2011 · Nantes, Frankrijk
Vijf Lichamen onder het Terras, de Vader Spoorloos
In 2011 verdwijnen een Franse aristocraat, zijn vrouw en hun vier kinderen. Onder het terras van hun huis liggen de lichamen. De vader is weg, en lijkt van de aarde verdwenen.

Op 3 april 2011, een zondagavond om 22:37 uur, sprak Xavier Dupont de Ligonnès een voicemail in op het antwoordapparaat van zijn zus Christine. Zijn stem klonk ontspannen, bijna opgewekt. "We hebben vanavond samen naar de bioscoop geweest, daarna in een restaurant gegeten, en we zijn net terug," zei hij. "Ik ga nu de kinderen naar bed brengen. Doe iedereen de groeten. Tot ziens, ja? Misschien..." Het bericht duurde minder dan een minuut. Christine luisterde het de volgende ochtend af en dacht er verder niet over na. Het klonk als een doordeweekse avond in het leven van een doordeweeks gezin.
In het huis aan boulevard Robert-Schuman 55 in Nantes, een bescheiden twee-onder-een-kap in een rustige buitenwijk, brandde die avond nog licht achter de gesloten gordijnen. Xavier, 50 jaar oud, voormalig handelsvertegenwoordiger, stond in de gang. Zijn vrouw Agnès, 48, docent op een katholieke school, was naar boven gegaan. Hun vier kinderen: Arthur van 20, Thomas van 18, Anne van 16 en Benoît van 13, waren verspreid over het huis. De twee labradors, Léon en Jules, lagen in de woonkamer.
Niemand in de buurt wist dat Xavier al weken bezig was met voorbereidingen. Niemand wist dat hij €40.000 schuld had, dat zijn bedrijfjes een voor een waren mislukt, dat hij geld leende van minnaressen en familieleden en het vervolgens vergokte aan fantasieprojecten die nooit iets opleverden. Niemand wist dat hij op zijn computer een spreadsheet bijhield waarin hij de kosten van elk kind sinds hun geboorte had berekend: Arthur €100.600, Thomas €80.800, Anne €63.000, Benoît €38.300. Alsof het een boekhouding was die moest worden afgesloten.
En niemand wist wat er die nacht zou gebeuren.
Zes weken eerder, op 2 februari 2011, had Xavier een wapenvergunning aangevraagd bij de prefectuur van Loire-Atlantique. Het verzoek werd routinematig goedgekeurd. Hij erfde kort daarna een .22 Long Rifle van zijn vader, een slank, lichtgewicht jachtgeweer dat weinig geluid maakt en nauwelijks terugslag geeft. Het soort wapen dat je gebruikt om konijnen te schieten.
Tussen 26 maart en 1 april bezocht Xavier vier keer een schietbaan in de omgeving van Nantes. De instructeur herinnerde zich hem later als sympathiek en onopvallend. Hij oefende rustig, stelde vragen over de werking van de demper die hij apart had besteld, en vertrok telkens zonder ophef. Op 12 maart had hij via een wapenhandelaar kogels en een geluiddemper voor het geweer laten komen. De demper, een cilindervormig hulpstuk dat op de loop wordt geschroefd, reduceert het geluid van een .22 LR-schot tot iets wat klinkt als het dichtslaan van een boek.
Tegelijkertijd reed Xavier in zijn zilvergrijze Citroën C5 langs bouwmarkten in de regio. Op 1 april kocht hij cement, een kruiwagen, een tuinschep en een houweel. De volgende dag, 2 april, haalde hij vier zakken ongebluste kalk op van elk 10 kilogram. Ongebluste kalk is een bijtend wit poeder dat wordt gebruikt in de bouw, maar ook een andere eigenschap heeft: het absorbeert vocht en maskeert de geur van ontbinding. In dezelfde winkel kocht hij grote zwarte vuilniszakken en rollen zelfklevend plastic. Alles ging in de garage van het huis aan boulevard Robert-Schuman, keurig gestapeld naast de auto.
De buren merkten niets bijzonders. Xavier was altijd al een man die klusjes deed in huis. Een vriendelijke, wat stille vader die zijn kinderen naar school bracht en op zondag naar de mis ging. Buurman Fabrice zag hem die dagen wel eens bezig in de garage, in korte broek en witte bootschoenen, maar dacht er niet bij na. Het was lente. Mensen klussen in de lente.
Op zondagavond 3 april nam het gezin samen deel aan wat hun laatste gezamenlijke uitje zou worden. Ze gingen naar de bioscoop en aten daarna in een restaurant in Nantes. Daarna reden ze terug naar huis. Xavier sprak zijn voicemail in voor Christine. En toen werd het stil.
