2005 · Fortaleza, Brazilië
De Nep-Tuinwinkel met een Tunnel naar de Kluis
In 2005 groef een bende vanuit een nep-tuinwinkel een 78 meter lange tunnel naar de Banco Central in Fortaleza en verdween met circa 160 miljoen real in een van de grootste cashroven ooit.

Op maandag 8 augustus 2005, om acht uur 's ochtends, openden medewerkers van de Banco Central do Brasil in Fortaleza de deur van de kluisruimte. Het was een routinehandeling. Elke vrijdag om zes uur 's avonds ging de kluis op slot, elke maandag om acht uur ging hij weer open. Zo ging het al jaren. De medewerkers verwachtten niets bijzonders, het was een gewone maandag in een gewone week in de hoofdstad van de deelstaat Ceará, een stad aan de noordoostkust van Brazilië waar de temperatuur zelden onder de dertig graden zakte.
Maar toen de zware deur openging, klopte er iets niet.
In de vloer van de kluisruimte zat een gat. Ruw, rond, met brokken beton eromheen. Eronder gaapte een donkere opening die naar beneden leidde en dan horizontaal verdween in de richting van de straat. Vijf stalen containers die tot vrijdagavond gevuld waren geweest met bankbiljetten: R$50-biljetten, ingezameld voor kwaliteitscontrole op slijtage, stonden open. Leeg.
De medewerkers belden de federale politie. In de uren die volgden werd het bedrag vastgesteld dat ontbrak: R$ 164.755.150. Honderdvierenzestig miljoen, zevenhonderdvijfenvijftigduizend, honderdvijftig Braziliaanse reais. Omgerekend naar de wisselkoers van die dag: bijna 68 miljoen Amerikaanse dollar. Het was de grootste contantenroof in de geschiedenis van Brazilië, en een van de grootste ter wereld.
Niemand had iets gehoord. Geen alarm was afgegaan. Er was geen ruit gebroken, geen deur geforceerd, geen bewaker bedreigd. De dieven waren van onderaf gekomen, door een tunnel die begon in een winkelpand, drie straten verderop.
Dit is het verhaal van die tunnel.
Vijf maanden voor die maandagochtend, ergens in het voorjaar van 2005, huurde een groep mannen een commercieel pand aan een straat in het centrum van Fortaleza. Het pand lag op loopafstand van het gebouw van de Banco Central, dicht genoeg om er in een rechte lijn ondergronds naartoe te graven, ver genoeg om geen argwaan te wekken.
Ze richtten het pand in als winkel. Boven de deur kwam een bord: Grama Sintética. Kunstgras en tuinaanleg. Er verscheen een etalage met voorbeelden van kunstgras, tuingereedschap, folders. De winkel ging open voor klanten. Er kwamen zelfs mensen binnen die daadwerkelijk kunstgras wilden kopen. Die werden geholpen, beleefd en professioneel, alsof het een echt bedrijf was.
Dat was precies de bedoeling.
Want achter de winkelruimte, in een afgesloten deel van het pand dat geen klant ooit te zien kreeg, begon het eigenlijke werk. De groep groef een schacht. Recht naar beneden, vier meter diep, tot onder het straatniveau van Fortaleza. Daar, in de rode aarde van Ceará, begonnen ze horizontaal te graven. Richting zuidoost. Richting de Banco Central.
De tunnel die ze aanlegden was niet breed. Ongeveer 70 centimeter hoog, net genoeg om op handen en knieën doorheen te kruipen, maar niet genoeg om rechtop te zitten. De lengte zou uiteindelijk rond de 78 meter bedragen. Dat is langer dan de breedte van een voetbalveld. Vier meter onder de straten van een stad met 2,5 miljoen inwoners, onder kabels en leidingen en funderingen door, groeven deze mannen dag na dag, week na week, een gang die niemand mocht zien.
De logistiek van zo'n operatie was minstens zo indrukwekkend als het graven zelf. Elke meter tunnel produceerde honderden kilo's aarde. Die aarde moest ergens naartoe. De oplossing was even simpel als brutaal: de grond werd in zakken geschept en via het dekkingspand afgevoerd. Vrachtwagens reden af en aan. Buren in de straat zagen het, maar dachten er niet bij na. Het was immers een tuinaanlegbedrijf. Natuurlijk reden er vrachtwagens met grond. Dat was precies wat je zou verwachten.
