ONVERTELD
← Alle verhalen

2019 · Nicosia, Cyprus

De Man Die Zijn Vrouw Herkende op Tv, en Cyprus' Donkerste Zaak Opende

In 2009 ontdekt een weduwnaar in een Portugese tv-uitzending toevallig de vrouw die al jaren dood had moeten zijn. Zijn tip leidt naar een van de gruwelijkste seriemoordzaken van Cyprus.

17 min lezenNicos MetaxasCyprus serial killerVermiste vrouwen

Op 14 april 2019, een zondagmiddag waarop de temperatuur in de Cypriotische heuvels boven de 25 graden uitkwam, parkeerde een Duitse amateurfotograaf zijn huurauto langs een onverharde weg ten zuidwesten van Nicosia. Hij was op zoek naar een bijzonder motief: de verlaten kopermijnen van Mitsero, waar decennia van pyrietwinning een landschap hadden achtergelaten dat eruitzag als het oppervlak van Mars. Roestbruine aarde, ingestorte schachten, en een kunstmatig meer dat door de hoge concentratie koperoxide een onwerkelijk rode kleur had gekregen. De lokale bevolking noemde het Kokkini Limni, het Rode Meer.

De fotograaf klauterde over een laag hek en liep naar de rand van een overstroomde mijnschacht. Het water was troebel, de kleur van oud bloed. Hij richtte zijn lens op het oppervlak, zoomde in op de textuur van het water tegen de rotswand, en zag toen iets wat niet klopte. Een vorm dreef vlak onder het wateroppervlak, deels zichtbaar door de lage waterstand van het voorjaar. Het leek op een bundel stof, maar de contouren waren verkeerd. Te organisch. Te menselijk.

Hij belde de politie van Nicosia om 14:47 uur.

Binnen twee uur stond een forensisch team aan de rand van de schacht. Duikers in zwarte droogpakken lieten zich langs een touwladder zakken in het koude, koperhoudende water. Op een diepte van nog geen twee meter troffen ze aan wat de fotograaf had gezien: het lichaam van een vrouw, naakt, in foetushouding gevouwen en omwikkeld met wit laken. Haar polsen waren samengebonden. Het koperrijke water had een proces van saponificatie in gang gezet, een chemische reactie waarbij lichaamsvet verandert in een wasachtige substantie, waardoor het lichaam opmerkelijk goed bewaard was gebleven. Te goed, voor iemand die al bijna een jaar vermist was.

Het duurde minder dan 48 uur voordat een vriendin het lichaam identificeerde. Niet aan het gezicht, dat door het water onherkenbaar was geworden, maar aan twee details: een set kunsttanden in de bovenkaak en een zilveren ketting om de hals. Het was Mary Rose Tiburcio, 39 jaar oud, afkomstig uit de Filipijnen, sinds mei 2018 als vermist opgegeven. Huishoudster. Alleenstaande moeder van een zesjarig meisje genaamd Sierra Graze.

Sierra was samen met haar moeder verdwenen. Van het kind was in de mijnschacht geen spoor.

De vondst bij Mitsero was het begin van wat de ergste misdaadzaak in de moderne geschiedenis van Cyprus zou worden. Maar het was ook het eindpunt van iets anders: drie jaar waarin vrouwen en kinderen van het eiland verdwenen zonder dat iemand met gezag serieus naar hen zocht. Drie jaar waarin de dader ongestoord doorging, beschermd door een systeem dat buitenlandse arbeidsters behandelde als wegwerpfiguren.

Om te begrijpen hoe dat mogelijk was, moet het verhaal terug naar september 2016.

Livia Florentina Bunea was 36 jaar oud en kwam uit Roemenië. Ze woonde met haar achtjarige dochter Elena-Natalia in een klein appartement in Ayios Pavlos, een buitenwijk van Nicosia. Livia werkte als schoonmaakster bij particuliere huishoudens. Het was geen glamoureus bestaan, maar het was stabiel, en dat was precies wat ze nodig had. Elena had gezondheidsproblemen waarvoor ze dagelijks medicatie nam, en op Cyprus had Livia eindelijk toegang gevonden tot betaalbare medische zorg en een school die haar dochter accepteerde.