Wat er precies gebeurde in de uren na middernacht is nooit volledig gereconstrueerd. De exacte volgorde en het precieze tijdstip konden forensisch niet worden vastgesteld. Wat de autopsies wel onthulden, was het volgende.
Agnès lag in bed. In haar bloed werden later sporen gevonden van lormetazepam, een sterk slaapmiddel, en citalopram, een antidepressivum. Of Xavier deze middelen die avond aan haar had toegediend of dat ze ze zelf innam, bleef onduidelijk. Wat vaststond: ze was in diepe slaap toen het gebeurde. De lijkschouwer vond twee kogelwonden in haar schedel, waarvan één in de linker slaap. Het wapen was van zeer dichtbij afgevuurd, "à bout touchant," zei procureur Xavier Ronsin later, wat betekent dat de loop tegen haar hoofd was gedrukt op het moment dat de trekker werd overgehaald. Er waren geen verwondingen aan haar handen of armen. Geen tekenen van verzet. Agnès was gestorven zonder te weten dat ze stierf.
Arthur, de oudste zoon van 20, werd op dezelfde manier aangetroffen: twee kogels in de schedel, afgevuurd van zeer korte afstand. Ook bij hem geen sporen van een worsteling. Anne, 16 jaar, eveneens twee kogels in het hoofd. Bij de jongste, Benoît, 13 jaar oud, telde de patholoog vijf kogelwonden, drie in de schedel, twee in de borst. Mogelijk had hij zich bewogen op het moment van het eerste schot. Mogelijk was hij even wakker geworden. De extra kogels suggereerden dat Xavier had moeten bijschieten.
Bij alle jongere kinderen werden sporen van lormetazepam in het bloed gevonden. Het scenario dat de onderzoekers reconstrueerden: Xavier had het slaapmiddel vermoedelijk gemengd in een drankje of maaltijd eerder die avond, waarna hij wachtte tot iedereen in diepe slaap was. Toen liep hij met het geweer en de gemonteerde demper van kamer naar kamer. De demper reduceerde elk schot tot een doffe tik. De buren, gescheiden door een gedeelde muur, hoorden niets.
Eén gezinslid was die nacht niet thuis. Thomas, 18 jaar, de op een na oudste zoon, verbleef bij een vriend. Hij leefde nog.
Na de schoten begon Xavier aan het tweede deel van zijn plan. In de achtertuin, onder het houten terras dat tegen de achtergevel van het huis was gebouwd, had hij twee ondiepe graven gegraven. De aarde in Nantes is in april vochtig en zwaar: Loire-klei vermengd met zand, en het graven moet uren hebben gekost. Hij wikkelde de lichamen in lakens en plastic zakken, dezelfde zwarte vuilniszakken die hij dagen eerder had gekocht. Een voor een droeg of sleepte hij ze naar buiten, door de achterdeur, over de patio, naar de kuilen onder het terras. De kruiwagen die hij had aangeschaft stond klaar.
Over de lichamen legde hij de ongebluste kalk. Veertig kilogram wit poeder, verdeeld over de twee graven. De kalk reageerde met het vocht in de grond en produceerde warmte, een chemische reactie die de ontbinding zou vertragen en de geur zou maskeren. Daarna schepte hij aarde terug over de kuilen en legde de houten planken van het terras er weer overheen.
Toen maakte hij het huis schoon. Forensisch onderzoekers vonden later bloedsporen op de keukenvloer, niet in de slaapkamers, niet op de trap, alleen beneden, bij de achterdeur. Naast de bloedvegen stonden een emmer met donker water en een bezem. Xavier had de route waarlangs hij de lichamen naar buiten had gebracht zorgvuldig gedweild. De slaapkamers boven waren schoongemaakt tot er met het blote oog niets meer te zien was.
De volgende ochtend, maandag 4 april, reed Xavier naar Angers, 90 kilometer ten oosten van Nantes. Hij had Thomas gebeld en gevraagd om samen te komen eten. Die avond zaten vader en zoon tegenover elkaar in restaurant La Croix Cadeau in Avrillé, een voorstad van Angers. Xavier bestelde een menu van €35 met een halve fles rode Anjou-wijn. Thomas nam vis en een glas tomatensap. De rekening bedroeg €72,55.
De ober herinnerde zich later dat Thomas er bleek uitzag en nauwelijks sprak. Hij klaagde dat hij zich niet lekker voelde. Xavier at rustig door. Na het eten bracht hij Thomas terug naar diens appartement. Op dat moment leefden Agnès, Arthur, Anne en Benoît al niet meer. Hun lichamen lagen onder het terras, bedekt met kalk en aarde, op nog geen 90 kilometer afstand van het restaurant waar Xavier zijn wijn dronk.
