ONVERTELD
← Alle verhalen

1978 · Los Angeles, Verenigde Staten

De Man Die een Spelshow Won Terwijl Hij Moordde

In 1978 verschijnt de charmante Rodney Alcala als kandidaat in The Dating Game. Jaren later blijkt de tv-flirt een sadistische seriemoordenaar met een spoor van slachtoffers en duizenden raadselachtige foto’s.

14 min lezenRodney AlcalaThe Dating GameSeriemoordenaar

Op 13 september 1978 zat een 35-jarige man met krullend haar en een brede glimlach op een barkruk in een televisiestudio in Los Angeles. Hij droeg een strak zittend overhemd met wijde kraag, typisch jaren zeventig, en zijn ogen glommen onder de felle studiolampen. Naast hem zaten twee andere mannen: Bachelor Number Two en Bachelor Number Three, maar het was Bachelor Number One die de aandacht trok. Hij leunde ontspannen achterover, alsof hij dit elke dag deed. Alsof hij thuishoorde op televisie.

De show heette *The Dating Game*, een van de populairste spelshows van Amerika. Het concept was simpel: een jonge vrouw stelde vragen aan drie mannen die ze niet kon zien, een scherm scheidde hen, en op basis van hun antwoorden koos ze er één voor een date. Die avond heette de vrouw Cheryl Bradshaw. Ze was blond, lachte makkelijk, en had geen idee wie er aan de andere kant van dat scherm zat.

Presentator Jim Lange, met zijn kenmerkende diepe stem en onberispelijke pak, leidde het spel in. Het publiek, een paar honderd mensen op klapstoeltjes, klapte op commando. De band speelde een swingend deuntje. Alles was licht, vrolijk, onschuldig.

Cheryl begon haar vragen te stellen. Op een gegeven moment vroeg ze Bachelor Number One hoe hij zichzelf zou omschrijven. De man boog zich naar de microfoon en zei met een warme, zelfverzekerde stem: "I'm called the banana and I look good." Het publiek barstte in lachen uit. Cheryl grinnikte. "Kun je wat beschrijvender zijn?" vroeg ze. De man pauzeerde een halve seconde. Toen zei hij: "Peel me." Opnieuw lachsalvo's. De producers achter de camera's knikten tevreden naar elkaar. Dit was goed televisie.

Wat niemand in die studio wist, niet Cheryl Bradshaw, niet Jim Lange, niet de producers, niet het publiek, was dat Bachelor Number One op dat moment al meerdere vrouwen had vermoord. Zijn naam was Rodney James Alcala.

Het verhaal van hoe een seriemoordenaar midden in zijn moordreeks een televisieshow won, begint niet in die studio. Het begint tien jaar eerder, in een klein appartement in Hollywood.

In 1968 was Rodney Alcala een 25-jarige student aan de UCLA. Hij was intelligent, zijn IQ werd later geschat op boven de 160, en hij had een fascinatie voor fotografie en film. Hij was knap, welbespraakt, en wist precies hoe hij mensen op hun gemak moest stellen. Op een septemberdag dat jaar zag een automobilist in Hollywood iets verontrustends. Een klein meisje van acht jaar oud liep hand in hand met een volwassen man een appartementencomplex binnen. De automobilist noteerde het adres en belde de politie.

Toen agenten het appartement binnenstormden, troffen ze het meisje aan in de badkamer. Ze had ernstige verwondingen aan haar hoofd. Ze leefde nog, maar nauwelijks. Alcala was gevlucht via de achterdeur. Hij verdween spoorloos.

De FBI plaatste hem op de opsporingslijst onder zijn echte naam, maar Alcala had zichzelf al een nieuw leven aangemeten. Hij reisde naar New York, schreef zich in aan de filmschool van NYU onder de naam John Berger, en begon een nieuw bestaan. Niemand in New York wist wie hij werkelijk was. Hij gaf zich uit als kunstenaar, als intellectueel, als iemand met een gevoelige ziel. Hij kreeg zelfs een baan als counselor op een zomerkamp voor kinderen in New Hampshire.