Op 30 september 2016 verdwenen moeder en dochter. Geen afscheidsbrief, geen telefoontje naar familie in Roemenië, geen activiteit meer op hun bankrekening. In het appartement stonden Elena's medicijnen onaangeroerd op de keukentafel. Kleren hingen in de kast. Koffers stonden in de berging.

Een vriendin van Livia deed aangifte bij de politie van Nicosia. Ze legde uit dat Livia nooit zou vertrekken zonder Elena's medicijnen mee te nemen, het meisje had ze elke dag nodig. Ze vertelde dat Livia's leven er juist beter uitzag dan ooit: een vaste baan, een stabiele woonsituatie, plannen voor de toekomst. "Haar leven was veranderd ten goede," zou de vriendin later tegen de Cyprus Mail zeggen. "Er was gewoon geen enkele reden om weg te gaan."

De politie kwam langs bij het appartement. Agenten noteerden dat moeder en dochter niet thuis waren. Ze controleerden of er tekenen van braak waren, die waren er niet. Vervolgens sloten ze het dossier met een aantekening die later berucht zou worden: "Moeder en kind hebben het huis verlaten." Geen buurtonderzoek. Geen analyse van telefoongegevens. Geen contact met de Roemeense ambassade. De vriendin die aangifte had gedaan, werd nooit teruggebeld. "Ze hebben niet eens de moeite genomen om mij te bellen om te vragen hoe het verder ging," vertelde ze drie jaar later aan journalisten.

Voor de Cypriotische politie was de zaak helder: een Roemeense gastarbeidster was vertrokken. Dat gebeurde vaker. Buitenlandse huishoudsters kwamen en gingen op Cyprus, een eiland waar tienduizenden vrouwen uit Zuidoost-Azië, Oost-Europa en Nepal werkten als inwonend personeel bij welgestelde families. Velen van hen hadden een precaire verblijfsstatus. Als ze verdwenen, nam de politie doorgaans aan dat ze naar huis waren gegaan of naar een ander land waren doorgereisd. Het was een aanname die zelden werd gecontroleerd.

Anderhalf jaar later, op 5 mei 2018, verdween Mary Rose Tiburcio. Ze was 39, Filipijnse, en werkte als huishoudster in Nicosia. Op 30 april had ze voor het laatst contact gehad met collega's en familieleden. Haar zesjarige dochter Sierra Graze was bij haar. Net als bij Livia en Elena: geen afscheid, geen waarschuwing, geen spoor.

Mary Rose' werkgever meldde haar vermissing bij de politie. Het rapport, gedateerd 5 mei 2018, vermeldde dat Mary Rose voor het laatst was gezien in het gezelschap van een man die ze online had leren kennen. Een vriend, aangeduid als "Orestis." De politie noteerde de naam, maar ondernam geen verdere actie. De aanname was opnieuw dezelfde: de Filipijnse was waarschijnlijk teruggekeerd naar haar thuisland, of misschien naar het door Turkije bezette noorden van het eiland overgestoken.

Dat Sierra Graze, zes jaar oud, ingeschreven op een basisschool in Nicosia, niet meer op school verscheen, leidde evenmin tot alarm. De school informeerde bij de politie. Het antwoord: moeder en dochter waren vermoedelijk naar het noorden gereisd.

Twee maanden later, in juli 2018, verdween een derde vrouw. Arian Palanas Lozano, 28 jaar, ook Filipijnse, ook huishoudster. Haar huisbaas deed navraag toen de huur onbetaald bleef. Arian bleek collega's te hebben verteld over een man die ze via de dating-app Badoo had leren kennen. Hij noemde zich Orestis. Hij had haar verteld dat hij een gescheiden vader was met twee kinderen. Hij leek vriendelijk.

De naam Orestis dook nu voor de tweede keer op in politiedossiers over vermiste buitenlandse vrouwen. Maar niemand legde het verband. De dossiers lagen op verschillende bureaus, bij verschillende agenten, in verschillende mappen. Cyprus is een eiland van nog geen 1,2 miljoen inwoners. De afstand tussen de politiebureaus waar deze vermissingen waren gemeld, bedroeg minder dan 10 kilometer. Toch werden de puzzelstukken niet bij elkaar gelegd.

