1986 · Newtown, Connecticut, Verenigde Staten
De Piloot Vermaalde Zijn Vrouw, en Bijna Kwam Hij Ermee Weg
In 1986 verdwijnt Helle Crafts in Connecticut. Haar man ruimt een vriezer op, huurt een houtversnipperaar en wist sporen uit, maar forensisch speurwerk bewijst een moord zonder lichaam.

Op de avond van 18 november 1986 landde vlucht PA072 uit Frankfurt op John F. Kennedy International Airport in New York. Tussen de passagiers die de gate uit liepen bevond zich een 39-jarige Deense stewardess met halflang blond haar en een vermoeide glimlach. Helle Crafts, geboren als Helle Lorck Nielsen in Denemarken, had net een transatlantische dienst achter de rug. Buiten raasde een novemberstorm over het noordoosten van de Verenigde Staten. Sneeuw en ijzel geselden de startbanen. De wegen naar Connecticut, waar Helle met haar man en drie kinderen woonde, waren spiegelglad.
Twee collega-stewardessen boden aan haar thuis af te zetten. De rit vanuit Queens naar Newtown duurde langer dan normaal; de ruitenwissers konden de neerslag nauwelijks bijhouden. Ergens rond tien uur 's avonds draaide de auto Newfield Lane op, een doodlopende straat in een bosrijke buitenwijk. Het huis van de familie Crafts lag aan het einde, verscholen tussen kale eiken. De elektriciteit was uitgevallen door de storm. Geen straatlantaarns, geen verlichte ramen. Alleen de koplampen van de auto sneden door het donker.
Helle stapte uit, tilde haar koffer van de achterbank en keek naar het silhouet van haar eigen huis. Tegen een van de stewardessen zei ze iets dat later in politierapporten zou opduiken als een van de laatste zinnen die iemand haar ooit hoorde uitspreken: "It's Richard's home." Niet "ons huis." Niet "thuis." Richards huis. De collega's reden weg. De achterlichten verdwenen om de bocht van Newfield Lane.
Niemand zag Helle Crafts ooit weer levend.
Wat er die nacht en de dagen erna gebeurde, zou leiden tot een van de meest opmerkelijke forensische onderzoeken in de Amerikaanse rechtsgeschiedenis, een moordzaak waarin geen lichaam werd gevonden, maar waarin 2.660 blonde haren, 69 botfragmenten, twee tanden en een vingernagel uiteindelijk genoeg bleken om een man te veroordelen. Het werd de eerste moordveroordeling in de geschiedenis van Connecticut zonder een intact lichaam. De sleutel tot de zaak was een machine die normaal gesproken wordt gebruikt om takken en boomstammen te vermalen: een industriële houtversnipperaar.
De man die hem huurde was haar echtgenoot.
Richard Crafts was piloot bij Eastern Airlines, een grote Amerikaanse luchtvaartmaatschappij. Hij vloog binnenlandse routes en verdiende goed. Daarnaast werkte hij parttime als hulpsheriff bij de politie van een naburige gemeente, een functie die hem toegang gaf tot politie-informatie en een zeker aanzien in de gemeenschap. Van buiten leek het gezin op Newfield Lane een doorsnee Amerikaans middenklassegezin: drie jonge kinderen, een au pair uit Frankrijk, twee auto's op de oprit. Richard was rustig, beleefd, een man die zijn buren groette en zijn gazon maaide.
Helle kende een andere Richard. In de maanden voor haar verdwijning had ze aan meerdere vriendinnen verteld dat haar huwelijk kapot was. Richard had buitenechtelijke relaties, dat wist ze al jaren. Ze had een privédetective ingehuurd, Keith Mayo, om bewijs te verzamelen voor een echtscheiding. Mayo volgde Richard wekenlang en documenteerde zijn ontmoetingen met andere vrouwen. Helle had de resultaten in handen en was vastbesloten te scheiden.
Dat was niet alles. Vriendinnen merkten blauwe plekken op haar armen en gezicht. Helle bagatelliseerde ze aanvankelijk, maar werd in de herfst van 1986 steeds openlijker over wat er achter de voordeur van Newfield Lane 5 gebeurde. Tegen haar vriendin Rita Buonanno zei ze dat Richard haar had geslagen. Tegen een andere vriendin, Leena Johanson, sprak ze woorden uit die maanden later als een koude rilling door de rechtszaal zouden trekken: "Als er iets met me gebeurt, ga dan niet uit van een ongeluk."
Richard wist van de scheidingsplannen. Hij wist ook wat een scheiding zou betekenen: verlies van het huis, verlies van een deel van zijn inkomen, verlies van controle. In de weken voor 18 november begon hij aankopen te doen die op dat moment niemand opvielen, maar die later een ijzingwekkend patroon zouden vormen.
Op 13 november 1986, vijf dagen voor Helle's laatste vlucht, reed Richard Crafts naar een witgoedwinkel en kocht een gloednieuwe Westinghouse-diepvriezer. Prijs: $375. Het apparaat was groot genoeg om een volwassen persoon in te bergen. Hij liet het dezelfde dag bezorgen en installeren in de kelder van het huis aan Newfield Lane. Diezelfde week verscheen op zijn creditcardafschrift een bedrag van $900, afgerekend bij Darien Rentals in het nabijgelegen Darien. Het was de huurprijs voor een Brush Bandit-houtversnipperaar, een industrieel apparaat op wielen, ontworpen om boomstammen tot op twintig centimeter doorsnee te vermalen tot spaanders. Het soort machine dat je huurt als je een boomgaard uitdunt. Niet het soort machine dat een piloot met een keurig gazon nodig heeft in november.
