2003 · Erie, Pennsylvania, Verenigde Staten
De Pizzabezorger met een Bom om Zijn Nek
In 2003 beroofde pizzabezorger Brian Wells een bank met een bom om zijn nek en een cryptische schattenjacht in zijn hand. Minuten later ontplofte het apparaat live op tv, en begon een van Amerika’s vreemdste moordzaken.

Op donderdag 28 augustus 2003, ergens rond het middaguur, reed een kleine Geo Metro over de wegen van Erie, Pennsylvania. Achter het stuur zat Brian Douglas Wells, 46 jaar oud, pizzabezorger bij Mama Mia's Pizzeria. Op de achterbank lagen warmhoudtassen met het logo van de zaak. De zon scheen fel over de stad aan het Eriemeer, het was een van de laatste warme dagen van de zomer, en Brian Wells deed wat hij al jaren deed: pizza's bezorgen.
De bestelling die zojuist was binnengekomen leek routine. Twee pizza's, af te leveren aan het einde van een onverharde weg aan de rand van de stad. Het adres lag bij een televisiezendmast van WSEE-TV, een lokaal station, een afgelegen plek, omringd door bomen en zandgrond, ver van de drukke winkelstraten van Erie. Wells kende de stad op zijn duimpje. Hij bezorgde er al jaren pizza's, kende de straten, de buurten, de kortste routes. Hij draaide zijn raampje open, reed de verharde weg af en hobbelde over het grindpad richting de zendmast.
Wat er op die plek precies gebeurde, zou jarenlang onderwerp zijn van een van de meest complexe federale onderzoeken in de Amerikaanse geschiedenis. Wat vaststaat: Brian Wells kwam aan bij de zendmast als pizzabezorger. Hij vertrok er als bankrover, met een bom om zijn nek.
Toen Wells terugkeerde bij zijn auto, zat er een zwaar metalen apparaat om zijn hals geklemd. Een constructie van staal en scharnieren, strak als een oversized handboeien die om zijn nek sloten. Aan de voorkant hing een rechthoekig kastje, verborgen onder zijn witte T-shirt van het merk Guess, dat een zichtbare bobbel vormde ter hoogte van zijn borstkas. In dat kastje zaten twee zelfgemaakte pijpbommen, verbonden met draden, twee keukenwekkers en een digitale timer. De timer tikte. Op de kraag zaten vier sleutelgaten, elk onder zijn kin, elk vergrendeld. Het apparaat kon niet zomaar worden verwijderd.
In zijn hand hield Wells een voorwerp dat eruitzag als een wandelstok. Het was geen wandelstok. Het was een geïmproviseerd shotgun, een enkelloops vuurwapen, knap verborgen in het ontwerp van een blindenstok, geladen met een Remington-patroon.
En op de passagiersstoel van zijn Geo Metro lagen meerdere pagina's met instructies. Getypte en handgeschreven opdrachten, gedetailleerd en dwingend. Bovenaan stond in duidelijke taal dat Wells alle stappen moest volgen om de bom onschadelijk te maken. De instructies beschreven een route langs verschillende locaties in en rond Erie, een reeks punten waar hij sleutels of codes zou vinden om de sloten op de kraag te openen. Onderaan een van de pagina's stond in krasserige hoofdletters: *"ACT NOW, THINK LATER OR YOU WILL DIE!"*
Het was een schattenjacht. Een dodelijke schattenjacht, met zijn eigen leven als inzet.
De eerste opdracht was helder: ga naar de PNC Bank aan Peach Street en overhandig het bijgevoegde briefje.
Rond halftwee die middag, de precieze tijd wordt in bronnen geplaatst tussen 14:20 en 14:30, parkeerde Brian Wells zijn Geo Metro op de parkeerplaats van het Summit Towne Centre, een druk winkelgebied langs de vierbaansweg van Peach Street. Hij stapte uit, de wandelstok-shotgun in zijn ene hand, de geldzak nog leeg, de timer op zijn borst tikkend onder zijn shirt. Hij liep de PNC Bank binnen.
Binnen was het rustig. Het zachte geroezemoes van klanten die bij de balie wachtten, het gezoem van airconditioning, TL-licht dat weerkaatste op de marmeren vloer. Wells mengde zich in de rij. Hij wachtte tot hij aan de beurt was. Geen geschreeuw, geen paniek, geen dramatische entree. Gewoon een man in een spijkerbroek en een wit T-shirt die geduldig in de rij stond, alsof hij een storting kwam doen.