Terwijl de dossiers stof verzamelden, ging het leven op Cyprus door. En ergens in Nicosia ging een 35-jarige legerkapitein door met zijn routine.

Nikos Metaxas was kapitein bij de Cypriotische Nationale Garde, het leger van de Republiek Cyprus. Hij was lang, had een verzorgd uiterlijk, en woonde alleen in een appartement in Nicosia nadat zijn huwelijk was stukgelopen. Hij had twee kinderen uit dat huwelijk, maar zag hen zelden. Op zijn werk functioneerde hij naar behoren, niet opvallend goed, niet opvallend slecht. Collega's beschreven hem later als teruggetrokken maar niet onvriendelijk. Niemand had reden tot argwaan.

Online was Metaxas een ander persoon. Op Badoo, een dating-app die populair was onder de buitenlandse gemeenschap op Cyprus, opereerde hij onder het pseudoniem Orestis. Hij zocht specifiek contact met buitenlandse vrouwen: Filipijnse, Roemeense, Nepalese. Vrouwen die vaak alleen waren, ver van familie, afhankelijk van hun werk voor hun verblijfsvergunning. Hij presenteerde zich als een zorgzame, gescheiden vader. Hij vertelde Mary Rose dat hij, net als zij, twee kinderen had. Het was een bewuste strategie om vertrouwen te wekken bij alleenstaande moeders.

Tussen september 2016 en de zomer van 2018 vermoordde Metaxas zeven mensen: vijf vrouwen en twee kinderen. Naast Livia, Elena, Mary Rose, Sierra en Arian waren er nog twee slachtoffers: Maricar Valtinez, een 30-jarige Filipijnse, en Asmita Khadka, een Nepalese vrouw van 30. Elk van hen had hij online benaderd, naar zijn appartement gelokt, en daar gedood. Daarna verpakte hij de lichamen in koffers, verzwaarde die met cementblokken, laadde ze in zijn auto, en reed in de nacht naar de verlaten mijnen van Mitsero. Daar liet hij de koffers in het water zakken.

Bijna drie jaar lang bleef hij onopgemerkt. Niet omdat hij bijzonder slim was in het verbergen van zijn sporen, maar omdat niemand zocht.

De vondst van Mary Rose' lichaam op 14 april 2019 veranderde alles, maar niet onmiddellijk. De eerste dagen behandelde de politie de zaak als een op zichzelf staand incident. Een lichaam in een verlaten mijn, tragisch, maar niet per se wijzend op iets groters. Dat veranderde op 18 april, toen duikers een tweede lichaam uit dezelfde mijnschacht haalden.

Het was Arian Palanas Lozano. Ook zij lag naakt in foetushouding, gewikkeld in wit beddengoed, vastgebonden. Een gouden oorbel die in de modder naast het lichaam lag, werd herkend door haar voormalige werkgever. De forensische overeenkomsten tussen de twee lichamen waren te specifiek om toeval te zijn: dezelfde methode van verpakking, dezelfde locatie, dezelfde kenmerkende houding. De politie van Nicosia besefte dat ze te maken had met een seriemoordenaar, de eerste in de geregistreerde geschiedenis van Cyprus.

Nu ging het snel. Rechercheurs trokken de oude vermissingsdossiers open en vonden wat ze eerder hadden gemist: de naam Orestis, die in meerdere dossiers opdook. Digitale analyse van de Badoo-accounts leidde binnen 48 uur naar een IP-adres in Nicosia, geregistreerd op naam van een militair. Op 18 april 2019, dezelfde dag dat het tweede lichaam werd geborgen, arresteerden agenten Nikos Metaxas bij zijn appartement. Hij verzette zich niet.

Het verhoor begon diezelfde avond in het hoofdbureau van Nicosia. Metaxas zat aan een metalen tafel, tegenover twee rechercheurs. In het begin ontkende hij alles. Hij kende geen Mary Rose, geen Arian, geen Orestis. Maar de rechercheurs hadden zijn telefoon en laptop al in beslag genomen, en de digitale sporen waren overweldigend: chatgesprekken met alle vermiste vrouwen, locatiegegevens die zijn telefoon plaatsten bij de mijnen van Mitsero op de avonden van de verdwijningen, en foto's op zijn camera van het landschap rond het Rode Meer, dezelfde locatie waar de lichamen waren gevonden.