De storm van 18 november kwam Richard goed uit. De elektriciteit viel uit in grote delen van Fairfield County. Straten waren verlaten. Sneeuwploegen reden af en aan, maar tussen de rondes door was het stil en donker. De kinderen: Andrew, Thomas en Kristina, respectievelijk acht, vijf en drie jaar oud, sliepen boven. De au pair, Dawn Marie Thomas, sliep in haar kamer. Helle kwam thuis, liep het donkere huis binnen, en ergens in de uren die volgden, hield ze op te bestaan als levend mens.
De politie reconstrueerde later wat er vermoedelijk is gebeurd op basis van bloedsporen, getuigenverklaringen en fysiek bewijs. In de slaapkamer op de eerste verdieping werden sporen van bloed aangetroffen bij het voeteneinde van het bed. De vloerkleden waren verwijderd. Matrassen lagen scheef. De reconstructie wees erop dat Richard Helle had aangevallen terwijl de kinderen sliepen, in het holst van de nacht, tijdens een stroomstoring, met een storm die elk geluid overstemde.
Om 6:00 uur 's ochtends op 19 november klopte Richard op de deur van Dawn Thomas. Hij was aangekleed, alert, zakelijk. Helle was al vertrokken, zei hij. Ze was op weg naar zijn zus in Westport. Dawn moest zich klaarmaken; hij zou haar en de kinderen daar afzetten. Dawn vond het vreemd, het was nog donker, de wegen waren gevaarlijk, en Helle had niets gezegd over Westport, maar ze kleedde de kinderen aan. Om 6:30 uur reden ze weg in de Toyota. Bij het huis van Richards zus in Westport zette hij Dawn en de drie kinderen af. Hij bleef geen twee minuten. Draaide de auto en reed terug naar Newtown.
Terug in het lege huis had Richard werk te doen. De nieuwe Westinghouse-vriezer stond in de kelder. Volgens de reconstructie van de politie droeg hij Helle's lichaam de trap af en plaatste het in de vriezer. De vriezer deed zijn werk: bij temperaturen ver onder nul bevroor het lichaam in de loop van de dag. Richard had tijd. Dawn was in Westport. De kinderen waren veilig bij zijn zus. De storm hield aan. Niemand kwam langs.
Ergens in de loop van 19 november reed Richard naar een stuk bosgrond dat hij bezat in Newtown. Hij had een kettingzaag bij zich, een Stihl, het merk dat later in het onderzoek zou opduiken. Op die afgelegen plek, omringd door besneeuwde bomen en zonder een huis in zicht, haalde hij het bevroren lichaam uit de vriezer en gebruikte de kettingzaag om het in stukken te verdelen. De kou hielp: bevroren weefsel laat zich snijden als hout. Er was weinig bloed. De stukken gingen terug in de vriezer, verpakt in vuilniszakken.
Toen wachtte hij op de nacht.
Rond middernacht, toen de storm nog steeds over Connecticut raasde, koppelde Richard Crafts de gehuurde Brush Bandit-houtversnipperaar aan de achterkant van een gehuurde U-Haul-vrachtwagen. Hij reed naar River Road, een smalle weg die langs de oever van Lake Zoar liep, een stuwmeer in de Housatonic-rivier, op de grens van Newtown en Southbury. Het was er volkomen verlaten. De weg was onverlicht. Sneeuw dwarrelde in dikke vlagen. De temperatuur lag rond het vriespunt.
Hij parkeerde de U-Haul op een open stuk langs de waterkant. De vrachtwagen was vuilwit met een oranje cabine. De houtversnipperaar stond erachter, een log, metalen apparaat op twee wielen met een trechter aan de bovenkant en een uitworp aan de achterzijde. Richard startte de motor. Het geluid was oorverdovend, een diepe, mechanische brom die overging in een hoog gierend geluid zodra de messen op toeren kwamen. In de storm was het nauwelijks hoorbaar op meer dan honderd meter afstand.
Toen begon hij te laden.
Stuk voor stuk haalde hij de inhoud van de vuilniszakken uit de vriezer en voerde ze in de trechter van de Brush Bandit. De messen draaiden met duizenden omwentelingen per minuut. Bevroren bot, weefsel, haar, alles werd gegrepen, vermalen en als een fijne nevel van spaanders en fragmenten uit de uitworp geblazen. Het materiaal spreidde zich uit over de besneeuwde oever en het donkere water van Lake Zoar. De wind voerde deeltjes mee de nacht in. Sommige fragmenten landden tussen de houtchips die al op de grond lagen, onherkenbaar, vermengd met boomschors en bladresten.
Het duurde uren. De machine haperde niet. De Brush Bandit was ontworpen voor stammen van twintig centimeter doorsnee; wat Richard erin voerde, bood minder weerstand. Tegen halfvier 's nachts was hij bijna klaar.
Lees en luister verder
Dit verhaal, en de hele bibliotheek
Met Onverteld lees en beluister je elk verhaal volledig, meteen en zonder wachten. Probeer 7 dagen alles voor € 0,99.
Liever eerst horen hoe het klinkt? Beluister twee minuten van dit verhaal.



