ONVERTELD
← Alle verhalen

1854 · Engeland / Australië / Frankrijk

De Slager Die Sir Roger Was

Na de verdwijning van een jonge Engelse erfgenaam duikt jaren later een lompe slager uit Australië op die beweert Sir Roger Tichborne te zijn. Een sensationele identiteitsfraude splijt heel Victoriaans Engeland.

18 min lezenIdentiteitsfraudeVermiste erfgenaamVictoriaans schandaal

Op 20 april 1854 liep een slanke jongeman van 25 over de kade van Rio de Janeiro. Hij droeg een licht linnen pak dat donker kleurde van het zweet, en onder zijn arm klemde hij een leren reistas met koperen gespen. Roger Charles Doughty Tichborne, erfgenaam van een van de rijkste landgoederen in Hampshire, Engeland, had geen paspoort bij zich. Wat hij wel had, was een afspraak met de kapitein van een kleine schoener die aan het einde van de pier lag afgemeerd. Het schip heette de Bella.

Roger had de afgelopen maanden door Zuid-Amerika gereisd, van Buenos Aires naar de Andes en terug naar de Braziliaanse kust. Het was een reis die zijn familie in Engeland met groeiende ongerustheid had gevolgd. Roger was altijd al de buitenbeentje geweest, geboren in Parijs op 5 januari 1829, opgevoed in Frankrijk door zijn Franse moeder Henriette, pas op latere leeftijd naar Engeland gestuurd om bij de 6th Dragoon Guards te dienen. Hij sprak vloeiend Frans, had fijne gelaatstrekken, een slank postuur, en op zijn linkerarm droeg hij een tatoeage die hij als jongeman had laten zetten. Nu stond hij op een Braziliaanse kade, klaar om als ongeregistreerde passagier aan boord te stappen van een schip dat koers zou zetten naar Jamaica.

De Bella vertrok diezelfde middag. Het schip gleed de baai van Guanabara uit, langs het Suikerbroodgebergte, de open Atlantische Oceaan op. Aan boord bevonden zich naast Roger nog enkele bemanningsleden en passagiers. De tropische wind vulde de zeilen. De schoener verdween achter de horizon.

Minder dan een week later spoelde er een omgeslagen sloep aan op de Braziliaanse kust. Op de boeg, half weggebeten door zout water, waren vijf letters leesbaar: B-E-L-L-A. Het hout was gebarsten, de roeibanken gebroken. Er lag geen lichaam in de boot, geen persoonlijk bezit, geen enkel teken van leven. Alleen een lege reddingssloep die langzaam volliep met regenwater terwijl de branding haar steeds opnieuw tegen het strand duwde.

De Bella was vergaan. Alle opvarenden werden als verloren beschouwd. Het duurde twee maanden voordat het bericht Engeland bereikte. In de salon van het familiehuis in Tichborne Park, Hampshire, ontving Lady Henriette Tichborne de brief die haar vertelde dat haar oudste zoon waarschijnlijk was omgekomen op de Atlantische Oceaan. In 1855 werd Roger juridisch dood verklaard.

Maar Henriette Tichborne was een vrouw die weigerde te rouwen.

Ze was ervan overtuigd dat haar zoon de schipbreuk had overleefd. Misschien was hij opgepikt door een passerend schip. Misschien lag hij ergens in een haven aan de andere kant van de wereld, zonder geld, zonder middelen om contact op te nemen. Een helderziende die ze raadpleegde bevestigde haar hoop: Roger leefde, ergens ver weg. Het was precies wat ze wilde horen.

In 1862 overleed Rogers vader, Sir James Tichborne. De baronettitel en het landgoed gingen over op Rogers jongere broer Alfred. Henriette accepteerde dit als een tijdelijke regeling. Ze bleef zoeken. In februari 1863 liet ze advertenties plaatsen in kranten over de hele wereld: The Times in Londen, koloniale kranten in Australië, bladen in Zuid-Amerika. De tekst was zakelijk maar dringend: iedereen die informatie had over Roger Charles Tichborne, of over overlevenden van de Bella, werd verzocht zich te melden. Een aanzienlijke beloning was in het vooruitzicht gesteld. De advertentie beschreef Roger als tenger van postuur, vrij lang, met lichtbruin haar en blauwe ogen.

Die advertenties reisden per stoomschip naar de verste uithoeken van het Britse Rijk. Ze werden opgeplakt in havenkantoren, voorgelezen in pubs, doorgegeven van mond tot mond. En ergens in het stoffige achterland van New South Wales, Australië, in een stadje dat Wagga Wagga heette, bereikte een van die advertenties de ogen van precies de verkeerde persoon.

In Wagga Wagga, een plaatsje aan de Murrumbidgee-rivier, omringd door schapenweiden en eucalyptusbossen, woonde een slager die zichzelf Thomas Castro noemde. Hij was een forse man, breed in de schouders, met een buik die getuigde van jarenlang bier en rundvlees. Hij sprak Engels met een zwaar accent dat niemand precies kon plaatsen. Hij had een vrouw, Mary Ann, en een handvol kinderen. Zijn slagerij liep matig. Hij had schulden.

