ONVERTELD
← Alle verhalen

1997 · San Antonio, Verenigde Staten / Linares, Spanje / Frankrijk

De Fransman Die Drie Jaar Lang een Vermiste Texaan Was

In 1994 verdween Nicholas Barclay in Texas. Jaren later dook hij ‘terug’ op in Spanje, maar de teruggekeerde jongen bleek een volwassen Franse oplichter met een verbluffend plan.

18 min lezenIdentiteitsfraudeVermiste persoonOplichter

Op 13 juni 1994 liep een dertienjarigejongen door de straten van San Antonio, Texas. Nicholas Patrick Barclay had blond haar, blauwe ogen en een tatoeage op zijn linkerhand, de letters T en N, die hij er zelf in had geprikt met een naald en inkt. Het was een broeierig warme dag in Bexar County, het soort dag waarop de hitte in golven van het asfalt sloeg en de krekels hun eindeloze zang lieten horen. Nicholas was op weg naar huis na een middagje basketbal met vrienden. Hij belde zijn moeder Beverly vanuit een telefooncel bij een supermarkt en vroeg of iemand hem kon ophalen. Niemand kwam.

Die avond werd het donker in San Antonio zonder dat Nicholas thuiskwam. Zijn halfzus Carrie Gibson en zijn moeder Beverly wachtten in hun bescheiden bungalow aan de zuidkant van de stad. De voordeur bleef open, het portichlicht brandde. Uren verstreken. Toen de ochtend aanbrak en Nicholas' bed nog steeds leeg was, belde Beverly de politie.

De zoektocht die volgde leverde niets op. Geen getuigen, geen sporen, geen lichaam. De politie van San Antonio doorzocht de buurt, ondervroeg buren en klasgenoten, maar Nicholas Patrick Barclay leek van de aardbodem verdwenen. Zijn naam werd toegevoegd aan de database van het National Center for Missing & Exploited Children, een van de duizenden vermiste kinderen in Amerika, een gezicht op een flyer die langzaam vergeelde in het zonlicht van Texas.

Drie jaar lang hoorde de familie niets. Beverly Barclay, die worstelde met een drugsverslaving, klampte zich vast aan de hoop dat haar zoon nog leefde. Carrie Gibson, Nicholas' oudere halfzus, had inmiddels zelf kinderen en probeerde het dagelijks leven draaiende te houden. Het huis in San Antonio werd stiller. De flyers verdwenen van de prikborden. De wereld draaide door.

Toen, in oktober 1997, ging in een klein stadje in het zuiden van Spanje de telefoon.

Linares is een plaats van ongeveer 60.000 inwoners in de provincie Jaén, Andalusië. Het ligt ingeklemd tussen olijfgaarden en droge heuvels, ver verwijderd van de glitter van Madrid of Barcelona. In dit stadje bevond zich een opvanghuis voor jongeren, een sober gebouw met linoleumvloeren, kale tl-verlichting en de geur van schoonmaakmiddel die nooit helemaal de lucht van vochtig cement kon verdrijven.

Op een avond in oktober 1997 meldde zich daar een jongeman. Hij was mager, had donker haar en sprak gebroken Engels met een accent dat niemand precies kon plaatsen. Hij zei dat hij Nicholas Barclay heette, dat hij dertien was, hoewel hij er aanzienlijk ouder uitzag, en dat hij uit San Antonio, Texas kwam. Hij beweerde ontvoerd te zijn geweest, jarenlang vastgehouden en misbruikt door een netwerk dat hem uiteindelijk naar Europa had gesmokkeld. Hij had littekens op zijn lichaam die hij als bewijs aanvoerde.

De medewerkers van het opvanghuis in Linares stonden voor een dilemma. De jongeman die voor hen zat was duidelijk geen kind van dertien. Zijn kaaklijnen waren die van een volwassen man, zijn handen te groot, zijn stem te diep. Maar zijn verhaal was gedetailleerd en emotioneel. Hij huilde. Hij noemde namen, plaatsen, details over San Antonio die klopten. En er was iets in zijn ogen, een mengeling van wanhoop en vastberadenheid, dat de medewerkers deed twijfelen aan hun eigen twijfels.

De jongeman die daar zat was niet Nicholas Barclay. Hij was Frédéric Pierre Bourdin, een drieëntwintigjarige Fransman uit Nanterre, een voorstad van Parijs. En wat hij op het punt stond te doen, zou een van de meest opmerkelijke gevallen van identiteitsfraude worden die de wereld ooit had gezien.

Frédéric Bourdin was geen gewone oplichter. Hij was geen man die creditcards stal of valse cheques uitschreef. Zijn specialiteit was tegelijkertijd simpeler en verontrustender: hij deed zich voor als vermiste kinderen. Tegen de tijd dat hij in Linares opdook, had hij dit al meerdere keren gedaan in Frankrijk en andere Europese landen. Hij belde jeugdinstellingen, meldde zich bij politiebureaus, en presenteerde zich als een verloren kind dat eindelijk was gevonden. Soms hield hij het dagen vol, soms weken. Telkens werd hij ontmaskerd en telkens begon hij opnieuw.

Bourdin groeide op zonder vader in een instabiel gezin in de banlieues van Parijs. Als kind werd hij meermaals geplaatst in jeugdinstellingen en pleeggezinnen. De warmte en aandacht die hij daar soms ontving, hoe tijdelijk ook, werd een verslaving. Later zou hij in interviews verklaren dat hij niet zozeer wilde oplichten, maar wilde behoren. Ergens bij horen. Iemands kind zijn.