Drie maanden lang ging dit door. Drie maanden waarin de tunnel centimeter voor centimeter groeide. De groep werkte in ploegen. Ze installeerden elektrische verlichting zodat de gravers konden zien wat ze deden. Ze legden een ventilatiesysteem aan zodat er zuurstof bleef stromen in de smalle gang. Ze plaatsten houten stutten om te voorkomen dat het plafond zou instorten. Het was geen amateurwerk. Het was ondergrondse bouwkunde, uitgevoerd met de precisie van een aannemersbedrijf, alleen was het doel geen riolering of metrotunnel, maar de kluisvloer van de centrale bank van Brazilië.
De groep had één cruciaal stuk informatie. De kluis van de Banco Central in Fortaleza ging elke vrijdag om 18:00 uur op slot en werd pas maandagochtend om 08:00 uur weer geopend. Dat betekende een venster van 62 uur waarin niemand de kluisruimte betrad. Geen bewaker, geen medewerker, geen schoonmaker. 62 uur waarin de kluis een verzegelde doos was, en waarin alles wat erin gebeurde onzichtbaar bleef voor de buitenwereld.
Het was dit venster waar de hele operatie op was gebouwd.
Op vrijdag 5 augustus 2005, om zes uur 's avonds, sloten de medewerkers van de Banco Central de kluisruimte af en gingen naar huis. In de kluis stonden vijf stalen containers gevuld met R$50-biljetten. Het waren geen nieuwe biljetten. Het waren gebruikte biljetten die waren ingezameld uit het circulatiesysteem, geld dat door handen was gegaan, door kassa's, door pinautomaten, en dat nu wachtte op inspectie. De bank controleerde regelmatig de staat van haar biljetten: te versleten exemplaren werden vernietigd, bruikbare exemplaren gingen terug in omloop. Het was routinewerk. De biljetten lagen daar omdat ze nog niet waren geteld en gesorteerd.
Niemand in het bankgebouw wist dat er op dat moment, vier meter onder hun voeten, een tunnel eindigde die bijna de kluisvloer raakte.
Die vrijdagnacht, of in de vroege uren van zaterdag 6 augustus, de juridische stukken van het Tribunal Regional Federal plaatsen het delict in de "madrugada de 5 para 6 de agosto", begon de laatste fase.
De mannen kropen de tunnel in. Eén voor één, op handen en knieën, door een gang van 70 centimeter hoog en 78 meter lang. De verlichting brandde. De ventilatie zoemde. De lucht was warm en vochtig, vier meter onder de tropische bodem van Fortaleza, in augustus, was de temperatuur in de tunnel drukkend. De wanden waren van aangestampte aarde, hier en daar verstevigd met hout. Het plafond hing laag boven hun hoofden. Elke beweging schuurde langs de grond.
Na 78 meter bereikten ze het eindpunt. Boven hen lag de vloer van de kluisruimte van de Banco Central. Gewapend beton. De laatste barrière.
Wat er in de uren daarna gebeurde, is gereconstrueerd uit de fysieke sporen die de politie aantrof. De daders braken de betonnen vloer open van onderaf, "arrombamento do piso da casa-forte," zoals het officiële rapport van de Banco Central het formuleerde. Ze werkten zich door de betonlaag heen tot er een opening ontstond die groot genoeg was om een persoon doorheen te laten. Het beton lag in brokken rond het gat, samen met stof en puin.
Toen ze door het gat omhoog klommen, stonden ze in de kluisruimte. Om hen heen: de vijf stalen containers. Elk gevuld met bundels R$50-biljetten. Het totale gewicht van R$ 164 miljoen in R$50-biljetten bedraagt ongeveer 3,5 ton. Drieduizendvijfhonderd kilo aan papier. Dat is het gewicht van een middelgrote auto.
Lees en luister verder
Dit verhaal, en de hele bibliotheek
Met Onverteld lees en beluister je elk verhaal volledig, meteen en zonder wachten. Probeer 7 dagen alles voor € 0,99.
Liever eerst horen hoe het klinkt? Beluister twee minuten van dit verhaal.

