2003 · Los Angeles, Verenigde Staten
Vrijgesproken door een Honkbalwedstrijd
In Los Angeles wordt Juan Catalán beschuldigd van moord, tot tv-beelden van een honkbalwedstrijd onverwacht zijn alibi leveren. Een waargebeurde zaak over toeval, justitie en een bijna fatale vergissing.

Op de avond van 12 mei 2003 reed Juan Catalán met zijn zesjarige dochter Melissa over de snelweg richting Chavez Ravine, het heuvelachtige terrein boven downtown Los Angeles waar Dodger Stadium als een betonnen krater in het landschap lag. Op de achterbank zaten twee vrienden. De Dodgers speelden die avond tegen de Atlanta Braves, en Juan had vier kaartjes gekocht, rij 3, sectie 43, langs de rechterveldzijde. Het was een doordeweekse avond, niets bijzonders. Juan was 26, werkte als machinebediener in een fabriek, en nam zijn dochter graag mee naar wedstrijden. De kaartjes kostten hem een paar uur loon.
Terwijl Juan zijn auto parkeerde op het enorme parkeerdek van Dodger Stadium, zat Martha Puebla op de stoeprand voor haar huis in Sun Valley, een wijk in de San Fernando Valley, zo'n 25 kilometer naar het noorden. Martha was 16 jaar oud. Ze woonde in een buurt waar de huizen dicht op elkaar stonden, waar de zomeravonden lang waren en waar tieners na het eten buiten zaten omdat het binnen te warm was.
Die twee werelden, het stadion en de stoeprand, hadden niets met elkaar te maken. Tot een man Martha benaderde en haar van zeer dichtbij neerschoot met een 9mm-handvuurwapen. De kruitsporen op haar gezicht vertelden forensisch onderzoekers later dat de loop zich op slechts centimeters afstand had bevonden. Martha Puebla was op slag dood.
Drie maanden later zou Juan Catalán gearresteerd worden voor haar moord. En het enige wat hem kon redden, was iets wat op dat moment nog niet eens bestond.
De rechercheurs van de North Hollywood Division van het LAPD begonnen hun onderzoek naar Martha Puebla's dood met een vraag die in moordzaken altijd als eerste komt: wie had er een motief? Martha was geen willekeurig slachtoffer. Ze was getuige geweest in een strafzaak, een zaak die draaide om ganggerelateerd geweld in Sun Valley. In die zaak was Mario Catalan, de oudere broer van Juan, een van de verdachten geweest. Martha had tegen hem getuigd.
Voor de rechercheurs, onder wie detective Martin Pinner, tekende zich een patroon af dat ze kenden uit tientallen eerdere zaken in de San Fernando Valley. Een getuige die tegen een ganglid had verklaard, werd vermoord. De logica was grimmig maar eenvoudig: iemand wilde voorkomen dat Martha opnieuw zou getuigen, of wilde wraak nemen voor haar eerdere verklaring. De zoektocht richtte zich op de kring rond Mario Catalan. En daarmee op zijn jongere broer Juan.
Juan Catalán had geen strafblad. Hij werkte fulltime, had een jong gezin, en woonde in een bescheiden huis in de Valley. Maar in de ogen van de rechercheurs was dat niet relevant. Wat relevant was: zijn broer was veroordeeld mede dankzij Martha Puebla's getuigenis. Dat maakte de hele familie verdacht.
Op 12 augustus 2003, precies drie maanden na de moord, stonden er agenten voor Juans deur. Ze arresteerden hem op verdenking van moord op Martha Puebla. Juan werd geboeid afgevoerd terwijl zijn dochter toekeek.
In de verhoorkamer van het North Hollywood-station zei Juan Catalán steeds hetzelfde. Hij was die avond niet in Sun Valley geweest. Hij was in Dodger Stadium geweest, met zijn dochter en twee vrienden. Hij had de kaartjes nog. Hij kon het bewijzen.
De rechercheurs luisterden, maar geloofden hem niet. Ticketstubs bewezen weinig, iemand anders had ze kunnen gebruiken, of Juan had ze kunnen kopen zonder daadwerkelijk te gaan. Bovendien hadden ze een getuige die Juan in de buurt van de moordlocatie plaatste. De details van die getuigenverklaring zijn nooit volledig openbaar gemaakt, maar voor de rechercheurs was het genoeg om Juan vast te houden.
Juan bood aan een leugendetectortest te doen. De politie weigerde.
Hij werd overgebracht naar de Men's Central Jail in downtown Los Angeles, een van de grootste en beruchtste gevangenissen van het land. Daar wachtte hij op zijn proces, beschuldigd van een moord waarvan hij zei dat hij die onmogelijk had kunnen plegen.
