ONVERTELD
← Alle verhalen

1659 · Rome, Pauselijke Staten

Kleurloos als Water, 1659

In 17e-eeuws Rome hielp Giulia Tofana vrouwen ogenschijnlijk uit ongelukkige huwelijken met een kleurloze vloeistof die niet te traceren was. Jarenlang stierven mannen ‘natuurlijk’, tot een paniekerige klant alles deed instorten.

16 min lezenGiulia TofanaAqua TofanaGifmoorden

Op 31 januari 1659 stond een man in een donkere mantel te wachten in een steeg nabij de Piazza Navona in Rome. Het was een koude, grijze ochtend. De man, een informant in dienst van de pauselijke autoriteiten, had een afspraak. Een vrouw genaamd Giovanna De Grandis, een weduwe van middelbare leeftijd, kwam aangelopen met een klein glazen flesje in haar hand. Het flesje zag eruit als iets wat je bij een apotheker zou kopen: doorzichtig, onopvallend, niet groter dan een duim. De vloeistof erin was kleurloos als water.

De Grandis overhandigde het flesje en noemde het een gezichtscrème. Een lotion voor de huid, zei ze. Niets bijzonders.

Op dat moment grepen agenten van de pauselijke politie haar vast. Ze namen het flesje in beslag en brachten De Grandis naar Tor di Nona, de gevangenis aan de oever van de Tiber, een middeleeuwse toren met vochtige stenen muren, smalle gangen verlicht door flarden daglicht, en de constante geur van stilstaand rivierwater. Het was een plek waar gevangenen soms maanden verdwenen zonder dat iemand het merkte.

Wat de autoriteiten op dat moment nog niet wisten, was dat ze zojuist de draad hadden vastgepakt van een netwerk dat zich door heel Rome vertakte. Een netwerk van vrouwen die een dodelijk gif verkochten, verpakt als cosmetica. En dat de klanten, bijna uitsluitend vrouwen, het middel gebruikten om hun echtgenoten te doden.

Het verhaal dat zich in de maanden daarna ontvouwde, zou een van de opmerkelijkste rechtszaken uit de Europese geschiedenis worden. Niet vanwege het gif zelf, maar vanwege wat het onthulde over het leven van vrouwen in het zeventiende-eeuwse Rome, een stad waar echtscheiding onmogelijk was, huiselijk geweld alledaags, en waar sommige vrouwen concludeerden dat er maar één uitweg bestond.

De volgende ochtend, 1 februari 1659, begonnen de verhoren in Tor di Nona. Giovanna De Grandis zat tegenover vice-gouverneur Stefano Bracchi, de man die het onderzoek zou leiden. Bracchi was een bureaucraat met een methodische aanpak. Hij stelde vragen, noteerde antwoorden, en wachtte.

De Grandis hield het niet lang vol. Binnen een dag begon ze te praten. Ze noemde namen. Ze beschreef hoe het netwerk werkte. En ze wees naar de vrouw die volgens haar de spil was van alles: Gironima Spana.

Spana was geen gewone straatverkoopster. Ze was een vrouw met connecties in verschillende lagen van de Romeinse samenleving, van wasvrouwen en linnenhandelaarsters tot de huishoudens van adellijke families. Volgens De Grandis was Spana degene die het gif bereidde, de prijzen bepaalde, en de distributie organiseerde. Het middel had een codenaam: Manna di San Nicola. Sint-Nicolaasmanna. Een naam die klonk als een religieus relikwie, als iets heiligs. In werkelijkheid was het een langzaam werkend vergif.

Op 2 februari 1659 werd Gironima Spana gearresteerd en naar dezelfde gevangenis gebracht. Bracchi had nu twee verdachten in Tor di Nona. De Grandis bleef praten. Spana zweeg.

Uit de verklaringen van De Grandis tekende zich een systeem af dat verrassend georganiseerd was. Het gif werd verkocht in kleine glazen flaconnetjes, identiek aan de flesjes die apothekers gebruikten voor medicinale zalfjes of parfum. De vloeistof was kleurloos, reukloos, en smaakte naar vrijwel niets. Een vrouw kon het door de soep van haar man roeren, door zijn wijn mengen, of op zijn eten druppelen zonder dat hij iets merkte.

De prijs was vijftig scudi per flesje, een aanzienlijk bedrag, ruwweg het jaarsalaris van een dienstmeid. Dat maakte het gif geen impulsaankoop. Vrouwen die het kochten, hadden erover nagedacht. Ze hadden gespaard. Ze hadden een besluit genomen.

Het middel werkte langzaam. Na de eerste dosis werd een man licht ziek, koorts, maagklachten, niets alarmerends. Na de tweede dosis verslechterde zijn toestand. Na de derde, soms de vierde dosis, stierf hij. Het hele proces duurde twee tot drie weken. Voor de buitenwereld leek het een natuurlijke ziekte. Een arts die het lichaam onderzocht, zou niets ongewoons vinden. In een stad waar pestepidemieën regelmatig huishielden en mannen routinematig stierven aan koortsen en infecties, viel één extra sterfgeval niet op.

