1995 · Oslo, Noorwegen
"jennifer Fairgate Bestond Niet"
In 1995 wordt een vrouw dood aangetroffen in kamer 2805 van het Oslo Plaza Hotel. Haar labels zijn verwijderd, haar identiteit blijkt vals en tot vandaag weet niemand wie ze was of waarom ze stierf.

Op woensdag 31 mei 1995, even voor elf uur 's avonds, stapte een jonge vrouw de lobby binnen van het Oslo Plaza Hotel. Het was het hoogste gebouw van Noorwegen, 37 verdiepingen glas en staal die boven het centraal station uittorenden. De lobby rook naar schoonmaakmiddel en verse bloemen. Achter de balie stond een receptioniste die net haar dienst begon.
De vrouw legde een registratieformulier op de balie. Ze had het al ingevuld. Naam: Jennifer Fairgate. Adres: Rue de la Stalle, Brussel, België. Ze sprak Engels, met een accent dat het personeel niet precies kon plaatsen, misschien Duits, misschien iets anders. Ze vroeg om een kamer voor drie nachten. De receptioniste noteerde dat er een tweede gast bij haar hoorde, een zekere "Lois Fergate." De achternaam was net iets anders gespeld dan die van de vrouw zelf. Of die tweede persoon er daadwerkelijk was, of dat de vrouw hem alleen had opgegeven, bleef onduidelijk. Niemand vroeg om een paspoort. Niemand vroeg om een creditcard. Het was 1995, en het Oslo Plaza was een zakenhotel waar gasten soms contant betaalden bij vertrek.
De vrouw kreeg twee keycards voor kamer 2805, op de 28e verdieping.
Om 22:44 uur registreerde het elektronische slot van kamer 2805 de eerste activering. De deur ging open, de vrouw stapte naar binnen. De kamer was ruim: een tweepersoonsbed met witte lakens en twee dikke dekbedden, een nachtkastje met een schemerlamplamp, een minibar, een raam dat uitkeek over het regenachtige Oslo. Begin juni, maar het weer was koel en nat. Buiten tikte motregen tegen het glas.
Anderhalf uur later, om 00:21 uur in de nacht van woensdag op donderdag, registreerde het slot opnieuw een keycard. De vrouw was even weg geweest en kwam terug. Waarheen ze was gegaan, op dat uur, in een stad die ze ogenschijnlijk niet kende, niemand weet het. Het elektronische slotsysteem van het Oslo Plaza registreerde alleen het binnenkomen met een keycard, niet het verlaten van de kamer. Elke keer dat de deur van binnenuit openging, bleef dat onzichtbaar in de data.
Daarna werd het stil rond kamer 2805.
De volgende ochtend, donderdag 1 juni, brak er onweer los boven Oslo. Zware regen sloeg tegen de ramen van het hotel. Om 08:34 uur registreerde het slot nog één keer een keycard, de vrouw verliet de kamer, of kwam terug. Daarna niets meer. Toen schoonmaakster Vigdis Valø rond kwart voor één 's middags met een collega-leerling de kamer betrad, was er niemand. Het bed was nauwelijks beslapen. Eén dekbed lag netjes teruggeslagen, het andere had Valø in de kast gelegd, het was duidelijk dat er maar één persoon in het bed had gelegen, niet twee. De kamer zag er bijna onbewoond uit. Valø maakte het bed op, vulde de minibar aan, en vertrok.
De rest van donderdag bleef de kamer leeg. Het slotsysteem registreerde geen enkele activering meer. Waar de vrouw die nacht doorbracht, is nooit vastgesteld.
Vrijdagochtend, 2 juni, verscheen ze weer bij de receptie. Ze wilde haar verblijf verlengen tot zondag. Opnieuw geen vragen over betaling, geen verzoek om identificatie. Ze kreeg twee nieuwe keycards. Om 08:50 uur activeerde ze het slot van 2805 en ging naar binnen. Ditmaal hing ze het bordje "Niet Storen" aan de deurklink.