Metaxas' ontkenning hield twee dagen stand. Op 20 april begon hij te praten, eerst fragmentarisch, dan in toenemend detail. Hij beschreef hoe hij Mary Rose had ontmoet via Badoo, haar had uitgenodigd in zijn appartement, en haar daar had gewurgd. Sierra, haar zesjarige dochter, was erbij geweest. Hij had het kind meegenomen in zijn auto, was naar het Memi-meer gereden bij het dorp Xyliatos, een tweede kunstmatig meer in de regio, ongeveer 15 kilometer van de mijnschacht, en had Sierra daar in het water achtergelaten, verzwaard met stenen.

Over Livia en Elena vertelde hij een soortgelijk verhaal. Hij had Livia in september 2016 via internet ontmoet. Na de moord had hij moeder en dochter samen in een koffer gestopt en die in het Rode Meer laten zinken.

Bij elk slachtoffer was het patroon hetzelfde: online contact, uitnodiging naar zijn appartement, wurging, verpakking in een koffer met cementblokken, transport naar Mitsero in de nachtelijke uren. Hij gebruikte zijn eigen auto. Hij droeg geen handschoenen. Hij wiste zijn chatgeschiedenis niet. Het was geen geraffineerd plan, het was een patroon dat alleen kon voortbestaan omdat niemand de verdwijning van buitenlandse huishoudsters serieus genoeg nam om te onderzoeken.

Op 25 april nam de politie Metaxas mee naar de vindplaatsen. Het was vroeg in de ochtend, het licht was nog zacht en schuin. Bij het Rode Meer wees hij naar een plek aan de noordoever waar hij de koffers het water in had laten glijden. Duikers gingen het water in met sonarapparatuur en een onderwatercamera. Op de bodem, bedekt met een laag koperhoudend slib, vonden ze twee koffers. De eerste werd omhoog gehesen met een lier die aan een brandweerwagen was bevestigd. Water stroomde uit de naden toen de koffer op de oever werd gelegd. Binnenin lagen de stoffelijke resten van Livia Florentina Bunea, nog steeds in de foetushouding waarin Metaxas haar had geplaatst. De tweede koffer, kleiner, bevatte het lichaam van haar dochter Elena-Natalia. Ze was acht jaar oud geweest.

De zoektocht naar Sierra Graze, het zesjarige dochtertje van Mary Rose, werd het emotionele brandpunt van de zaak. Het Memi-meer bij Xyliatos was dieper en troebeler dan de mijnschacht bij Mitsero. Duikers konden nauwelijks een halve meter voor zich uit kijken in het donkergroene water. De bodem was bezaaid met boomstammen, rotsblokken en industrieel afval uit de tijd dat de mijn nog actief was. Metaxas had verklaard dat hij Sierra met stenen had verzwaard en in het meer had laten zinken, maar hij kon de exacte locatie niet aanwijzen, het was nacht geweest, zei hij, en hij herinnerde zich alleen dat hij vanaf een bepaald pad naar de waterlijn was gelopen.

De politie zette een speciaal duikteam in, aangevuld met Britse forensische experts die op verzoek van de Cypriotische regering waren overgevlogen. Ze gebruikten een onderwaterrobot met sonar die tot 130 meter diepte kon scannen. Dag na dag doorzochten ze het meer in rasters, vierkant voor vierkant. De operatie werd bemoeilijkt door instabiele metalen constructies onder water, overblijfselen van de oude mijninfrastructuur, die dreigden in te storten als de duikers te dichtbij kwamen. Op 22 april moest de zoektocht tijdelijk worden stilgelegd nadat ingenieurs waarschuwden dat steunbalken in de schacht gevaarlijk doorbogen.

Het duurde weken. Sierra's lichaam werd uiteindelijk op de bodem van het meer gevonden, op een diepte van meer dan 25 meter, verzwaard zoals Metaxas had beschreven. Ze was het zevende en laatste slachtoffer dat werd geborgen.