Het duurde drie jaar voordat iemand hem herkende. In 1971 zagen twee kampkinderen een poster van de FBI's Most Wanted-lijst en wezen naar hun counselor. "Dat is John," zeiden ze. De politie arresteerde Alcala op het kamp. Hij werd teruggebracht naar Californië en veroordeeld voor de aanval op het meisje in 1968.

Hier openbaarde zich een fout in het systeem die de komende jaren fatale gevolgen zou hebben. Californië hanteerde in die periode een beleid van zogenaamde *indeterminate sentencing*, een filosofie die ervan uitging dat gevangenen gerehabiliteerd konden worden en dat een paroolcommissie het beste moment van vrijlating kon bepalen. Alcala werd veroordeeld, maar na slechts 34 maanden achter de tralies besloot de commissie dat hij voldoende was gerehabiliteerd. Hij kwam vrij.

Binnen twee maanden na zijn vrijlating werd hij opnieuw gearresteerd, dit keer voor het ontvoeren van een 13-jarig meisje. Opnieuw gevangenisstraf. Opnieuw vroege vrijlating. In 1977 stond Rodney Alcala weer op straat in Los Angeles, een vrij man met een strafblad dat twee keer kindermisbruik vermeldde. Hij vond werk als typesetter bij de *Los Angeles Times*. Hij kocht professionele camera-apparatuur. En hij begon te moorden.

Op 9 november 1977 vond een beveiligingsmedewerker het lichaam van Jill Terry Barcomb langs een serviceweg bij Mulholland Drive, hoog in de Hollywood Hills. Jill was achttien jaar oud, woog amper 45 kilo, en was afkomstig uit Oneida, New York. Ze had als vrijwilliger in een ziekenhuis gewerkt en trompet gespeeld in het schoolorkest. Haar broer Bruce zou later zeggen: "Ze was niet zomaar een weggelopen meisje. Ze was een lief, zorgzaam mens."

De politie van Los Angeles catalogiseerde de moord als mogelijk het werk van de Hillside Strangler, een seriemoordenaar die op dat moment actief was in de regio. Het dossier verdween in een la. Pas decennia later zou DNA-analyse uitwijzen dat niet de Hillside Strangler, maar Rodney Alcala verantwoordelijk was.

Tussen november 1977 en september 1978, de maand van zijn televisie-optreden, leefde Alcala een dubbelleven dat in zijn compleetheid moeilijk te bevatten is. Overdag werkte hij bij de krant, 's avonds trok hij met zijn camera door Los Angeles. Hij benaderde vrouwen op stranden, in parken, bij bushaltes. Zijn aanpak was steeds dezelfde: hij stelde zich voor als professioneel fotograaf, complimenteerde hun uiterlijk, en vroeg of hij een paar foto's mocht maken. Zijn camera was zijn toegangsbewijs tot vertrouwen. Veel vrouwen zeiden ja.

En ergens in die maanden besloot hij zich aan te melden voor *The Dating Game*.

Producer David Greenfield zou later uitleggen dat de screening van kandidaten in die tijd minimaal was. "Veel mensen die zich aanmeldden, zochten niet echt een afspraak maar tv-tijd," zei hij. Er was geen achtergrondcheck. Geen politieonderzoek. Geen enkele manier om te weten dat de charmante fotograaf die voor hen zat een veroordeelde zedendelinquent was, laat staan een moordenaar.

In de green room voor de opname zat Alcala naast Jed Mills, een van de andere kandidaten. Mills herinnert zich het moment tot in detail. Alcala leunde naar hem toe en zei, met een glimlach die Mills later zou omschrijven als "verontrustend": "I always get my girl." Mills voelde de haartjes in zijn nek overeind komen. Er was iets aan deze man, iets achter de ogen, dat niet klopte. Maar de opnameassistent riep hun namen, de studiolampen gingen aan, en het spel begon.

Cheryl Bradshaw stelde haar vragen. Alcala gaf zijn antwoorden. "I'm called the banana and I look good." "Peel me." Het publiek lachte. De producers waren tevreden. Na de opname maakte Jim Lange het resultaat bekend: Cheryl had Bachelor Number One gekozen. Rodney Alcala had gewonnen.

