ONVERTELD
← Alle verhalen

1971 · Londen, Verenigd Koninkrijk

63 Uur Opgesloten in Lloyds Bank

In 1971 lieten acht mannen zich in de Londense Baker Street-bank insluiten, boorden door muren naar honderden safeloketten en verdwenen met buit, geheimen en mogelijk staatsgevoelige documenten.

18 min lezenBaker Street RobberyBankroofSafeloketten

Op een doordeweekse middag in december 1970 wandelde een man met een paraplu het Lloyds Bank-filiaal aan Baker Street 185 binnen. Hij droeg een net pak, sprak beleefd, en vroeg of hij een rekening mocht openen. De baliemedewerker zag niets bijzonders aan hem. De man vulde formulieren in, tekende, en kreeg een rondleiding door het gebouw, inclusief de kluisruimte in de kelder. Terwijl de bankmedewerker uitlegde hoe de safeloketten werkten, liet de bezoeker zijn paraplu zakken en hield hem losjes tegen de vloer. Niet om erop te leunen. Maar om de afstand te meten tussen de muur en het midden van de ruimte. De paraplu was precies 91 centimeter lang. De man telde drie paraplu-lengtes naar de dichtstbijzijnde wand. Toen hij buiten stond, noteerde hij het getal op een sigarettendoosje: 2,75 meter. Dat was de dikte van de gewapende betonvloer die hij zou moeten doorbreken.

De man heette Anthony Gavin. Hij was geen bankier, geen zakenman, geen gentleman-dief uit een roman. Hij was een gewone Londense crimineel met een ongewoon plan. Een plan dat zo ambitieus was, zo methodisch, en zo brutaal dat het de grootste ondergrondse bankinbraak zou worden die het Metropolitan Police-district ooit had meegemaakt.

Het begon met een boek.

Gavin was een lezer. In het bijzonder las hij Arthur Conan Doyle. Het Sherlock Holmes-verhaal "The Red-Headed League" had hem gefascineerd sinds zijn jeugd. In dat verhaal graven criminelen een tunnel vanuit een pandjeshuis naar de kluis van een bank, terwijl ze de eigenaar van het pandjeshuis afleiden met een nepbaan. Holmes doorziet het plan en wacht de dieven op in de kluis. Gavin las het verhaal opnieuw en dacht: de methode klopt. Alleen het einde moet anders.

Hij begon te plannen.

Baker Street 185 lag in Marylebone, een rustige wijk in het centrum van Londen. Het Lloyds-filiaal was geen hoofdkantoor, geen imposant gebouw met bewapende bewakers. Het was een buurtbank met een kluisruimte in de kelder waar welgestelde Londenaren hun sieraden, contant geld en persoonlijke documenten bewaarden in 268 safeloketten. De beveiliging bestond uit een stalen kluisdeur met een tijdslot, een mechanisme dat de deur automatisch vergrendelde bij sluiting op vrijdagmiddag en pas maandagochtend weer vrijgaf. Er waren trilsensoren die alarm sloegen bij ongewone bewegingen of geluiden. En er was een alarmsysteem dat verbonden was met het plaatselijke politiebureau.

Gavin bestudeerde het gebouw wekenlang. Hij liep door Baker Street, telde de panden, bekeek de achterkant via de steeg. Twee deuren naast de bank, op nummer 189, zat een kleine leerwarenwinkel. Het pand stond te huur. Gavin huurde het in de lente van 1971 en opende er een winkel genaamd "Le Sac", een zaak in leren tassen en accessoires. De etalage werd ingericht met handtassen en portemonnees. Achter de toonbank hing een zwaar veloursgordijn dat het achterste deel van de winkel aan het zicht onttrok. Daar, in de kelder, begon het echte werk.

Gavin rekruteerde drie mannen. Reginald Tucker, een man met ervaring in de bouw. Thomas Stephens, die handig was met gereedschap. En Benjamin Wolfe, 64 jaar oud, de oudste van het stel, die de financiering regelde en contacten had in de Londense onderwereld. Samen vormden ze de kern van het team. Er waren vermoedelijk nog anderen betrokken, een uitkijk, iemand die materiaal aanleverde, maar hun identiteit is nooit vastgesteld.

In de kelder van Le Sac begonnen ze te graven.

De tunnel moest 12 meter lang worden: van de kelder van de winkel, onder het tussenliggende pand door, naar de kluisruimte van Lloyds Bank. De mannen werkten 's avonds en in het weekend, wanneer de omliggende winkels gesloten waren. Ze groeven met schoppen en pikhouwelen door de Londense klei, verstevigden de wanden met houten balken, en voerden het puin af in witte plastic kratten. In totaal verplaatsten ze ongeveer 8 ton aarde en steen. De kratten stapelden ze op in de kelder van Le Sac, achter het veloursgordijn. Overdag verkocht de winkel gewoon leren tassen aan nietsvermoedende klanten.