Toen hij aan de beurt was, schoof hij de baliemedewerker een briefje toe. Het was gericht aan "Receptionist" en "Bank Manager." De tekst was zakelijk en dreigend tegelijk. Wells werd erin aangeduid als "Bomb Hostage", bomgegijzelde. Het briefje eiste 250.000 dollar. De medewerker had vijftien minuten. Als het geld niet werd overhandigd, zou de bom afgaan. Niemand mocht vluchten of alarm slaan, anders zou Wells het wapen gebruiken.
De medewerkster achter de balie las het briefje. Ze keek op naar Wells. Ze zag de bobbel onder zijn shirt, de draden die langs zijn hals liepen, het vreemde apparaat dat als een metalen kraag om zijn nek zat. Ze begreep dat dit geen grap was.
Maar 250.000 dollar, dat bedrag lag niet klaar achter de balie. Dat lag in de kluis, achter tijdsloten en protocollen. De medewerkster deed wat ze kon: ze verzamelde alles wat direct beschikbaar was in de kassalades. Stapeltjes biljetten, haastig bij elkaar gegrist, gestopt in een canvas tas. Het totaal: 8.702 dollar. Een fractie van de eis.
Ze overhandigde de tas aan Wells. Hij pakte hem aan. En toen deed hij iets dat ooggetuigen later keer op keer zouden beschrijven, iets dat de scène een surrealistisch karakter gaf: hij pakte een lolly uit een snoeppot op de balie, stak die in zijn mond, en liep rustig de bank uit. De wandelstok-shotgun zwaaide losjes in zijn hand. Een getuige vergeleek het later met Charlie Chaplin, een man die met bijna nonchalante tred een bankoverval verliet, snoepend op een lolly, terwijl er een bom om zijn nek tikte.
Om 14:38 uur belde een bankmedewerker 911. De melding was kort en alarmerend: een man had zojuist de bank overvallen. Hij had een bom om zijn nek.
Terwijl de politie van Erie in beweging kwam, was Brian Wells al begonnen aan de volgende stap van zijn instructies. De schattenjacht schreef voor dat hij na de bankoverval naar de nabijgelegen McDonald's moest rijden. Daar, bij het drive-through reclamebord op de parkeerplaats, zou hij een briefje vinden, bevestigd met tape onder een steen aan de voet van het bord.
Wells reed erheen. Hij vond de steen. Hij vond het briefje. De volgende aanwijzing stuurde hem naar een locatie enkele kilometers verderop, waar een container met oranje tape zou staan met daarin de daaropvolgende instructies, en mogelijk een sleutel voor een van de vier sloten op zijn kraag.
De bedenkers van deze speurtocht hadden het pad zorgvuldig uitgestippeld. Elke gevonden aanwijzing zou Wells dichter bij de ontmanteling van de bom brengen, althans, dat was de belofte. Elke sleutel zou extra tijd opleveren. Elke stap zou hem dichter bij zijn vrijheid brengen. Dat was wat de instructies beloofden.
Maar Brian Wells zou de volgende aanwijzing nooit bereiken.
Ongeveer vijftien minuten na het verlaten van de bank, het was inmiddels kort voor drie uur 's middags, zagen politie-eenheden de kleine Geo Metro staan op een parkeerplaats niet ver van de bank. Wells stond naast zijn auto. De motor was uit. Hij had de volgende locatie nog niet bereikt.
Meerdere patrouillewagens sloten de parkeerplaats af. Agenten sprongen uit hun voertuigen, wapens getrokken. Wells werd overmeesterd en op de grond gedrukt. Zijn handen werden achter zijn rug geboeid. Hij verzette zich niet.
Maar toen de agenten dichterbij kwamen en het apparaat om zijn nek zagen, de metalen kraag, de draden, het kastje met de digitale timer, veranderde de situatie. Dit was geen standaard arrestatie. De agenten weken achteruit. Ze zochten dekking achter hun auto's. Ze riepen via de radio om een explosieventeam. Ze begonnen de omgeving af te zetten, omstanders en verkeer weg te dirigeren.
