de damp kringelde omhoog in het koele ochtendlicht. Ze had een stuk toast in haar hand. List kwam van achteren. Hij hief het 9mm Steyr-pistool en schoot haar eenmaal in het achterhoofd. Helen zakte voorover op de tafel. De kogel boorde zich door haar schedel en sloeg in de muur aan de overkant van de keuken.
Het geluid van het schot galmde door de lege kamers van Breeze Knoll, door de marmeren hal, langs de dubbele trap, omhoog naar de gebrandschilderde koepel. Maar het huis stond op ruime afstand van de buren, verscholen achter oude eiken en rododendrons. Niemand hoorde iets.
List legde het pistool neer. Hij pakte Helen bij haar schouders en sleepte haar lichaam door de gang, over de drempel van de balzaal, naar de eerste slaapzak die daar al klaarlag op de houten vloer. Hij legde haar neer, vouwde haar handen over haar buik en dekte haar gedeeltelijk toe. Daarna liep hij terug naar de keuken, pakte een dweil en begon het bloed op te vegen. De hulzen raapte hij op en deed ze in een papieren zak.
Vervolgens beklom hij de trap naar de derde verdieping. Daar, in het kleine appartement onder het dak, was zijn 84-jarige moeder Alma bezig in haar keukentje. Ze was een kleine, breekbare vrouw die zelden nog naar beneden kwam. List opende de deur. Alma draaide zich niet om. Hij schoot haar van achteren, eenmaal, met hetzelfde pistool. Ze viel op de tegelvloer van haar keuken. List probeerde haar lichaam te verplaatsen, maar Alma was te zwaar om de smalle trap af te dragen. Hij liet haar liggen waar ze gevallen was, sloot de deur van het appartement en ging weer naar beneden.
Nu begon het wachten.
De uren tussen de ochtend en het einde van de schooldag vulde List met een reeks handelingen die, achteraf bezien, de meest verontrustende kant van zijn persoonlijkheid onthulden. Hij reed naar de bank en haalde de laatste restanten van zijn rekeningen op. Hij stopte bij het postkantoor en liet de post doorsturen naar een niet-bestaand adres. Hij belde de scholen van zijn kinderen en meldde dat het gezin voor onbepaalde tijd op familiebezoek ging naar North Carolina. Hij belde de werkgever van Patricia, ze had een bijbaantje, en zei hetzelfde. Hij belde de melkbezorger en zegde de leveringen op. Hij zette de thermostaat van het huis lager, naar net boven het vriespunt, genoeg om de leidingen niet te laten bevriezen maar koud genoeg om biologisch verval te vertragen. Hij zette de radio aan op een zender die religieuze muziek uitzond. En hij liet alle lichten in het huis branden.
Elke handeling was berekend. Elke handeling was bedoeld om tijd te kopen.
Tegen halfvier die middag kwam Patricia als eerste thuis. Ze opende de voordeur, liep de hal in en trof haar vader. Wat er precies werd gezegd, is niet vastgelegd. Wat vaststaat is dat List haar meenam naar de balzaal, waar het lichaam van haar moeder al op een slaapzak lag, en haar daar van achteren neerschoot met de .22 kaliber revolver. Eén schot, in het achterhoofd. Patricia viel naast haar moeder op de tweede slaapzak.
Frederick kwam kort daarna. Ook hij werd naar de balzaal geleid. Ook hij werd van achteren neergeschoten. Eén schot. Hij viel op de derde slaapzak, naast zijn zus en zijn moeder.
John Junior was de laatste. Hij had die middag een voetbalwedstrijd op school en kwam later thuis dan zijn broer en zus. Tegen de tijd dat hij de voordeur opende, was het al schemerig buiten. De lichten in het huis brandden. De radio speelde. Zijn vader stond in de gang.
Wat er toen gebeurde, was anders dan bij de anderen. John Junior verzette zich. Misschien zag hij iets in de ogen van zijn vader. Misschien hoorde hij iets. Misschien rook hij het. De forensische reconstructie die later volgde, toonde aan dat List op zijn oudste zoon schoot met het 9mm Steyr-pistool, en bleef schieten. Tien keer. Tien kogelinslagen werden later in en rond het lichaam van de vijftienjarige gevonden. Sommige van dichtbij, sommige van iets verder weg, alsof de jongen probeerde te vluchten of te kruipen. Het was het enige moment die dag waarop Lists methodische kalmte leek te breken, het enige moment waarop iets, paniek, woede, of misschien het verzet van zijn eigen kind, door de muur van zijn zelfbeheersing sloeg.
John Junior werd naast zijn moeder, zus en broer op de vloer van de balzaal gelegd. List vouwde ook zijn handen. Hij dekte ook hem toe.
Lees en luister verder
Dit verhaal, en de hele bibliotheek
Met Onverteld lees en beluister je elk verhaal volledig, meteen en zonder wachten. Probeer 7 dagen alles voor € 0,99.
Liever eerst horen hoe het klinkt? Beluister twee minuten van dit verhaal.