Het graven duurde maanden. De tunnel was krap, net breed genoeg om op handen en knieën doorheen te kruipen. Er was geen ventilatie. De lucht werd zwaar en vochtig naarmate ze dieper kwamen. Ze werkten bij het licht van zaklantaarns, met natte zakdoeken voor hun mond tegen het stof. Elke avond kropen ze vuil en uitgeput terug naar de winkel, wasten zich in een emmer water, en vertrokken via de achterdeur alsof er niets was gebeurd.

Ergens in de zomer van 1971 bereikte de tunnel de fundering van de bank. Nu begon het moeilijkste deel. Boven hen lag de vloer van de kluisruimte: bijna 3 meter dik gewapend beton, ontworpen om precies dit soort aanvallen te weerstaan. Gavin had de dikte gemeten met zijn paraplu. Hij wist wat hen te wachten stond.

Ze begonnen met een hydraulische dommekracht van 100 ton, een industrieel apparaat dat normaal werd gebruikt om bruggen op te vijzelen. Het idee was om het beton van onderaf te verpletteren. De dommekracht werd door de tunnel gesleept, centimeter voor centimeter, en onder de kluisvloer geplaatst. Tucker pompte het apparaat op. Het beton kraakte, maar brak niet. De wapening, een netwerk van stalen staven in het beton, hield stand. Na uren pompen gaven ze het op. De dommekracht was niet sterk genoeg.

Plan B was een thermische lans: een holle stalen buis waardoor zuurstof wordt geblazen terwijl het uiteinde brandt op temperaturen boven de 2000 graden Celsius. Het apparaat kan door vrijwel elk materiaal snijden, staal, beton, graniet. De mannen sleepten de zuurstofflessen en de lans door de tunnel. In de krappe ruimte onder de kluisvloer ontstak iemand de lans. De hitte was onmiddellijk ondraaglijk. De tunnel vulde zich met rook en vonken. Het beton begon te smelten, maar de gassen hadden geen uitweg. De temperatuur in de tunnel steeg zo snel dat de mannen zich terug moesten trekken. De thermische lans werkte, maar niet in een afgesloten ruimte van anderhalve meter hoog zonder ventilatie.

Er bleef één optie over: explosieven.

Gavin regelde geligniet, een krachtig springstof op basis van nitroglycerine, gestabiliseerd met houtpulp. Het was het soort explosief dat in steengroeves werd gebruikt om rotswanden op te blazen. In een bankkluis gebruiken was waanzin. Het geluid alleen al zou het hele blok alarmeren. Tenzij je het geluid kon maskeren.

Baker Street lag op een steenworp afstand van Marylebone Road, een van de drukste verkeersaders van Londen. Zelfs op zaterdagavond denderde er verkeer overheen: bussen, vrachtwagens, taxi's. Gavin had het ritme van het verkeer bestudeerd. Elke paar minuten passeerde er een zware vrachtwagen of dubbeldekker die de grond deed trillen. Dat was het moment om te ontsteken.

Op vrijdag 10 september 1971 sloot Lloyds Bank om 15:30 uur. Het tijdslot op de kluisdeur activeerde zich automatisch. De deur zou pas maandagochtend weer opengaan. De bank was leeg. Het weekend begon.

Die avond betraden Gavin, Tucker, Stephens en Wolfe de winkel Le Sac via de achterdeur. Ze droegen werkkleding en rubberlaarzen. Ze hadden thermosflessen met thee, boterhammen in een houten kistje, zaklantaarns, walkie-talkies, en een tas met geligniet. Een vijfde man, wiens naam nooit is vastgesteld, klom via een brandtrap naar het dak van een nabijgelegen gebouw, vermoedelijk de Chicken Inn, een fastfoodrestaurant aan dezelfde straat. Hij had een walkie-talkie en een verrekijker. Zijn taak was simpel: de straat in de gaten houden en waarschuwen als er politie kwam.

De vier mannen daalden af in de kelder en kropen de tunnel in.

Om de kluisvloer te bereiken moesten ze 12 meter kruipen door een gang die niet breder was dan een schouder. De wanden waren vochtig. Het rook naar natte klei en dieselolie van de apparatuur die er eerder doorheen was gesleept. Aan het einde van de tunnel, recht boven hen, lag het beton.

Tucker plaatste de eerste lading geligniet tegen de onderkant van de vloer. Hij drukte de springstof in een scheur die de thermische lans eerder had gemaakt. Een lont werd aangebracht. De mannen trokken zich terug naar het midden van de tunnel, zo ver mogelijk van de lading. Via de walkie-talkie vroeg iemand aan de uitkijk op het dak: "Hoe ziet het eruit?" Het antwoord: "Rustig. Wacht op een bus."

Lees en luister verder

Dit verhaal, en de hele bibliotheek

Met Onverteld lees en beluister je elk verhaal volledig, meteen en zonder wachten. Probeer 7 dagen alles voor € 0,99.

Liever eerst horen hoe het klinkt? Beluister twee minuten van dit verhaal.

Je hoorde de eerste 2 minuten.

Het hele verhaal duurt 24 min. Met Onverteld luister je alles af, en staat je hele bibliotheek meteen open. Al lid? Log in

Probeer 7 dagen voor € 0,99

63 Uur Opgesloten in Lloyds Bank

0:002:00 / 24:06