Brian Wells zat op het warme asfalt, zijn handen geboeid achter zijn rug, zijn rug tegen de zijkant van een politieauto. De zon brandde op zijn gezicht. Rode en blauwe zwaailichten flitsten over de gevels van omliggende winkelpanden. In de verte klonken sirenes van naderende eenheden. En op zijn borst tikte de timer door.
Wells begon te praten. Hij vertelde de agenten dat gewapende mannen hem bij de zendmast hadden overvallen. Dat ze de bom om zijn nek hadden gesloten. Dat ze hem de bank in hadden gestuurd. Dat hij geen keuze had gehad. Zijn stem was gejaagd, zijn ademhaling snel. Hij keek om zich heen, zocht oogcontact met de agenten die op veilige afstand stonden, en riep: *"Why is nobody trying to come get this thing off me?"*
Niemand kwam dichterbij.
*"I don't have enough time!"*
De agenten stonden voor een onmogelijk dilemma. Het apparaat om Wells' nek zag er echt uit, de draden, de timer, de pijpvormige componenten. Maar was het ook echt? Was dit een truc? Was Wells een slachtoffer of een dader? Niemand wist het. En niemand durfde het risico te nemen om dichterbij te komen zonder de expertise van het explosieventeam.
Het explosieventeam was onderweg. Maar Erie is geen grote stad met een permanente bomopruimingsdienst om de hoek. De specialisten moesten van elders komen. En het verkeer op die drukke donderdagmiddag werkte niet mee.
De minuten kropen voorbij. Wells zat op de grond, geboeid, omringd door agenten die niet dichterbij kwamen. Camera's van lokale nieuwszenders waren inmiddels gearriveerd, verslaggevers en cameraploegen die zich op veilige afstand hadden opgesteld, hun lenzen gericht op de man met de bom om zijn nek. Een kleine menigte van omstanders had zich verzameld achter het politielint. Het gezoem van de camera's, het murmelen van de toeschouwers, het verre loeien van sirenes, en daaronder, bijna onhoorbaar, het elektronische piepen van de timer op Wells' borst.
Het tempo van dat piepen begon te versnellen.
Wells hoorde het. Zijn ademhaling ging sneller. Zijn ogen werden groter. Hij begon harder te roepen, zijn stem nu schor van paniek. Hij smeekte de agenten om hulp, herhaalde dat de tijd opraakte, dat de bom elk moment kon afgaan. Agenten schreeuwden terug dat hij kalm moest blijven, dat hulp onderweg was. Maar niemand bewoog.
Om 15:18 uur, drieënveertig minuten nadat Wells de bank had verlaten, vijfentwintig minuten nadat hij was gearresteerd, veranderde het piepen in een continu signaal.
Een fractie van een seconde later klonk er een harde, metalen knal. Een schokgolf die de stilte van de parkeerplaats aan stukken reet. De kraagbom was gedetoneerd.
De explosie was kort en verwoestend. Rook en puin schoten weg van Wells' borstkas. Zijn witte T-shirt scheurde open. De kracht van de ontploffing sloeg een gat ter grootte van een vuist in zijn borst. Zijn lichaam schokte één keer, hevig, en zakte toen achterover tegen het asfalt.
Agenten doken instinctief weg achter hun voertuigen. Brokstukken, metaalfragmenten, draadrestanten, stukken stof, daalden neer op de parkeerplaats. Een penetrante kruitlucht vulde de lucht. Ergens ging het alarm van een geparkeerde auto af, geactiveerd door de schokgolf. Omstanders achter het lint gilden, deinsden achteruit.
Toen de rook optrok, lag Brian Wells bewegingsloos op zijn rug. Zijn ogen waren open. De metalen kraag zat nog om zijn nek, vervormd door de explosie maar nog intact. Agenten naderden voorzichtig, niet wetend of er nog explosief materiaal in het apparaat zat. Maar het was al snel duidelijk. Brian Wells was dood. Op slag gedood door het apparaat dat hij niet had kunnen verwijderen, in de minuten dat niemand dichtbij genoeg durfde te komen om het te proberen.
Het explosieventeam arriveerde drie minuten later.
De beelden van die middag, gefilmd door de nieuwscamera's die op veilige afstand hadden gestaan, gingen diezelfde avond de wereld over. Een man, geboeid op een parkeerplaats, smekend om hulp, en dan de explosie. Het was een scène die niemand die haar zag ooit zou vergeten. En het was het begin van een onderzoek dat meer dan tien jaar zou duren en dat de FBI later zou omschrijven als *"one of the most complicated and bizarre crimes in the annals of the FBI."*
De eerste vraag die onderzoekers moesten beantwoorden was ogenschijnlijk simpel: was Brian Wells een slachtoffer of een dader?