Toen gebeurde er iets opmerkelijks. Het scherm ging opzij en Cheryl zag voor het eerst de man die ze had gekozen. Alcala stapte naar voren met uitgestoken hand. Cheryl schudde die hand, maar haar glimlach verstijfde. Later die avond belde ze naar Ellen Metzger, de coördinator van het programma. Haar stem trilde licht. "Ellen, ik kan echt niet met hem op stap. Er straalt iets raars van hem af. Hij is heel vreemd. Ik voel me er niet goed bij. Is dat een probleem?" Metzger stelde haar gerust: "Nee, geen probleem." De date ging niet door.

Cheryl Bradshaw's intuïtie redde waarschijnlijk haar leven.

Executive producer Mike Metzger zou jaren later toegeven dat hij zelf ook iets had gevoeld. "He had a mystique about him that I found uncomfortable," zei hij. Maar ongemak was geen reden om iemand uit een spelshow te weren. De aflevering werd uitgezonden. Miljoenen Amerikanen zagen Rodney Alcala flirten op televisie. Niemand belde de politie.

Negen maanden later, op 20 juni 1979, fietste de twaalfjarige Robin Christine Samsoe door Huntington Beach. Het was een warme zomerdag in Orange County. Robin had die middag met een vriendin doorgebracht op Sunset Beach. Ze hadden in bikini in de zon gelegen toen een man met een camera hen benaderde. Hij was vriendelijk, complimenteus, en vroeg of hij foto's mocht maken. Een buurvrouw die het tafereel zag, kwam naar buiten en vroeg wat er aan de hand was. De man vertrok.

Robin leende haar gele Schwinn-fiets aan haar vriendin en vertrok te voet naar haar balletles. Het was een korte wandeling door een rustige woonwijk. Ze kwam nooit aan.

Twaalf dagen later vond een boswachter haar stoffelijke resten in de San Gabriel Mountains, ruim 60 kilometer van Huntington Beach. De identificatie verliep via haar gebitgegevens. Haar moeder, Marianne Samsoe, stortte in.

De politie van Huntington Beach begon een intensief onderzoek. Ze maakten een compositietekening van de fotograaf op het strand, de man die Robin en haar vriendin had benaderd. De tekening werd verspreid via lokale media. Een paroolambtenaar die de schets zag, herkende het gezicht. Hij trok het dossier van een man die onder zijn toezicht stond: Rodney James Alcala, tweemaal veroordeeld zedendelinquent, werkzaam als typesetter, hobbyfotograaf.

Op 24 juli 1979 reden rechercheurs naar het huis van Alcala's moeder in Monterey Park, een buitenwijk ten oosten van downtown Los Angeles. Alcala was er niet. Hij had zijn haar kort geknipt, zich geschoren, en een vliegticket naar Seattle geboekt. De politie stelde hem onder observatie. Toen hij terugkeerde naar het huis van zijn moeder, stonden ze hem op te wachten in de zijstraat achter de bungalow.

Alcala verzette zich niet. Hij droeg een beige colbert en een lichtblauwe spijkerbroek. In zijn borstzak stak een pen van Kodak, het merk van zijn geliefde filmrolletjes. Agenten boeiden zijn handen op zijn rug. Hij keek kalm om zich heen terwijl politieradio's knetterden en rechercheurs instructies naar elkaar riepen. Volgens getuigen glimlachte hij.

De doorzoekingen die volgden, onthulden de omvang van wat Alcala had gedaan. In een gehuurde opslagcel in Seattle, een betonnen ruimte van drie bij vier meter met een metalen roldeur, troffen rechercheurs een verzameling aan die hen dagenlang bezighield. Er lagen meer dan duizend foto's. Stapels negatieven. Afdrukken in verschillende formaten. Sommige toonden vrouwen in alledaagse poses: lachend op het strand, zittend in een park, leunend tegen een auto. Andere waren explicieter, suggestieve poses, naaktfoto's, beelden die duidelijk zonder toestemming waren gemaakt.