Op 1 mei 2019 zette Metaxas zijn handtekening onder een schriftelijke bekentenis van tien pagina's. Tegen journalisten die buiten het politiebureau stonden te wachten, liet hij via zijn advocaat een opmerking doorgeven die de voorpagina's haalde: hij was "verveeld" en wilde naar de gevangenis. Het was een zin die de nabestaanden als een klap in het gezicht trof, en die op Cyprus wekenlang werd herhaald als symbool van de kilheid van de dader.

Maar de woede van het publiek richtte zich niet alleen op Metaxas. In de weken na zijn arrestatie verschenen in de Cypriotische media steeds meer details over hoe de politie de vermissingen had afgehandeld, of beter gezegd: niet had afgehandeld. De Cyprus Mail publiceerde een reconstructie waaruit bleek dat de vermissing van Mary Rose en Sierra op 5 mei 2018 was gemeld, inclusief de naam "Orestis" als laatste bekende contact. De politie had die naam genoteerd maar niet nagetrokken. Een simpele zoekopdracht in hun eigen systeem zou hebben onthuld dat dezelfde naam al voorkwam in het dossier van Arian Palanas Lozano.

De vriendin van Livia Bunea vertelde aan de pers dat ze na haar aangifte in 2016 nooit meer iets van de politie had gehoord. "Ze hebben niet eens gebeld om te vragen of er nieuws was," zei ze. "Ze zeiden dat ze 'betrouwbare informatie' hadden dat Livia en Elena naar het noorden waren gegaan. Toen ik vroeg welke informatie, kregen ze een vaag gezicht."

De school van Sierra Graze had gemeld dat het meisje niet meer verscheen. De politie had de school laten weten dat moeder en dochter "waarschijnlijk naar het noorden waren gereisd", naar het door Turkije bezette deel van Cyprus, waar de Cypriotische politie geen jurisdictie had. Het was een antwoord dat elke verdere navraag effectief blokkeerde.

Het patroon was onmiskenbaar: bij elke vermissing van een buitenlandse vrouw had de politie de makkelijkste verklaring gekozen, ze is vertrokken, zonder die verklaring te verifiëren. Geen bankgegevens gecontroleerd. Geen grensovergangen gecheckt. Geen telefoonmasten geanalyseerd. Geen huisbezoeken bij de laatst bekende contacten. Het waren basisprocedures die bij de vermissing van een Cypriotische burger standaard zouden zijn uitgevoerd.

Mensenrechtenorganisaties en migrantenverenigingen op Cyprus spraken van institutioneel racisme. De slachtoffers waren zonder uitzondering buitenlandse vrouwen met een lage sociaaleconomische status, huishoudsters, schoonmaaksters, verzorgsters. Ze behoorden tot een groep die op Cyprus grotendeels onzichtbaar was: essentieel voor het functioneren van veel huishoudens, maar juridisch kwetsbaar en sociaal gemarginaliseerd. Toen ze verdwenen, verdween ook de urgentie om hen te zoeken.

De publieke woede bereikte een kookpunt in de eerste week van mei 2019. Op 2 mei nam minister van Justitie Ionas Nicolaou ontslag. Hij verklaarde "politieke verantwoordelijkheid" te nemen voor het falen van de opsporingsdiensten, hoewel hij benadrukte persoonlijk niet op de hoogte te zijn geweest van de vermissingen. Een dag later, op 3 mei, ontsloeg president Nicos Anastasiades de nationale politiechef. Het was een ongekende stap in de recente geschiedenis van Cyprus, een zittende president die het hoofd van de politie wegstuurde vanwege nalatigheid.

Anastasiades bood publiekelijk excuses aan. In een toespraak die live werd uitgezonden op de Cypriotische televisie, erkende hij dat het systeem had gefaald. "Deze vrouwen en kinderen verdienden bescherming," zei hij. "Ze hebben die niet gekregen." Het waren woorden die door de Filipijnse en Nepalese gemeenschap op Cyprus met gemengde gevoelens werden ontvangen, te laat, vonden velen, en te weinig.