Thomas Castro was in werkelijkheid Arthur Orton, geboren op 20 maart 1834 in Wapping, een arbeidersbuurt in het oosten van Londen. Zijn vader was een scheepsslager geweest. Arthur was als tiener naar zee gegaan, had op handelsschepen gevaren, was uiteindelijk in Australië beland en had daar onder een valse naam een nieuw leven opgebouwd. Hij was nooit in de buurt van de Tichborne-familie geweest. Hij had nooit in Frankrijk gewoond. Hij sprak geen woord Frans.

Toch was het Arthur Orton die in 1865 besloot te reageren op de advertentie van Lady Tichborne.

Hoe hij precies op het idee kwam, is een kwestie van historisch debat. Wat vaststaat, is dat een plaatselijke advocaat genaamd William Gibbes de schakel vormde. Gibbes had de advertenties uit Engeland gezien en hoorde via via dat er in Wagga Wagga een man woonde die beweerde van adellijke Engelse afkomst te zijn. Gibbes liet Castro bij zich komen, officieel vanwege een openstaande schuld van zes pond. Castro verscheen op het kantoor van Gibbes, een klein houten gebouw aan de hoofdstraat van Wagga Wagga, en nam plaats op een krakkemikkige stoel tegenover het bureau van de advocaat.

Gibbes observeerde zijn bezoeker. Castro was grof gebouwd, zijn handen waren die van een slager, brede palmen, korte vingers, schrammen van het hakmes. Maar toen Gibbes' vrouw de kamer binnenkwam, stond Castro op en hield de deur voor haar open met een gebaar dat opvallend elegant was, één hand op de deurklink, een lichte buiging van het hoofd. Het was een klein moment, maar Gibbes noteerde het. En toen Castro zijn pijp tevoorschijn haalde om te roken, zag Gibbes iets in het hout gesneden: drie letters, R.C.T. Roger Charles Tichborne.

Gibbes schreef in november 1865 een brief aan Lady Tichborne. Hij meldde dat hij in Australië een man had gevonden die beweerde haar zoon te zijn. De brief deed er weken over om Engeland te bereiken. Toen Henriette hem las, trilde haar hand. Dit was het moment waarop ze twaalf jaar had gewacht.

Er volgde een correspondentie tussen Lady Tichborne en de man in Wagga Wagga. Castro schreef brieven die vaag genoeg waren om niet direct als leugens te worden ontmaskerd, maar ook specifiek genoeg om hoop te wekken. Hij noemde details over het familielandgoed die hij, zo bleek later, uit openbare bronnen en uit gesprekken met een voormalige bediende van de Tichbornes had opgepikt. Lady Tichborne, die wanhopig wilde geloven, las in elke zin het bewijs dat haar zoon leefde.

Gibbes betaalde de overtocht. In september 1866 stapte Thomas Castro met zijn gezin aan boord van het stoomschip Rakaia, met bestemming Engeland. Na maanden op zee arriveerde hij in december 1866 in Londen. Hij nam zijn intrek in Ford's Hotel en stuurde onmiddellijk bericht naar Lady Tichborne. Zij bleek echter niet in Engeland te zijn, maar in Parijs.

Daarom reisde Castro naar Frankrijk.

De ontmoeting vond plaats op 10 januari 1867 in een hotel in Parijs. Het was een kille winterdag. Lady Tichborne, inmiddels een vrouw van in de zestig, zat in een leunstoel in de salon van het hotel. Ze was broos, haar gezondheid was achteruitgegaan door jaren van verdriet en hoop. Gaslampen wierpen een warm licht over het behang. Een marmeren klok op de schoorsteenmantel tikte de seconden weg.

Toen Castro de kamer binnenkwam, moet het een verwarrend gezicht zijn geweest. De man die beweerde haar slanke, fijngebouwde zoon te zijn, woog ruim 120 kilogram. Zijn gezicht was breed en vleezig, zijn nek dik, zijn handen grof. Hij leek in niets op de tengere jongeman die dertien jaar eerder in Rio de Janeiro aan boord van de Bella was gestapt.

Maar Lady Tichborne stond op, greep zijn handen, en verklaarde dat dit haar zoon was.

Het is een van de meest raadselachtige momenten in de hele zaak. Hoe kon een moeder haar eigen kind niet herkennen, of juist herkennen in een man die er totaal anders uitzag? Historici hebben er verschillende verklaringen voor aangedragen. Henriette's gezichtsvermogen was sterk achteruitgegaan. Ze had dertien jaar lang elke dag gebeden dat Roger zou terugkeren. En misschien, zo suggereren sommigen, wilde ze zo wanhopig geloven dat ze bereid was elk bewijs van het tegendeel te negeren.

Lees en luister verder

Dit verhaal, en de hele bibliotheek

Met Onverteld lees en beluister je elk verhaal volledig, meteen en zonder wachten. Probeer 7 dagen alles voor € 0,99.

Liever eerst horen hoe het klinkt? Beluister twee minuten van dit verhaal.

Je hoorde de eerste 2 minuten.

Het hele verhaal duurt 25 min. Met Onverteld luister je alles af, en staat je hele bibliotheek meteen open. Al lid? Log in

Probeer 7 dagen voor € 0,99

De Slager Die Sir Roger Was

0:002:00 / 24:56