Todd Melnik was geen beroemde advocaat. Hij was een strafrechtadvocaat uit Los Angeles die zaken aannam die andere advocaten lieten liggen, zaken zonder geld, zonder glamour, zonder camera's. Toen hij de zaak van Juan Catalán op zijn bureau kreeg, zag hij een man met een simpel verhaal: ik was ergens anders. Het probleem was dat "ergens anders" niet genoeg was. Melnik moest bewijzen dat Juan Catalán op een specifiek tijdstip op een specifieke plek was, en dat die plek niet Sun Valley was.
De ticketstubs waren een begin. Vier kaartjes voor de Dodgers-wedstrijd van 12 mei 2003, sectie 43, rij 3. Melnik controleerde de wedstrijdgegevens: Dodgers tegen Atlanta Braves, aanvang in de vroege avond. De wedstrijd had negen innings geduurd. Als Juan er daadwerkelijk was geweest, van begin tot eind, dan was het fysiek onmogelijk dat hij tegelijkertijd in Sun Valley was, een rit van minstens 25 minuten zonder verkeer, en op dat tijdstip eerder 40 tot 50 minuten.
Maar ticketstubs bewezen alleen dat iemand de kaartjes had gekocht. Niet dat Juan er zelf was. Melnik had iets visueels nodig. Iets onweerlegbaars.
Hij begon met het voor de hand liggende. Dodger Stadium had camera's, het zogenaamde Dodger Vision-systeem dat beelden van het publiek op de grote schermen in het stadion projecteerde. Als Juan in beeld was geweest, zou dat zijn alibi bevestigen. Melnik nam contact op met de Dodgers-organisatie en vroeg om de beelden van 12 mei.
Het antwoord was teleurstellend. De Dodger Vision-beelden van die avond waren niet bewaard gebleven. Het systeem draaide live, en de opnames werden routinematig gewist. Er was niets meer.
Melnik stond voor een muur. Zijn cliënt zat in de gevangenis, beschuldigd van moord, met een alibi dat hij niet hard kon maken. De ticketstubs waren circumstantieel. De twee vrienden die met Juan waren meegegaan, konden getuigen, maar hun verklaringen zouden door de aanklager worden afgedaan als partijdig, vrienden die voor een vriend logen. Melnik had iets nodig wat niet kon liegen. Een camera die geen belang had bij de uitkomst.
En toen herinnerde hij zich iets. Of misschien vertelde iemand het hem. De details van hoe het precies ging zijn nooit helemaal duidelijk geworden, maar het resultaat was dit: Todd Melnik ontdekte dat er op de avond van 12 mei 2003 een televisieproductie in Dodger Stadium had plaatsgevonden. Niet zomaar een productie. HBO had die avond scènes opgenomen voor een aflevering van Curb Your Enthusiasm, de comedyserie van Larry David.
De serie, voor wie het niet kent, draaide om Larry David die zichzelf speelde in alledaagse situaties die door zijn eigen sociale onhandigheid uit de hand liepen. De afleveringen werden deels geïmproviseerd, deels gescript, en regelmatig op locatie gefilmd. Op 12 mei 2003 had de crew van Curb Your Enthusiasm in Dodger Stadium gefilmd, met camera's die niet alleen de acteurs vastlegden maar ook het publiek eromheen. Achtergrondbeelden. Sfeeropnames. Crowd shots.
Melnik realiseerde zich wat dit betekende. Ergens in de honderden uren ruwe footage die HBO die avond had geschoten, kon Juan Catalán zitten. Een man op rij 3, sectie 43, met zijn zesjarige dochter naast zich. Onzichtbaar voor iedereen behalve voor een camera die toevallig de andere kant op had gedraaid.
Het verkrijgen van toegang tot HBO-materiaal was geen eenvoudige zaak. HBO was een van de machtigste mediaconglomeraten ter wereld, en ruwe productiebeelden waren eigendom van het bedrijf. Melnik moest via juridische kanalen een verzoek indienen, een subpoena of een formeel verzoek via de rechtbank, om inzage te krijgen in materiaal dat niets met een moordzaak te maken had. Hij moest een rechter ervan overtuigen dat ergens in de achtergrond van een comedyserie het bewijs lag dat zijn cliënt onschuldig was.
Lees en luister verder
Dit verhaal, en de hele bibliotheek
Met Onverteld lees en beluister je elk verhaal volledig, meteen en zonder wachten. Probeer 7 dagen alles voor € 0,99.
Liever eerst horen hoe het klinkt? Beluister twee minuten van dit verhaal.