De dag erna, 5 april, belde Xavier zijn zoon Thomas opnieuw. Hij vertelde hem dat zijn moeder een ongeluk had gehad op de fiets en dat Thomas naar huis moest komen. Thomas reed naar Nantes. Wat er daarna precies gebeurde, is niet met zekerheid vastgesteld. Wat de autopsie later uitwees: Thomas werd gedood met minstens twee kogels in de schedel, afgevuurd met hetzelfde .22 LR-geweer als bij de rest van het gezin. Zijn lichaam werd in dezelfde graven onder het terras gelegd, naast zijn moeder, zijn broers en zijn zus.
Een vriend van Thomas probeerde hem die avond te bereiken via sms. Er kwamen antwoorden terug, maar de toon was anders dan normaal, kort, afstandelijk, zonder de gebruikelijke grappen. De vriend was er later van overtuigd dat het niet Thomas was die die berichten had getypt.
Na de dood van Thomas waren er nog twee levende wezens in het huis: de labradors Léon en Jules. Xavier schoot ook hen dood, elk met twee kogels. Hun lichamen legde hij bij de rest, in de graven onder het terras.
Toen sloot hij het huis af. Alle luiken gingen dicht. Alle gordijnen werden getrokken. Op de brievenbus plakte hij een wit kartonnetje met in zwarte letters: "Courrier à retourner à l'expéditeur. Merci." Post terug naar afzender. Dank u.
In de dagen die volgden ontving de buitenwereld een zorgvuldig georchestreerd web van leugens. De school van Agnès kreeg een brief, ogenschijnlijk van haarzelf, waarin stond dat het gezin vanwege een plotselinge overplaatsing van Xavier naar Australië moest verhuizen. Bijgevoegd was een cheque ter waarde van haar salaris tot juni, zodat de school geen vragen zou stellen over haar afwezigheid. De directeur van de school vond het vreemd, maar de cheque maakte het geloofwaardig genoeg om niet meteen alarm te slaan.
Familieleden en vrienden ontvingen soortgelijke berichten. In sommige versies vertrok het gezin naar de Verenigde Staten, in andere naar Australië. Een bijzonder detail: Xavier vertelde meerdere mensen dat hij was opgenomen in een getuigenbeschermingsprogramma van de Amerikaanse overheid en dat het gezin om veiligheidsredenen niet bereikbaar zou zijn. Het verhaal was absurd, maar Xavier vertelde het met zoveel overtuiging dat sommigen het geloofden. Hij had zijn hele leven gelogen, over zijn werk, over zijn inkomen, over zijn schulden, en hij was er uitzonderlijk goed in geworden.
Op 8 april stuurde Xavier een brief naar zijn zwager met daarin de toegangscodes van zijn bankrekeningen en die van Agnès. "Je vindt hieronder de codes," schreef hij. "Doe het zo lang mogelijk voor mij. Het houdt uiteindelijk wel op, want ik kan niet elke oproep beantwoorden, maar er valt misschien €2.000, €4.000, misschien €6.000 te innen." Hij legde uit dat zijn werkloosheidsuitkering van €2.000 per maand en de kinderbijslag van €460 per maand nog steeds op de rekening van Agnès werden gestort. Hij instrueerde zijn zwager om dit geld op te nemen zolang het kon. Het was de brief van een man die wist dat hij niet zou terugkomen, maar die wilde dat de geldstroom nog even doorliep, alsof de doden nog leefden.
In diezelfde week stuurde Xavier ook een brief naar een voormalige minnares bij wie hij €50.000 schuld had. De toon was anders dan in zijn andere correspondentie. "On a eu du bon temps ensemble," schreef hij. "Maintenant tu vas connaître le malheur." Wij hebben samen mooie tijden gehad. Nu zul jij het ongeluk leren kennen. De brief droeg een poststempel van 9 april.
Terwijl de brieven hun ontvangers bereikten, was Xavier al onderweg naar het zuiden. Bewakingscamera's en pinautomaten tekenden zijn route op. Hij reed in de Citroën C5 over de snelwegen richting de Côte d'Azur, meer dan 900 kilometer van Nantes. Op 14 april 2011 nam hij €30 op bij een geldautomaat in Roquebrune-sur-Argens, een klein stadje in de Var, vlak bij de Middellandse Zee. Diezelfde dag checkte hij in bij een Formule 1-hotel langs de snelweg, een budgetketen waar kamers rond de €30 per nacht kosten en waar bij het inchecken nauwelijks naar een identiteitsbewijs wordt gevraagd.
