ONVERTELD
← Alle verhalen

1976 · Nice, Frankrijk

"de Grootste Bankroof van Frankrijk

Tijdens een feestweekend in Nice drong een bende via het riool de Société Générale binnen, opende honderden kluizen en liet één boodschap achter: ‘Sans armes, ni haine, ni violence’.

17 min lezenSociété GénéraleAlbert SpaggiariBankroof

Op maandagochtend 19 juli 1976 draaide een medewerker van de Société Générale aan de Avenue Jean-Médecin in Nice de zware kluisdeur open en bleef stokstijf staan. De ruimte die hij kende, ordelijk, stil, rijen stalen kluisjes langs de muren, bestond niet meer. Overal lagen opengebroken kluisdeurtjes, stapels papieren, lege sieradendozen. De vloer was bezaaid met brokstukken beton. En in de muur, op een plek waar nooit een opening had gezeten, gaapte een gat van ruim een meter doorsnee. Daarachter lag een ruwe tunnel die verdween in het donker.

Op de muur, in rode verf, stond één zin: *Sans armes, ni haine, ni violence.* Zonder wapens, zonder haat, zonder geweld.

De politie van Nice zou de komende weken ontdekken dat honderden kluisjes waren opengebroken en leegehaald. De geschatte buit liep uiteen van 46 tot 50 miljoen Franse francs, omgerekend naar hedendaagse koopkracht tientallen miljoenen euro's. Het was de grootste bankroof die Frankrijk ooit had meegemaakt. De kranten doopten het onmiddellijk *le casse du siècle*: de kraak van de eeuw.

Het opmerkelijkste was niet de omvang van de buit. Het was de manier waarop de daders waren binnengekomen. De tunnel leidde naar het rioolstelsel van Nice, een labyrint van negentiende-eeuwse gangen onder de stad. Iemand had maandenlang, met de hand, een gang van ongeveer 8 meter door steen en aarde gegraven, van de riolering naar het souterrain van de bank. Geen explosies, geen alarm, geen bewaker die iets had gemerkt. De inbrekers hadden een heel weekend in de kluis doorgebracht, hadden er gegeten, gedronken en muziek gedraaid, en waren via dezelfde tunnel weer verdwenen.

De man die dit alles had bedacht, heette Albert Spaggiari.

Albert Spaggiari werd geboren op 14 december 1932 in een klein dorp in de Var, het departement ten westen van Nice. Zijn jeugd was onrustig. Als tiener liep hij van huis weg, sloot zich aan bij het Vreemdelingenlegioen en vocht in Indochina, het huidige Vietnam, waar Frankrijk in de jaren vijftig een bloedige koloniale oorlog voerde. Na zijn terugkeer in Frankrijk raakte hij betrokken bij extreemrechtse politieke kringen in het zuiden van het land. Hij werd veroordeeld voor een gewapende overval en zat enkele jaren in de gevangenis.

Na zijn vrijlating vestigde Spaggiari zich in Nice, waar hij een fotografiewinkel opende aan de Rue de France. Voor de buitenwereld was hij een rustige middenstander: een man van middelbare leeftijd met een snor, een liefde voor fotografie en een hond die hem overal volgde. Zijn buren kenden hem als beleefd en teruggetrokken. Niemand vermoedde dat achter die façade een man schuilging die al jaren nadacht over de perfecte misdaad.

Nice was in de jaren zeventig een stad van contrasten. Aan de Promenade des Anglais flaneerden toeristen en gepensioneerde Britten. In de heuvels erachter lagen villa's van de rijksten van Europa. De Société Générale aan de Avenue Jean-Médecin, de belangrijkste winkelstraat van de stad, was de bank waar veel van die rijkdom werd bewaard. De kluisruimte in het souterrain bevatte honderden privékluisjes, gevuld met contant geld, juwelen, goudstaven en documenten die hun eigenaren liever niet thuis bewaarden.

Spaggiari wist dat. Hij wist ook iets anders: direct onder de straten van Nice liep een uitgebreid rioolstelsel, aangelegd in de negentiende eeuw, met gangen die breed genoeg waren om rechtop in te lopen. En één van die rioolbuizen liep op minder dan 10 meter afstand van de kluismuur van de Société Générale.

Het idee was even simpel als krankzinnig: graaf een tunnel van het riool naar de kluis.

De voorbereiding begon maanden voor de eigenlijke roof. Spaggiari bestudeerde de plattegronden van het rioolstelsel van Nice. In Frankrijk zijn dergelijke technische tekeningen, anders dan men zou verwachten, relatief toegankelijk via gemeentelijke archieven. Spaggiari hoefde geen geheime documenten te stelen. Hij hoefde alleen maar te vragen.

Met de plattegronden in handen identificeerde hij de rioolbuis die het dichtst bij de bank liep. Vervolgens moest hij een team samenstellen. De precieze samenstelling van de bende is nooit volledig opgehelderd: Spaggiari zou later beweren dat hij de enige organisator was en weigerde consequent namen te noemen, maar het ging om een groep van naar schatting een dozijn mannen. Onder hen bevonden zich mensen met ervaring in de bouw, in het graven, en in het werken met metaal en beton.