Zijn familie en vrienden waren stellig. Brian was een rustige, vriendelijke man. Een beetje een einzelgänger, zeker, maar geen crimineel. Hij bezorgde al jaren pizza's, woonde alleen in een bescheiden huis, had geen strafblad van betekenis. Het idee dat hij vrijwillig een bom om zijn nek zou laten klemmen om een bank te overvallen was absurd, zeiden ze. Hij was ontvoerd. Gedwongen. Een slachtoffer.
Maar de FBI was niet zo zeker. De manier waarop Wells de bank was binnengelopen, kalm, beheerst, een lolly pakkend op weg naar buiten, paste niet bij iemand die zojuist onder bedreiging van zijn leven was gedwongen tot een overval. En de instructiebrieven in zijn auto waren opmerkelijk gedetailleerd. Kende hij het plan? Had hij meegewerkt aan de voorbereiding? Was de bom misschien nep bedoeld, en was de detonatie een ongeluk?
Het onderzoek dat volgde zou al deze vragen beantwoorden, maar niet snel, en niet eenvoudig.
De eerste doorbraak kwam drie weken na Wells' dood, en hij kwam uit volkomen onverwachte hoek.
Op 20 september 2003 belde een man genaamd William Rothstein de politie van Erie. Rothstein, een 59-jarige klusjesman en zelfverklaard uitvinder, meldde dat er een lijk in de vriezer in zijn garage lag. Het lichaam bleek van James Roden, een 45-jarige man die al weken werd vermist. Rothstein verklaarde dat hij het lijk daar had opgeslagen op verzoek van iemand anders, een vrouw genaamd Marjorie Diehl-Armstrong, die Roden had gedood tijdens een ruzie.
Wat de rechercheurs onmiddellijk opviel, was een detail in Rothsteins verklaring. Bij het briefje dat hij had achtergelaten voor de politie, had hij een zin toegevoegd die niemand had verwacht: *"This has nothing to do with the Wells case."*
Niemand had hem naar de Wells-zaak gevraagd. Niemand had een verband gesuggereerd. Rothstein bracht het zelf ter sprake, en door het te ontkennen, vestigde hij er juist de aandacht op.
Toen agenten Rothsteins huis doorzochten, een rommelig, volgestouwd pand dat meer op een werkplaats leek dan op een woning, vonden ze gereedschap, elektronische componenten en aantekeningen die een verontrustende gelijkenis vertoonden met de constructie van de kraagbom. Rothstein was een bekwaam knutselaar, iemand die apparaten kon bouwen, schakelingen kon solderen, mechanismen kon ontwerpen. De FBI begon hem als serieuze verdachte te beschouwen.
Maar Rothstein praatte niet. Hij ontkende elke betrokkenheid bij de kraagbomzaak. En voordat het onderzoek hem kon breken, werd hij gediagnosticeerd met lymfeklierkanker. William Rothstein overleed op 30 juli 2004, minder dan een jaar na de dood van Brian Wells, zonder ooit formeel te zijn aangeklaagd in de zaak.
Met Rothsteins dood leek een cruciaal stuk van de puzzel voorgoed verloren. Maar de vrouw die hij had genoemd: Marjorie Diehl-Armstrong, bleek een nog veel grotere rol te spelen dan iemand op dat moment vermoedde.
Marjorie Diehl-Armstrong was geen onbekende voor de autoriteiten van Erie. Integendeel. Ze was een vrouw met een lang en verontrustend verleden. Intelligent, ze had een MBA-diploma, maar ook diep gestoord. Ze leed aan een bipolaire stoornis en had een geschiedenis van gewelddadige relaties die een grimmig patroon vertoonden.
In 1984 had ze een vroegere vriend doodgeschoten. Ze werd vrijgesproken op grond van zelfverdediging. In de jaren daarna stierven meerdere mannen in haar directe omgeving onder verdachte omstandigheden. En nu was daar James Roden, haar meest recente partner, dood in de vriezer van haar oude klasgenoot Rothstein.