Op 24 juni 2019 verscheen Nikos Metaxas voor het Assiezenhof in Nicosia. Hij droeg een gewoon T-shirt en werd geflankeerd door gewapende agenten en een kogelvrij vest. De rechtszaal was afgesloten voor publiek, maar journalisten mochten aanwezig zijn. Metaxas pleitte schuldig aan alle twaalf aanklachten: zeven keer moord en vijf keer ontvoering. Voordat de rechter het vonnis uitsprak, kreeg Metaxas het woord.

Hij huilde. Met een stem die brak, sprak hij woorden die in de Cypriotische pers breed werden geciteerd: "Ik heb afschuwelijke misdaden begaan. Ik belijd mijn schuld. Ik kan de tijd niet terugdraaien. Ik wil helpen met het onderzoek. Ik bied mijn excuses aan aan de families en de zielen van de slachtoffers." Het waren zinnen die in schril contrast stonden met zijn eerdere opmerking dat hij "verveeld" was. De nabestaanden, van wie sommigen via videoverbinding meekeken vanuit de Filipijnen en Roemenië, reageerden met stilte.

De rechter veroordeelde Metaxas tot zeven keer levenslang: vijf opeenvolgende en twee gelijktijdige levenslange straffen. In het Cypriotische rechtssysteem betekende dit dat hij nooit meer zou vrijkomen. Het was de zwaarste straf die ooit was opgelegd op het eiland.

Na het proces begon een periode van zelfreflectie die Cyprus tot op de dag van vandaag bezighoudt. Een onafhankelijke onderzoekscommissie analyseerde het politieoptreden en concludeerde dat er sprake was geweest van "systematische nalatigheid" bij de behandeling van vermissingen van buitenlandse staatsburgers. De commissie deed aanbevelingen voor hervormingen: verplichte kruisverwijzing tussen vermissingsdossiers, standaardprocedures ongeacht de nationaliteit van de vermiste persoon, en een speciaal meldpunt voor de migrantengemeenschap.

De Filipijnse gemeenschap op Cyprus, naar schatting 12.000 mensen, voornamelijk vrouwen die als huishoudelijk personeel werkten, organiseerde stille marsen door Nicosia. Ze droegen foto's van Mary Rose, Sierra, Arian en Maricar. Op de borden stonden geen leuzen tegen Metaxas, maar tegen het systeem dat hun verdwijning had genegeerd. "We zijn geen wegwerpvrouwen," stond er op een spandoek in het Engels en Tagalog.

De zaak onthulde een ongemakkelijke waarheid over Cyprus, en bij uitbreiding over veel Europese landen waar buitenlandse huishoudelijke arbeid een vast onderdeel is van het dagelijks leven. De vrouwen die verdwenen, waren niet onzichtbaar omdat niemand hen kende. Ze hadden vriendinnen, collega's, werkgevers, buren. Mensen die hen misten, die aangifte deden, die vragen stelden. Ze waren onzichtbaar omdat het systeem dat hen had moeten beschermen, hen niet als volwaardige burgers behandelde. Hun vermissing werd niet geclassificeerd als een noodgeval, maar als een administratieve kwestie, een buitenlandse die was vertrokken.

Metaxas zit zijn straf uit in de centrale gevangenis van Nicosia. Hij heeft sinds zijn veroordeling geen publieke verklaringen meer afgelegd. De mijnschacht bij Mitsero is afgezet met hekken en waarschuwingsborden. Het Rode Meer kleurt nog steeds rood van het koperoxide, maar er komen geen fotografen meer. Het Memi-meer bij Xyliatos is stil. Op de oever staat sinds 2020 een klein, onofficieel gedenkteken: zeven stenen, in een halve cirkel gelegd door leden van de Filipijnse gemeenschap. Op elke steen een naam.

De zevende steen, de kleinste, draagt de naam Sierra Graze. Ze was zes jaar oud.

Je hoorde de eerste 2 minuten.

Het hele verhaal duurt 24 min. In de app luister je verder waar je gebleven bent.

Luister verder in de app

De Man Die Zijn Vrouw Herkende op Tv, en Cyprus' Donkerste Zaak Opende

0:002:00 / 23:52