Rechercheurs legden de foto's uit op lange tafels in het politiebureau. Rij na rij gezichten. Vrouwen, tieners, een enkel kind. Bij veel foto's was de identiteit van het onderwerp onbekend. Waren dit slachtoffers? Potentiële slachtoffers? Willekeurige ontmoetingen? De politie wist het niet. Tussen de foto's lagen ook sieraden: ringen, kettingen, oorbellen. Kleine gouden bolletjesoorbellen die precies leken op de oorbellen die Robin Samsoe had gedragen op de dag dat ze verdween. Roze oorstekers die later werden geïdentificeerd als eigendom van een ander slachtoffer, Charlotte Lamb.

De sieraden waren trofeeën. De foto's waren een catalogus.

Het eerste proces tegen Alcala voor de moord op Robin Samsoe begon in 1980 in Santa Ana, Orange County. De aanklager presenteerde de compositietekening, de getuigenverklaringen van het strand, de sieraden uit de opslagcel, en de oorbellen die overeenkwamen met die van Robin. Alcala verdedigde zichzelf, hij had rechten gestudeerd in de gevangenis en weigerde een advocaat. Hij ondervroeg getuigen met de koele precisie van iemand die genoot van het spel.

De jury veroordeelde hem. De rechter legde de doodstraf op.

Marianne Samsoe, Robins moeder, stond op in de rechtszaal. Tranen stroomden over haar wangen. "Ik dank God," zei ze. "Nu kan mijn dochter na zeven jaar eindelijk rust vinden."

Maar rust kwam er niet. Alcala ging in beroep. Het vonnis werd vernietigd op technische gronden, de jury had onrechtmatig bewijs over zijn eerdere veroordelingen te horen gekregen. Er kwam een nieuw proces. Opnieuw schuldig. Opnieuw doodstraf. Opnieuw beroep. Opnieuw vernietigd. Het juridische steekspel duurde decennia. Drie keer werd Alcala ter dood veroordeeld voor dezelfde moord. Drie keer vocht hij het aan.

Ondertussen werkten rechercheurs in Los Angeles aan de onopgeloste moordzaken die zich hadden opgestapeld in de late jaren zeventig. DNA-technologie, die in de jaren tachtig nog in de kinderschoenen stond, werd in de jaren negentig en tweeduizend steeds verfijnder. Cold case-teams begonnen oude bewijsstukken opnieuw te testen. En naam na naam wees het DNA naar dezelfde man.

Jill Barcomb, de achttienjarige bij Mulholland Drive: Alcala. Georgia Wixted, een 27-jarige verpleegster uit Malibu: Alcala. Charlotte Lamb, een 32-jarige secretaresse uit Santa Monica: Alcala. Jill Parenteau, een 21-jarige vrouw uit Burbank: Alcala. Stuk voor stuk vrouwen wier zaken jarenlang onopgelost waren gebleven, stuk voor stuk nu verbonden aan de fotograaf met de charmante glimlach.

Bruce Barcomb, Jills oudere broer, kreeg het nieuws per telefoon. Een rechercheur vertelde hem dat ze geloofden de moordenaar van zijn zus te hebben gevonden. Bruce had dertig jaar gewacht op dat telefoontje. Hij was inmiddels midden veertig. Het meisje dat trompet speelde en vrijwilligerswerk deed in het ziekenhuis was al die tijd een open wond gebleven.

In 2010 stond Alcala opnieuw terecht, dit keer niet alleen voor de moord op Robin Samsoe, maar voor alle vijf de Californische moorden samen. De rechtszaal in Santa Ana was afgeladen. Alcala, inmiddels 66 jaar oud, met grijs haar en een bril, verdedigde opnieuw zichzelf. Hij speelde tijdens het proces een fragment van Arlo Guthrie's "Alice's Restaurant" af voor de jury, een protestlied van achttien minuten, als onderdeel van zijn verdediging. Niemand begreep waarom.

Aanklager Matt Murphy richtte zich in zijn slotpleidooi tot de jury: "Robin Samsoe's dag in de rechtbank is vandaag. Zorg dat hij verantwoordelijk wordt gehouden voor wat er met dat meisje is gebeurd."