Diehl-Armstrong werd gearresteerd voor de moord op Roden en veroordeeld. Vanuit de gevangenis ontkende ze elke betrokkenheid bij de kraagbomzaak. Maar het onderzoek ging door. En langzaam, over de loop van jaren, begon het web van samenzwering zichtbaar te worden.
De sleutel tot het ontrafelen van het complot was Kenneth Barnes, een 54-jarige man uit Erie die in de periferie van Diehl-Armstrongs sociale kring opereerde. Barnes was een kleine crimineel, drugsdealer, af en toe betrokken bij illegale activiteiten, altijd op zoek naar snel geld. En Barnes had een verhaal te vertellen.
In ruil voor strafvermindering legde Barnes een verklaring af die het hele complot in een nieuw licht plaatste. Volgens Barnes was de bankoverval met kraagbom niet het einddoel geweest. Het was een middel. Een tussenstap in een veel sinisterder plan.
Marjorie Diehl-Armstrong wilde haar vader dood hebben.
Haar vader, Harold Diehl, was een oude man met een aanzienlijk vermogen. Diehl-Armstrong wilde zijn erfenis, maar dan moest hij eerst sterven. En ze wilde dat iemand anders het deed. Ze had Kenneth Barnes benaderd met een voorstel: als hij haar vader zou vermoorden, zou ze hem betalen. Het bedrag: 250.000 dollar. Exact het bedrag dat op het overvalbriefje in de PNC Bank stond.
De bankoverval was dus geen doel op zich. Het was de financiering van een huurmoord. De 250.000 dollar die Wells moest eisen, was bedoeld om Barnes te betalen voor het vermoorden van Diehl-Armstrongs eigen vader. De bom, de schattenjacht, de pizza, het was allemaal onderdeel van een plan om een erfenis veilig te stellen.
Dit was het moment waarop de zaak transformeerde van een bizarre bankoverval naar iets dat zelfs ervaren FBI-agenten met stomheid sloeg. Een vrouw die een pizzabezorger een bom om zijn nek liet klemmen om een bank te overvallen om een huurmoordenaar te betalen om haar eigen vader te vermoorden. Elke laag die onderzoekers wegtrokken, onthulde een nog vreemdere laag eronder.
En dan was er nog de vraag die alles overschaduwde: wist Brian Wells wat hem te wachten stond?
Het antwoord, voor zover het onderzoek dat kon vaststellen, was genuanceerd en pijnlijk. Volgens de aanklagers was Wells niet volledig onschuldig. Hij zou tot op zekere hoogte op de hoogte zijn geweest van het plan, hij kende enkele van de samenzweerders via zijn werk als pizzabezorger en had mogelijk ingestemd met een rol in de overval. Maar, en dit is cruciaal, de aanklagers geloofden ook dat Wells niet wist dat de bom echt was. Hij zou zijn verteld dat het apparaat nep was, een overtuigend rekwisiet om de bankmedewerkers te intimideren. Een prop die er gevaarlijk uitzag maar niet kon ontploffen.
De bom was niet nep.
De samenzweerders hadden Wells voorgelogen. Ze hadden hem gebruikt als pion, iemand die de bank zou overvallen in de overtuiging dat hij veilig was, terwijl hij in werkelijkheid een wandelende tijdbom was. De schattenjacht met de sleutels en de aanwijzingen was, volgens het latere onderzoek, een schijnvertoning. Toen de FBI na de gebeurtenis de volledige route langs alle aanwijspunten naliep, elke locatie, elke afstand, elke stap, concludeerden ze dat het tijdschema nooit toereikend was geweest. Zelfs als Wells niet was gearresteerd, zelfs als hij zonder enige vertraging van punt naar punt was gereden, had hij de sleutels niet op tijd kunnen vinden. De timer was te kort ingesteld. De afstanden waren te groot. De speurtocht was onhaalbaar.
Brian Wells was ten dode opgeschreven vanaf het moment dat de kraag om zijn nek klikte.
De rechtszaken die volgden, strekten zich uit over jaren. In 2008 werd Marjorie Diehl-Armstrong aangeklaagd door een federale grand jury voor haar rol in het complot. Het proces was chaotisch: Diehl-Armstrong ontsloeg herhaaldelijk haar advocaten, beweerde dat ze ontoerekeningsvatbaar was, en beschuldigde iedereen om haar heen van leugens. In 2010 werd ze veroordeeld tot levenslang plus dertig jaar, zonder mogelijkheid tot vervroegde vrijlating. Ze bleef tot haar dood in 2017 volhouden dat ze onschuldig was.