Daarna verdween hij.
De Citroën C5 bleef achter op de parkeerplaats van het hotel. In de kofferbak vonden rechercheurs later sporen die pasten bij het transport van de lichamen. Het hotel had geen bruikbare bewakingsbeelden van zijn vertrek. Niemand zag hem weglopen, een taxi nemen of in een andere auto stappen. Op 15 april 2011 verloor de Franse politie definitief zijn spoor. Xavier Dupont de Ligonnès loste op in de lucht, ergens tussen de pijnbomen en de lavendelvelden van de Provence.
In Nantes begonnen de eerste scheuren te verschijnen in het verhaal dat Xavier had achtergelaten. De school van Anne en Benoît vond het vreemd dat de kinderen al weken niet waren komen opdagen. Collega's van Agnès kregen geen antwoord op hun telefoontjes. De pizzeria waar Arthur werkte miste hem al sinds 1 april, hij was altijd stipt geweest, en zijn baas maakte zich zorgen. Familieleden die het verhaal over het getuigenbeschermingsprogramma hadden gehoord, begonnen onderling te bellen en ontdekten dat ze allemaal een net iets andere versie hadden gekregen.
Op 20 april 2011 diende een familielid een vermissingsmelding in bij de politie van Nantes. Agenten gingen naar boulevard Robert-Schuman 55. Ze troffen een huis aan dat eruitzag alsof het was verlaten voor een lange reis. De luiken zaten potdicht. Het kartonnetje op de brievenbus hing er nog. Binnen waren kasten leeggehaald, kleding, schoenen, elektronica, alles was verdwenen. De bedden waren afgehaald. Het rook muf en bedompt, de lucht van een huis dat weken niet was gelucht.
Maar er was iets anders. Een geur die niet thuishoorde in een leegstaand huis. Een zoetige, metaalachtige lucht die sterker werd naarmate de agenten dichter bij de achterdeur kwamen. Een van hen liep naar buiten, naar het houten terras. De planken lagen scheef. De grond eronder was recent omgespit.
De volgende ochtend, 21 april, keerde de politie terug met een forensisch team. Ze tilden de planken van het terras en begonnen te graven in de vochtige, donkere aarde. Het was een grijze lentedag, licht bewolkt, met af en toe motregen die de stenen van de patio deed glanzen. De geur van natte klei vermengde zich met iets scherpers, de bijtende lucht van ongebluste kalk.
Na minder dan een halve meter graven stootten ze op textiel. Een wit laken, doorweekt en verkleurd. Daaronder de contouren van een menselijk lichaam. Toen een tweede. Toen een derde.
In totaal werden die dag vijf lichamen geborgen uit twee ondiepe graven onder het terras. Agnès, Arthur, Thomas, Anne en Benoît Dupont de Ligonnès. Naast hen lagen de twee labradors, Léon en Jules. De lichamen waren gewikkeld in lakens en plastic, bedekt met een dikke laag ongebluste kalk die in de vochtige grond deels was opgelost tot een witte, pasta-achtige substantie. Over de gezichten van de slachtoffers lagen linnen doeken. Op en rond de lichamen vonden de onderzoekers religieuze voorwerpen: kaarsen, kruisbeelden, rozenkransen en kleine beeldjes van de Maagd Maria. Alsof Xavier een soort begrafenisritueel had uitgevoerd nadat hij zijn gezin had gedood.
De dag erna, 22 april, hield procureur Xavier Ronsin een persconferentie in het Palais de Justice van Nantes. Hij sprak met klinische precisie. "Het betreft vijf methodische executies," zei hij. Hij somde de verwondingen op: Agnès, twee kogels in het hoofd. Arthur, twee kogels in het hoofd. Anne, twee kogels in het hoofd. Benoît, vijf kogels in borst en schedel. Thomas, minstens twee kogels in de schedel. Het gebruikte kaliber was .22 Long Rifle. Het wapen was van dichtbij tegen de hoofden van de slachtoffers geplaatst. Ze waren vermoedelijk in hun slaap gedood.
Ronsin opende een gerechtelijk onderzoek. Xavier Dupont de Ligonnès werd officieel aangemerkt als hoofdverdachte. Diezelfde nacht lokaliseerde de politie zijn Citroën C5 op de parkeerplaats van het Formule 1-hotel in Roquebrune-sur-Argens, meer dan 900 kilometer verderop. Xavier zelf was er niet. Hij was al minstens een week eerder vertrokken.