Op 30 maart 2010 veroordeelde de jury Alcala ter dood voor vijf moorden. Het was zijn vierde doodvonnis.

Datzelfde jaar besloot de politie van Huntington Beach een ongebruikelijke stap te zetten. Ze selecteerden ruim honderd foto's uit Alcala's verzameling, beelden waarvan de identiteit van de gefotografeerde personen onbekend was, en maakten ze openbaar. De foto's verschenen op de website van het politiebureau en werden opgepikt door CBS' *48 Hours*. Het verzoek aan het publiek was eenvoudig: herkent u iemand?

De telefoons begonnen te rinkelen. Familieleden uit heel Amerika belden. Sommigen herkenden een zus, een dochter, een vriendin. Veel van de gefotografeerde vrouwen bleken nog in leven, ze waren Alcala tegengekomen, hadden zich laten fotograferen, en waren doorgegaan met hun leven zonder te weten wie de man achter de camera was. Anderen waren minder fortuinlijk. De foto's leidden tot nieuwe onderzoeken in meerdere staten.

In New York bekende Alcala in 2012 schuld aan twee moorden uit de jaren zeventig: Cornelia Crilley, een TWA-stewardess, en Ellen Hover, de dochter van een nachtclubeigenaar. Beide zaken waren decennialang onopgelost gebleven. Het werkelijke aantal slachtoffers van Alcala is nooit vastgesteld. Rechercheurs schatten dat het er tientallen kunnen zijn.

En al die tijd lag die aflevering van *The Dating Game* in een archief. Pas na Alcala's arrestatie en de media-aandacht rond zijn processen begonnen mensen het verband te leggen. De charmante bachelor die "Peel me" had gezegd tegen een lachend studiopubliek was dezelfde man die op dat moment al vrouwen vermoordde in Los Angeles. De aflevering was uitgezonden op nationale televisie. Miljoenen mensen hadden hem gezien. Niemand had iets vermoed.

Jed Mills, de man die naast Alcala in de green room had gezeten, zag het nieuws van de arrestatie op televisie. Hij herkende het gezicht onmiddellijk. De man die had gezegd "I always get my girl" bleek precies dat te hebben bedoeld, alleen niet op de manier die Mills had gedacht.

Cheryl Bradshaw verdween na het programma uit de publieke aandacht. Ze gaf zelden interviews. Rechercheur Craig Robison, die aan de zaak werkte, zei later over haar: "Haar intuïtie heeft haar leven gered." Bradshaw had geen bewijs gehad, geen informatie, geen waarschuwing. Alleen een gevoel. Een ongemak dat ze niet kon benoemen maar wel serieus nam. Ze belde de productie, zei nee, en ging naar huis.

Rodney James Alcala stierf op 24 juli 2021 in een ziekenhuis verbonden aan de gevangenis in Kings County, Californië. Hij was 77 jaar oud. Hij had meer dan veertig jaar in de gevangenis gezeten. Hij was nooit geëxecuteerd, zijn doodvonnissen waren eindeloos aangevochten, en Californië had sinds 2006 geen executies meer uitgevoerd. Hij stierf aan natuurlijke oorzaken.

In de opslagcel in Seattle hadden rechercheurs in 1979 ook een klein leren tasje gevonden. Erin zaten filmrolletjes die nooit waren ontwikkeld. Decennia later, toen de technologie het toeliet, werden de negatieven alsnog afgedrukt. Op sommige stonden landschappen. Op andere stonden gezichten van vrouwen die nooit zijn geïdentificeerd. Vrouwen die op een dag in de jaren zeventig een vriendelijke fotograaf tegenkwamen op een strand in Californië, ja zeiden tegen een foto, en verdwenen uit de geschiedenis zonder dat iemand wist dat ze waren vastgelegd door een moordenaar.

De foto's liggen nog steeds in het archief van de politie van Huntington Beach. De telefoons rinkelen af en toe nog.

Je hoorde de eerste 2 minuten.

Het hele verhaal duurt 19 min. In de app luister je verder waar je gebleven bent.

Luister verder in de app

De Man Die een Spelshow Won Terwijl Hij Moordde

0:002:00 / 18:43