Maar in Linares, in oktober 1997, ging Bourdin een stap verder dan hij ooit had gedaan. Voor het eerst koos hij niet zomaar een naam. Hij koos de identiteit van een echt vermist Amerikaans kind, een kind met een familie die nog steeds naar hem zocht.

De manier waarop hij aan Nicholas Barclays gegevens kwam, was verontrustend eenvoudig. Bourdin belde het National Center for Missing & Exploited Children in de Verenigde Staten. Hij deed zich voor als iemand die werkte bij een Spaans opvanghuis en zei dat er een Engelssprekende jongen was binnengekomen die zijn naam niet wilde zeggen. Of het centrum misschien kon helpen met identificatie? De medewerker aan de andere kant van de lijn was behulpzaam. Er werden namen en beschrijvingen gedeeld van vermiste kinderen die qua leeftijd en profiel zouden kunnen passen. Een van die namen was Nicholas Patrick Barclay, vermist uit San Antonio, Texas, sinds 13 juni 1994.

Bourdin noteerde alles. Naam, geboortedatum, fysieke beschrijving, familieleden. Vervolgens belde hij de politie van San Antonio en vertelde dat Nicholas Barclay was gevonden in Spanje. De reactie was onmiddellijk. De zaak werd heropend. Het nieuws bereikte de familie.

Er was één probleem dat zelfs de meest vastberaden bedrieger niet kon wegpoetsen: Frédéric Bourdin leek in geen enkel opzicht op Nicholas Barclay. Nicholas had blond haar en blauwe ogen. Bourdin had donker haar en donkerbruine ogen. Nicholas was bij zijn verdwijning dertien jaar oud en zou nu zestien zijn. Bourdin was drieëntwintig, met het gezicht van een volwassen man. Nicholas was Amerikaans en sprak met een Texaans accent. Bourdin was Frans en sprak Engels met een duidelijk Europees accent.

Bourdin wist dit. Daarom verfde hij zijn haar blond. Hij droeg een baseballpet die laag over zijn voorhoofd hing. En voor het probleem van zijn ogen bedacht hij een verhaal dat zo gruwelijk was dat niemand er doorheen durfde te prikken: hij beweerde dat zijn ontvoerders zijn oogkleur hadden veranderd door middel van chemische injecties. Het was een claim die medisch onmogelijk was, maar Bourdin gokte erop dat de emotie van een hereniging sterker zou zijn dan de logica van de wetenschap.

In het najaar van 1997 vloog Carrie Gibson, Nicholas' halfzus, naar Spanje. Ze landde op het vliegveld van Madrid en reisde door naar het opvanghuis waar haar "broer" verbleef. Het moment van de ontmoeting was geladen met spanning die Bourdin zelf later zou beschrijven als het meest riskante moment van zijn leven.

Carrie Gibson stapte het opvanghuis binnen. De gang was smal, de verlichting kil. Aan het einde van de gang zat een jongeman op een plastic stoel. Hij droeg een blauwgrijze sportjas met mouwen die te lang waren voor zijn armen. Zijn haar was blond geverfd, maar bij de wortels was een donkere uitgroei zichtbaar. Hij keek op toen Carrie naderde.

Dit was het moment waarop alles had moeten stoppen. Carrie Gibson keek naar een man die niet haar broer was. De ogen waren verkeerd. Het gezicht was verkeerd. Het accent was verkeerd. Alles was verkeerd. Maar Carrie Gibson omhelsde hem. Ze zei zijn naam. Ze huilde. En ze nam hem mee naar huis.

Waarom? Die vraag zou onderzoekers, journalisten en psychologen jarenlang bezighouden. Hoe kon een familie een volslagen vreemde accepteren als hun vermiste kind? De verklaringen varieerden. Sommigen wezen op de overweldigende emotie van het moment, de hoop die drie jaar lang was opgebouwd en die niet zomaar kon worden losgelaten. Anderen suggereerden dat de familie redenen had om niet te kritisch te kijken, redenen die dieper gingen dan het oppervlak.

Maar eerst moest Bourdin het land uit. Daarvoor had hij een Amerikaans paspoort nodig. In oktober 1997 verscheen hij bij het Amerikaanse consulaat in Madrid. Hij overhandigde documenten die zijn identiteit als Nicholas Barclay moesten bevestigen. Een consulaatsmedewerker bekeek de papieren, stelde vragen, en reikte vervolgens een paspoort uit op naam van Nicholas Patrick Barclay. Het blauwe boekje met het gouden zegel van de Verenigde Staten, het document dat toegang gaf tot Amerika, lag nu in de handen van een Franse oplichter.

Met dat paspoort vloog Frédéric Bourdin samen met Carrie Gibson naar de Verenigde Staten. Hij landde in San Antonio, Texas, en stapte het huis binnen waar Nicholas Barclay was opgegroeid. De bungalow aan de zuidkant van de stad, met de veranda en het portichlicht dat drie jaar eerder had gebrand voor een jongen die nooit thuiskwam.

Lees en luister verder

Dit verhaal, en de hele bibliotheek

Met Onverteld lees en beluister je elk verhaal volledig, meteen en zonder wachten. Probeer 7 dagen alles voor € 0,99.

Liever eerst horen hoe het klinkt? Beluister twee minuten van dit verhaal.

Je hoorde de eerste 2 minuten.

Het hele verhaal duurt 25 min. Met Onverteld luister je alles af, en staat je hele bibliotheek meteen open. Al lid? Log in

Probeer 7 dagen voor € 0,99

De Fransman Die Drie Jaar Lang een Vermiste Texaan Was

0:002:00 / 24:58