Frankrijk gaf een internationaal opsporingsbevel uit. Interpol plaatste Xavier op de lijst van meest gezochte personen. Meer dan 40 rechercheurs werden fulltime op de zaak gezet. Speurhonden doorzochten de bossen en heuvels rond Roquebrune-sur-Argens. Helikopters vlogen over het massief des Maures, het dichtbeboste achterland van de Var. Duikers doorzochten rivieren en meren. Ze vonden niets.
In de weken en maanden die volgden, reconstrueerden onderzoekers het leven dat Xavier Dupont de Ligonnès achter zijn façade had geleid. Het beeld dat naar voren kwam was dat van een man die al decennia lang loog over vrijwel alles.
Xavier stamde af van verarmde Franse adel uit de Midi. De familienaam klonk deftig, maar er was al generaties geen geld meer. Hij presenteerde zich aan de buitenwereld als succesvol zakenman, maar in werkelijkheid mislukte het ene project na het andere. Hij verkocht medische apparatuur, begon een internetbedrijf, probeerde vastgoed te ontwikkelen, niets lukte. Ondertussen leende hij geld van iedereen die het wilde geven: familieleden, vrienden, minnaressen. Hij had meerdere buitenechtelijke relaties, soms gelijktijdig, en gebruikte de vrouwen vaak als financieringsbron.
Agnès wist van de schulden, maar niet van de omvang. Ze was, volgens mensen die haar kenden, een vrouw die sterk onder invloed stond van haar man. Op een online forum had ze kort voor haar dood geklaagd over eenzaamheid en het gevoel opgesloten te zitten in haar huwelijk. De kinderen leken een normaal leven te leiden: Arthur werkte in een pizzeria, Thomas studeerde, Anne was actief in de padvinderij, Benoît speelde drums. Ze hadden vrienden, hobby's, toekomstplannen. Niets wees erop dat ze wisten wat hun vader van plan was.
Op de harde schijf van Xaviers computer vonden experts de verwijderde spreadsheet met de kosten per kind. Ze vonden ook zoekgeschiedenis die wees op onderzoek naar verdwijningen, naar landen zonder uitleveringsverdrag met Frankrijk, naar manieren om een nieuwe identiteit aan te nemen. In een e-mail uit 2010, gericht aan een vriend, had Xavier geschreven over zijn wanhoop. De exacte bewoordingen die in de Franse pers werden geciteerd: hij overwoog "alleen mijn eigen dood of het dodelijke einde van ons allen." De vriend had het gelezen als een retorische uiting van frustratie. Niemand had ingegrepen.
De zaak Dupont de Ligonnès werd een van de grootste onopgeloste zaken in de recente Franse geschiedenis. Niet omdat de dader onbekend was, alles wees op Xavier, maar omdat hij onvindbaar bleef. In de jaren na 2011 doken er honderden meldingen op van mensen die beweerden hem te hebben gezien. In Schotland, in Chicago, in een boeddhistisch klooster in het zuiden van Frankrijk. In oktober 2019 arresteerde de Franse politie een man op het vliegveld van Glasgow die een opvallende gelijkenis vertoonde met Xavier. DNA-onderzoek wees uit dat het een andere persoon was. De man bleek een gepensioneerde Fransman die op vakantie was.
Elke melding leidde tot niets. Elke zoekactie liep dood. De Franse justitie hield het dossier open, maar de jaren verstreken zonder doorbraak. Sommige onderzoekers geloofden dat Xavier zelfmoord had gepleegd in de bossen van de Var, kort na zijn verdwijning, en dat zijn lichaam simpelweg nooit was gevonden in het dichte struikgewas van het massief des Maures. Anderen hielden vol dat een man die zo minutieus zijn sporen had uitgewist, ook in staat was om onder een nieuwe identiteit verder te leven.
Het huis aan boulevard Robert-Schuman 55 in Nantes staat er nog. Na de ontdekking werd het verzegeld, later vrijgegeven. De houten patio werd afgebroken. De graven werden dichtgegooid. De brievenbus werd schoongemaakt. Het kartonnetje met "courrier à retourner à l'expéditeur" werd als bewijsstuk meegenomen naar het politiebureau.
In de archieven van de rechtbank van Nantes ligt het dossier nog open. Er is geen verjaring op moord in Frankrijk. Het aanhoudingsbevel tegen Xavier Dupont de Ligonnès is nog steeds van kracht. Zijn foto hangt nog in politiebureaus door heel Europa, een man van middelbare leeftijd met een hoog voorhoofd, dunner wordend haar en een blik die niets verraadt.
Meer dan veertien jaar na die zondagavond in april, na die voicemail aan zijn zus waarin hij zei dat hij de kinderen naar bed ging brengen, is Xavier Dupont de Ligonnès nog altijd niet gevonden.