Het graven begon ergens in het voorjaar van 1976. De mannen daalden af in het riool via een mangat, liepen door de ondergrondse gangen tot ze bij het juiste punt kwamen, en begonnen daar met hand en gereedschap een horizontale tunnel te graven in de richting van de bank. De afstand was ongeveer 8 meter, niet veel, maar door massief gesteente en de fundering van een negentiende-eeuws gebouw.

Ze werkten 's nachts. Het geluid van het graven werd gedempt door de natuurlijke geluiden van het riool, stromend water, echo's, en door het feit dat er boven hen geen woningen lagen, maar een drukke verkeersweg. Overdag was het onmogelijk om het geluid van houwelen en boren te onderscheiden van het normale stadslawaai. De uitgegraven aarde en stenen werden afgevoerd via het riool zelf, meegevoerd door het water.

Het werk duurde ongeveer drie maanden. Drie maanden waarin een groep mannen elke nacht afdaalde in de stinkende duisternis onder Nice, meter voor meter door steen hakte, en voor zonsopgang weer verdween.

Terwijl de tunnel vorderde, trof Spaggiari voorbereidingen bovengronds. Hij huurde een kluisje in dezelfde Société Générale-vestiging. Dat gaf hem een legitieme reden om de bank te bezoeken, de kluisruimte te betreden en de indeling te bestuderen. Hij noteerde de positie van de muren, de dikte van het beton, de locatie van de kluisjes ten opzichte van de buitenmuur. Hij lette op de beveiligingscamera's, de alarmsystemen, de routines van het personeel.

Eén detail was cruciaal: het weekend. De bank sloot op vrijdagmiddag en ging pas maandagochtend weer open. Dat betekende dat de kluisruimte meer dan zestig uur onbewaakt was. Geen bewaker die naar binnen ging. Geen camera die live werd bekeken, in 1976 waren beveiligingscamera's in Franse banken vaak niet meer dan registratieapparatuur die pas achteraf werd bekeken, als er al iets te bekijken viel. Het alarmsysteem was gericht op de deuren en ramen van de bank, niet op de massieve betonnen vloer van het souterrain. Niemand had ooit rekening gehouden met iemand die van onderaf zou komen.

Spaggiari koos het weekend van 16 tot 18 juli 1976. Het was midden in de zomer. Nice liep over van de toeristen. De stad keek naar buiten, naar de zee, naar het zonlicht. Niemand keek naar beneden.

Op vrijdagavond 16 juli, kort na sluitingstijd van de bank, daalde de groep af in het riool. Ze droegen overalls, laarzen en hoofdlampen. Ze hadden gereedschap bij zich: lasapparaten, koevoeten, beitels, mokers. Maar ook: tassen met eten en drinken, een draagbare kookplaat, flessen wijn, en, volgens latere politierapporten, een draagbare grammofoon met platen.

Ze liepen door de rioolgang tot ze bij de ingang van hun tunnel kwamen. De laatste meters waren al weken eerder gegraven; alleen een dunne laag beton en steen scheidde het uiteinde van de tunnel van de kluisruimte. Die avond begonnen ze aan de doorbraak.

Het breken van de laatste laag beton was het gevaarlijkste moment. Het geluid van een moker op beton draagt ver, zelfs in een ondergrondse ruimte. De mannen werkten met beitels en kleine hamers, centimeter voor centimeter. Ze sloegen niet, ze hakten, schraapten, boorden. Eén man werkte aan het beton terwijl een ander met een stethoscoop, een gewone medische stethoscoop, tegen de muur luisterde om te controleren of er aan de andere kant geluid was. Er was niets. De bank was leeg, de straat erboven bruiste van het vrijdagavondverkeer dat elk ondergronds geluid overstemde.

Rond middernacht brak de eerste beitel door. Een klein gat, niet groter dan een vuist, waardoor de koele, droge lucht van de kluisruimte de vochtige tunnel in stroomde. De mannen vergrootten het gat voorzichtig tot het breed genoeg was om doorheen te kruipen. Eén voor één wurmden ze zich door de opening en stonden in de kluisruimte van de Société Générale.

Lees en luister verder

Dit verhaal, en de hele bibliotheek

Met Onverteld lees en beluister je elk verhaal volledig, meteen en zonder wachten. Probeer 7 dagen alles voor € 0,99.

Liever eerst horen hoe het klinkt? Beluister twee minuten van dit verhaal.

Je hoorde de eerste 2 minuten.

Het hele verhaal duurt 24 min. Met Onverteld luister je alles af, en staat je hele bibliotheek meteen open. Al lid? Log in

Probeer 7 dagen voor € 0,99

"de Grootste Bankroof van Frankrijk

0:002:00 / 24:24