De hele vrijdag bleef dat bordje hangen. Het slotsysteem registreerde geen verdere activeringen van buitenaf, de vrouw verliet de kamer niet, of als ze dat deed, kwam ze niet terug via de deur met haar keycard. Om 20:06 uur die avond belde ze de roomservice. Ze bestelde een maaltijd. Ruim twintig minuten later klopte serveerster Kristin Andersen op de deur van 2805.
Andersen zou later verklaren dat er iets vreemds was aan de kamer. Alles zag eruit alsof er niemand woonde. Het bed leek niet beslapen. De oppervlakken waren schoon. Er stonden geen koffers open, geen kleding over stoelen gedrapeerd, geen boeken of tijdschriften op het nachtkastje. De kamer had de steriele perfectie van een modelwoning. Andersen zette het dienblad neer en vertrok.
Die nacht, de laatste nacht van de vrouw die zich Jennifer Fairgate noemde, registreerde het slotsysteem niets meer. Geen keycard, geen beweging. Het bordje "Niet Storen" bleef hangen.
Zaterdag 3 juni 1995 was Eerste Pinksterdag. Het hotel draaide op minimale bezetting. De vrouw had haar verblijf verlengd tot zondag, maar er was nog steeds geen creditcard of betaalmiddel geregistreerd. Ergens in de loop van de middag begon het administratief personeel zich zorgen te maken. Een gast zonder creditcard, zonder aanbetaling, al drie nachten in een dure kamer op de 28e verdieping, dat was ongebruikelijk, zelfs voor 1995.
Tegen de avond besloot het hoofd beveiliging van het hotel om persoonlijk naar kamer 2805 te gaan. Hij nam een collega mee. Het was inmiddels rond kwart voor acht 's avonds. Buiten hing een lage bewolking boven Oslo; het was begin juni, dus het daglicht was nog niet helemaal verdwenen, maar de gangen van de 28e verdieping waren kunstmatig verlicht, groene nooduitgangbordjes, gele plafondlampen die een koel licht wierpen op het donkere tapijt.
De twee mannen liepen door de stille gang naar 2805. Het bordje "Niet Storen" hing er nog steeds. Het hoofd beveiliging klopte aan.
Geen reactie.
Hij klopte opnieuw, harder.
En toen, op het moment van die tweede klop, klonk er vanachter de deur een geluid dat alles veranderde. Een knal. Scherp, hard, onmiskenbaar. Het galmde door de smalle hotelgang en stierf weg in het tapijt.
Een schot.
De twee beveiligingsmedewerkers verstijfden. Een fractie van een seconde stonden ze roerloos, hun hersenen nog bezig het geluid te verwerken. Toen draaide de collega zich om en rende de gang door, naar de dichtstbijzijnde telefoon om hulp te bellen. Het hoofd beveiliging bleef even staan bij de deur, maar ging niet naar binnen. De deur was van binnenuit op het nachtslot gedraaid, een dubbele vergrendeling die niet met een gewone keycard te openen was. Hij had een reservesleutel nodig, en die lag beneden bij de receptie.
Wat volgde waren veertien minuten waarin kamer 2805 onbewaakt bleef. Veertien minuten waarin niemand de gang in of uit ging, voor zover later kon worden vastgesteld. Veertien minuten stilte achter een gesloten deur.
Om 20:04 uur keerde het hoofd beveiliging terug met een noodsleutel die het dubbele slot kon overrulen. Hij stak de sleutel in het slot, draaide, en duwde de deur open.
Lees en luister verder
Dit verhaal, en de hele bibliotheek
Met Onverteld lees en beluister je elk verhaal volledig, meteen en zonder wachten. Probeer 7 dagen alles voor € 0,99.
Liever eerst horen hoe het klinkt? Beluister twee minuten van dit verhaal.