Kenneth Barnes pleitte schuldig en werd veroordeeld tot 22,5 jaar gevangenisstraf. Hij overleed in 2019 in detentie.
William Rothstein, de vermoedelijke bouwer van de bom, was al in 2004 overleden aan kanker. Hij werd nooit aangeklaagd.
En Brian Wells, de pizzabezorger die op een gewone donderdagmiddag twee pizza's ging bezorgen en nooit meer thuiskwam, werd postuum door de aanklagers beschouwd als een deelnemer aan het complot die niet had geweten dat hij zijn eigen doodvonnis droeg.
Zijn familie accepteerde die lezing nooit. Voor hen bleef Brian een onschuldig slachtoffer, een goedaardige man die op de verkeerde plek was en door gewelddadige mensen was gebruikt en weggegooid.
Er is nog een detail dat de zaak een laatste, grimmige dimensie geeft. Na Wells' dood stonden de explosievenexperts voor een technisch probleem. De metalen kraagbom zat nog steeds om het lichaam van het slachtoffer, vervormd door de detonatie maar structureel intact. Het apparaat moest worden verwijderd voor forensisch onderzoek, maar de constructie was zo stevig dat conventionele methoden niet werkten. In het mortuarium moest de kraag uiteindelijk met brute kracht worden losgemaakt. De procedure resulteerde in de postume onthoofding van Brian Wells. Zijn familie werd hierover geïnformeerd. Het was een laatste, wrede voetnoot bij een zaak die al doorspekt was met het onvoorstelbare.
De stad Erie probeerde verder te gaan. De PNC Bank aan Peach Street bleef open. De zendmast aan de onverharde weg bleef staan. De McDonald's waar Wells zijn eerste aanwijzing had gevonden, bleef hamburgers verkopen. Het leven ging door, zoals het altijd doet.
Maar de zaak bleef spoken. In 2018, vijftien jaar na de gebeurtenissen, verscheen er een documentaireserie die het verhaal opnieuw onder de aandacht bracht. Daarin deed een vrouw genaamd Jessica Hoopsick een opmerkelijke onthulling. Hoopsick, die in 2003 als prostituee had gewerkt in Erie, verklaarde dat zij degene was geweest die Brian Wells had aangewezen bij de samenzweerders. Ze kende Kenneth Barnes als klant en had Wells' naam genoemd als een betrouwbare, voorspelbare pizzabezorger die gemakkelijk te manipuleren zou zijn. Als haar verklaring klopt, was Wells niet zozeer een medeplichtige als wel een zorgvuldig geselecteerd doelwit, gekozen juist vanwege zijn betrouwbaarheid, zijn vaste routes, zijn voorspelbare leven.
Het is een versie van het verhaal die nooit volledig is bevestigd of weerlegd. Zoals zoveel in deze zaak blijft het in een schemergebied hangen tussen wat bewezen is en wat vermoed wordt, tussen wat de rechtbank vaststelde en wat de waarheid zou kunnen zijn.
Wat vaststaat is dit: op 28 augustus 2003 verliet Brian Wells zijn werk om twee pizza's te bezorgen. Minder dan drie uur later was hij dood, gedood door een bom die om zijn nek was geklemd door mensen die hem hadden gebruikt als instrument in een plan dat zo bizar was dat zelfs de FBI het omschreef als een van de meest complexe misdaden in haar geschiedenis. Een plan dat begon met een pizzabestelling, dat leidde langs een bankoverval en een onmogelijke schattenjacht, en dat uiteindelijk was bedacht om een erfenis veilig te stellen.
De 250.000 dollar werd nooit betaald. De huurmoord op Harold Diehl werd nooit uitgevoerd. Harold Diehl overleed uiteindelijk op natuurlijke wijze, jaren later, zijn vermogen intact.
Het enige wat het plan opleverde was 8.702 dollar in een canvas tas, een dode pizzabezorger op een parkeerplaats, en een vraag die nooit definitief is beantwoord: wist Brian Wells wat er zou gebeuren toen hij die onverharde weg opreed, of was hij werkelijk wat het briefje in de bank hem noemde, een bomgegijzelde, een Bomb Hostage, een man die dacht dat hij meedeed aan een spel en er te laat achter kwam dat het spel niet te winnen was?