Terwijl De Grandis bleef verklaren, begon Bracchi de omvang van het netwerk te begrijpen. De Grandis noemde niet alleen Spana, maar ook Maria Spinola, Graziosa Farina en Laura Crispoldi, vrouwen die het gif hielpen distribueren of zelf aan klanten leverden. Elke naam leidde naar nieuwe namen. Elke bekentenis opende een deur naar een volgende kamer.

Bracchi stond voor een dilemma. De verhoren in Tor di Nona leverden steeds meer verdachten op, maar de methoden waarmee die bekentenissen werden verkregen, waren de standaardprocedures van zeventiende-eeuws pauselijk recht. Dat betekende marteling. De strappado, waarbij de armen van een gevangene achter de rug werden gebonden en het lichaam aan de polsen werd opgehesen, was routinematig onderdeel van het verhoorproces. De Grandis schreeuwde en huilde tijdens haar ondervragingen, maar bleef praten. Spana verdroeg de pijn en zweeg.

Weken werden maanden. Bracchi verhoorde tientallen vrouwen. Het patroon dat zich aftekende was opmerkelijk consistent. De koopsters van het gif waren geen psychopaten. Het waren vrouwen die vastzaten in huwelijken waaruit geen ontsnapping mogelijk was.

In het Rome van de zeventiende eeuw was echtscheiding niet alleen sociaal onacceptabel, het was juridisch onmogelijk. De Katholieke Kerk beschouwde het huwelijk als een onbreekbaar sacrament. Een vrouw die werd geslagen door haar man, had geen recht op scheiding. Een vrouw wier echtgenoot haar bezittingen verbraste, haar kinderen mishandelde, of haar dwong tot handelingen die ze niet wilde, had geen juridisch instrument om het huwelijk te beëindigen. Ze kon naar een klooster vluchten, maar dan verloor ze haar kinderen, haar bezittingen, en haar positie in de samenleving.

De processtukken die Bracchi verzamelde, lezen als een catalogus van wanhoop. Eén vrouw getuigde dat haar man haar sloeg terwijl ze zwanger was, met vuisten op haar buik. Een andere vertelde dat haar echtgenoot haar vader had laten vergiftigen om eerder aan de erfenis te komen. Weer een andere beschreef jarenlange verwaarlozing en financiële uitbuiting. De redenen varieerden, maar het thema was steeds hetzelfde: vrouwen die geen uitweg zagen binnen het systeem, en daarom een uitweg zochten erbuiten.

Laura Crispoldi, een van de distributeurs van het gif, had het kernachtig samengevat tegen een aarzelende klant. Een vrouw die twijfelde of ze het middel wel moest kopen, kreeg van Crispoldi te horen: wil je hem laten leven, dan kunnen we hem met medicijnen verzoenen. Wil je vrij zijn? Dat kan ook, geen scheiding nodig. De boodschap was helder. Het gif was geen moordwapen. Het was een scheidingsprocedure.

Een andere gifverkoopster formuleerde het nog scherper. Tegen een vrouw die aarzelde, zei ze: beter jezelf te laten ophangen dan dagelijks zo verder te gaan. Liever één moment van ellende dan een heel leven van mishandeling.

Bracchi stuitte tijdens zijn onderzoek op een probleem dat de grenzen van zijn jurisdictie raakte. Het netwerk reikte namelijk tot in de huizen van de Romeinse adel. En adellijke vrouwen vielen onder andere regels.

Het geval van Anna Maria Conti illustreerde dit. Conti was een gravin, een vrouw van stand, en ze had het gif gebruikt, of in elk geval besteld. Haar dienstmeid Benedetta had als tussenpersoon gefungeerd en contact gelegd met Laura Crispoldi. Conti's motief was niet abstract: haar tweede echtgenoot, een man genaamd Imbert, had volgens haar getuigenis haar vader vergiftigd en haar tijdens haar zwangerschap geslagen.

Bracchi kon Conti niet arresteren. Ze genoot pauselijke immuniteit. In plaats van haar naar Tor di Nona te slepen, moest hij haar thuis ondervragen, aan haar eigen eettafel, als een gast. De paus had haar volledige amnestie verleend in ruil voor haar medewerking. Wat Conti ook zou bekennen, ze zou er niet voor worden gestraft.

Lees en luister verder

Dit verhaal, en de hele bibliotheek

Met Onverteld lees en beluister je elk verhaal volledig, meteen en zonder wachten. Probeer 7 dagen alles voor € 0,99.

Liever eerst horen hoe het klinkt? Beluister twee minuten van dit verhaal.

Je hoorde de eerste 2 minuten.

Het hele verhaal duurt 24 min. Met Onverteld luister je alles af, en staat je hele bibliotheek meteen open. Al lid? Log in

Probeer 7 dagen voor € 0,99

Kleurloos als Water, 1659

0:002:00 / 23:30